Stemgebruik en de effectiviteit van gesproken risicowaarschuwingen
Risicowaarschuwingen worden niet altijd meegewogen in de besluitvorming, ook wanneer zij inhoudelijk goed zijn onderbouwd. Dit artikel vat het dissertatieonderzoek van Dr. Leon Yap samen naar de rol van stemgebruik bij gesproken risicowaarschuwingen. Op basis van een survey, een literatuurstudie, twee experimenten en een Q-sortstudie blijkt dat variatie in ritme en dynamiek de aandacht en ervaren relevantie kan beïnvloeden. Verder blijkt dat een angstige stem de risicoperceptie verhoogt, terwijl ervaren auditors een te emotionele manier van spreken juist minder professioneel en geloofwaardig vinden. De uitdaging voor auditors is daarom om een waarschuwing urgent te laten klinken en tegelijkertijd professioneel en geloofwaardig te blijven.
Wanneer is een waarschuwing effectief?
Een waarschuwing is pas effectief wanneer zij wordt meegewogen in de afweging van de ontvanger. Voor auditors is dat ongemakkelijk, omdat hun werk niet ophoudt bij het vaststellen van een bevinding. De inhoud moet kloppen; zonder een zorgvuldige analyse valt er namelijk weinig te bespreken. Een goede analyse is echter nog geen garantie dat een risicowaarschuwing ook doorwerkt in de besluitvorming. Soms wordt een risicowaarschuwing wel uitgesproken, maar genegeerd. Dat probleem is bekend uit de literatuur over falende information system-projecten (IS-projecten). Keil en Robey (2001) noemen dit het deaf effect; besluitvormers willen slecht nieuws over een problematisch project niet horen of leggen het naast zich neer. Later onderzoek laat zien dat risicowaarschuwingen eerder worden opgepakt wanneer de boodschapper geloofwaardig is, de boodschap relevant wordt gevonden, de timing klopt en de relatie tussen auditor en manager voldoende vertrouwen biedt (Cuellar et al., 2006; Lee et al., 2014; Nuijten et al., 2016; Nuijten et al., 2019).
Voor internal audit raakt dit direct aan de effectiviteit ervan. In de auditliteratuur wordt effectiviteit onder meer verbonden met de kwaliteit van het auditwerk, de onafhankelijkheid en positie van de auditor, de relatie met management en auditees, en de steun van het management (Arena & Azzone, 2009; Lenz & Sarens, 2012; Sawyer, 1995). Die literatuur maakt duidelijk waarom het voor internal auditors van belang is dat hun waarschuwingen worden gehoord: wanneer waarschuwingen niet worden meegewogen, blijft internal audit steken bij signaleren en rapporteren.
De dissertatie: The sound of warnings: A musical approach to internal audit effectiveness
In mijn dissertatie The sound of warnings: A musical approach to internal audit effectiveness (Yap, 2025) onderzoek ik daarom een minder vanzelfsprekende kant van auditcommunicatie: het stemgebruik bij het uitspreken van de risicowaarschuwing. Centraal staat de vraag hoe internal auditors de effectiviteit van gesproken risicowaarschuwingen in IS-projecten kunnen vergroten, door muzikale elementen bewust als communicatiestrategie in te zetten om het deaf effect te verminderen.
Dat vertrekpunt is minder vreemd dan het op het eerste gezicht lijkt. In gesproken taal geven ritme, dynamiek, tempo en toonhoogte mede vorm aan de betekenis van een boodschap. Zij bepalen niet de inhoud, maar kleuren wel hoe die inhoud overkomt: rustig of dringend, vlak of expressief, zakelijk of betrokken. In onderzoek naar muziek, emotie en spraak is al langer bekend dat stem en klank invloed hebben op aandacht, emotie en betekenisgeving (Cohen et al., 2010; Douek, 2013; Juslin & Laukka, 2003).
De risicowaarschuwing en de auditcommunicatie
In auditcommunicatie is die hoorbare kant van de risicowaarschuwing nog nauwelijks onderzocht. Dat is opmerkelijk, omdat veel risicowaarschuwingen mondeling worden overgebracht: tijdens vergaderingen, projectoverleggen, auditcommissies of managementgesprekken.
Daar zijn aandacht en tijd schaars. Een rapport kan worden teruggelezen, maar een mondelinge waarschuwing moet op het moment zelf doordringen. Dan maakt het uit of de auditor hoorbaar maakt dat de boodschap meer is dan een toelichting: een signaal dat om heroverweging, bijsturing of bewuste risicoacceptatie vraagt.
Daarmee komt stemgebruik dichter bij de kern van auditcommunicatie te liggen dan vaak wordt aangenomen. Niet als vervanging van analyse, onafhankelijkheid of een professioneel oordeel, maar als onderdeel van de manier waarop een waarschuwing betekenis krijgt in de besluitvorming. Dit artikel laat zien wat stemgebruik kan bijdragen aan de ontvangst van risicowaarschuwingen, en waar de grenzen daarvan liggen.
Theoretische achtergrond: het deaf effect
Het vertrekpunt van mijn dissertatie is het deaf effect: situaties waarin besluitvormers waarschuwingen, risico’s of ongewenst nieuws onvoldoende lijken mee te nemen in hun afweging. Daarvoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Ontvangers kunnen vasthouden aan eerdere keuzes (status quo bias), besluiten uitstellen (student syndrome), meegaan met autoriteit (authority bias) of met de groep (groupthink). Tegelijkertijd kunnen boodschappers terughoudend zijn om slecht nieuws volledig of tijdig te brengen (mum effect) (Kroon et al., 1992; Marler et al., 2012; Moosa & Ramiah, 2017; Park et al., 2008; Tuckman, 1991).
Het deaf effect: situaties waarin besluitvormers waarschuwingen, risico’s of ongewenst nieuws onvoldoende lijken mee te nemen in hun afweging
De definitie
Samen kunnen deze biases verklaren waarom risicowaarschuwingen niet altijd worden uitgesproken, erkend of opgevolgd. De biases passen binnen theorieën over besluitvorming onder onzekerheid en druk. Besluiten worden niet genomen in een neutrale omgeving, maar onder onzekerheid, tijdsdruk, sociale druk, hiërarchische verhoudingen en eerdere investeringen. Theorieën over bounded rationality, heuristics and biases, prospect theory, projectescalatie en aandacht helpen te begrijpen waarom besluitvormers risico-informatie selectief verwerken of vermijden (Kahneman & Tversky, 1979; Keil, 1995; Ocasio, 1997; Simon, 1997; Sleesman et al., 2012).
Voor internal auditors is dit direct relevant. Een auditbevinding heeft pas waarde wanneer zij wordt gehoord, serieus wordt genomen en leidt tot actie of bijsturing. Dat sluit aan bij Sawyer (1995), die benadrukt dat het werk van de auditor niet klaar is zolang geconstateerde tekortkomingen niet zijn gecorrigeerd. Ook latere studies verbinden de effectiviteit van internal audit met de opvolging van auditbevindingen en met verbetering van governance en risicomanagement (Arena & Azzone, 2009; Lenz & Sarens, 2012; Mihret & Yismaw, 2007; Sarens, 2009).
Welke voorwaarden zijn nog meer belangrijk?
Tegelijkertijd laat de auditliteratuur zien dat effectiviteit ook afhankelijk is van voorwaarden zoals de kwaliteit van het auditwerk, onafhankelijkheid, vakbekwaamheid, managementsupport en aansluiting bij stakeholderverwachtingen (Drogalas et al., 2015; Endaya & Hanefah, 2016; Erasmus & Coetzee, 2018). Deze voorwaarden helpen verklaren wanneer internal audit effectief kan zijn, maar zij verklaren niet volledig waarom een concrete waarschuwing soms weinig effect lijkt te hebben.
Eerder onderzoek naar het deaf effect heeft al verschillende verklaringen opgeleverd. Zo is gewezen op de rol van de risicoboodschapper, de kenmerken van de besluitvormer die de waarschuwing ontvangt, de manier waarop de waarschuwing wordt geframed en de relatie tussen boodschapper en besluitvormer (Benschop et al., 2022; Cuellar et al., 2006; Lee et al., 2014; Nuijten et al., 2016). Daarmee is veel bekend over wat wordt gezegd, door wie, aan wie en binnen welke relatie. Minder bekend is hoe een risicowaarschuwing wordt gebracht wanneer zij mondeling wordt uitgesproken. Voor de rol van stemgebruik is in deze literatuur nauwelijks aandacht.
Dat is opvallend, want gesproken taal bestaat nooit alleen uit woorden. Een risicowaarschuwing wordt uitgesproken met een bepaald tempo, ritme, volume, toonhoogte en dynamiek. Deze kenmerken worden vaak samengevat onder de term prosodie ofwel de manier waarop gesproken taal betekenis krijgt door de hoorbare vorm van spreken. Uit onderzoek naar muziek, emotie en spraak blijkt dat klank niet neutraal is.
Waarom is stemgebruik belangrijk?
Stemgebruik kan aandacht sturen, spanning of urgentie oproepen en kan beïnvloeden hoe een boodschap emotioneel wordt ontvangen (Cohen et al., 2010; Coutinho & Dibben, 2013; Douek, 2013; Juslin & Laukka, 2003).
Mijn dissertatie verbindt de auditliteratuur over effectiviteit, risicowaarschuwingen en het deaf effect met onderzoek naar muziek, stem, emotie en gedrag. De centrale gedachte is dat gesproken risicowaarschuwingen niet alleen worden beoordeeld op hun inhoud, maar ook worden verwerkt via de manier waarop zij klinken. Ritme, dynamiek, tempo en toonhoogte vervangen de inhoudelijke kwaliteit van de waarschuwing niet, maar kunnen mede bepalen of een waarschuwing aandacht krijgt, relevant wordt gevonden en aanleiding geeft tot heroverweging.
Methodologie
De dissertatie beschrijft vijf studies.
Studie 1: Waarom worden risicowaarschuwingen niet altijd opgevolgd?
De eerste studie verkent waarom risicowaarschuwingen niet altijd worden opgevolgd. De literatuurstudie brengt vervolgens een onderbelichte kant van auditcommunicatie in beeld: de hoorbare uitvoering van de risicowaarschuwing. Daarna wordt aan de hand van twee experimenten onderzocht of verschillen in stemgebruik effect hebben op de manier waarop risicowaarschuwingen worden ontvangen. Tot slot onderzoekt de Q-sortstudie welke vormen van stemgebruik ervaren auditors professioneel passend en geloofwaardig vinden.
De eerste studie is een verkennende survey onder leden van het Instituut van Internal Auditors Nederland (IIA NL). De uitkomsten laten zien welke mechanismen mogelijk bijdragen aan het deaf effect, maar zeggen nog niets over oorzaak en gevolg. Daarmee vormt deze studie het empirische vertrekpunt van de dissertatie: zij laat zien welke psychologische mechanismen kunnen bijdragen aan het deaf effect.
Studie 2: het deaf effect en de effectiviteit van de internal audit
De tweede studie is een literatuurstudie. Deze studie verbindt onderzoek naar het deaf effect en de effectiviteit van internal audit met inzichten uit literatuur over muziek, spraak, emotie en besluitvorming. Daaruit blijkt dat veel bekend is over de inhoud van de waarschuwing, de boodschapper en de context, maar dat de hoorbare uitvoering van gesproken risicowaarschuwingen in de auditliteratuur nauwelijks aandacht krijgt.
Studie 3 en 4: Scenario-experimenten
De derde en vierde studie bestaan uit twee scenario-experimenten met opgenomen gesproken risicowaarschuwingen. In beide experimenten bleef de inhoud van de waarschuwing gelijk, maar werd gevarieerd met de manier van uitspreken. De geluidsfragmenten zijn opgenomen met professionele stemacteurs en ontwikkeld onder inhoudelijke en vocale begeleiding van de onderzoeker. Zo kon gericht worden gestuurd op ritme, dynamiek en emotionele toon, terwijl de inhoud van de risicowaarschuwing constant bleef.
Het eerste experiment onderzoekt wat variatie in ritme en dynamiek doet met aandacht, ervaren relevantie en de bereidheid om een falend project bij te sturen. Het tweede experiment onderzoekt hoe een risicowaarschuwing werkt wanneer de stem vooral hoop of juist angst oproept, en wat dit betekent voor risicoperceptie, relevantie en de neiging om wel of niet in te grijpen. Deze experimenten onderzoeken hoe variaties in stemgebruik en emotionele toon samenhangen met de ontvangst van gesproken risicowaarschuwingen.
Studie 5: Q-sortstudie
De vijfde studie is een Q-sortstudie onder senior auditors en chief audit executives (CAE’s). Respondenten beoordeelden hoe belangrijk verschillende elementen zijn voor de mondelinge uitvoering van een risicowaarschuwing door een internal auditor. De nadruk lag op stemgebruik (zoals ritme, tempo, dynamiek en toonhoogte) en op de emotionele toon waarmee een waarschuwing wordt uitgesproken. Daarmee laat de studie zien welke vormen van stemgebruik ervaren auditors professioneel passend, geloofwaardig en effectief vinden.
Samen maken deze studies zichtbaar hoe cognitieve biases, stemgebruik en professioneel oordeel van auditors samenhangen met de vraag of risicowaarschuwingen worden gehoord en meegewogen.
Discussie en hoofdbevindingen uit de studies
De studies leveren zeven hoofdbevindingen op. Samen laten zij zien dat de effectiviteit van risicowaarschuwingen niet alleen wordt bepaald door de inhoud van de boodschap. Minstens zo belangrijk is de vraag of de besluitvormer ontvankelijk is voor slecht nieuws, welke emotie de risicowaarschuwing oproept en hoe de auditor de boodschap mondeling overbrengt.
Het deaf effect begint niet bij de boodschap, maar bij de ontvanger
Het deaf effect begint niet altijd bij de inhoud van de boodschap. De survey naar cognitieve biases suggereert dat besluitvormers soms beperkt openstaan voor slecht nieuws voordat de waarschuwing echt wordt gewogen. Een risicowaarschuwing kan daardoor toch niet doordringen, ook wanneer zij inhoudelijk goed onderbouwd en tijdig is. Dat is een belangrijke nuancering voor auditors. Een sterke analyse en een duidelijke bevinding bieden nog geen garantie dat het gesprek ook werkelijk wordt gevoerd. Besluitvormers kunnen vasthouden aan eerdere keuzes, meegaan met autoriteit of groepsdruk, actie uitstellen of onaangename informatie vermijden. Ook kan slecht nieuws onderweg worden afgezwakt of te laat worden gebracht.
Daarmee is het deaf effect niet alleen een probleem van luisteren, maar gaat het ook om de vraag of slecht nieuws toegang krijgt tot de besluitvorming. Een risicowaarschuwing moet niet alleen goed onderbouwd zijn, maar ook door de psychologische en sociale filters heen komen die bepalen of slecht nieuws wordt toegelaten tot de besluitvorming.
Een stem die niet resoneert, wordt niet gehoord
De literatuurstudie laat zien waar de bijdrage van de dissertatie begint. Eerder onderzoek naar de effectiviteit van internal audit en het deaf effect verklaart veel over de inhoud, context en relationele voorwaarden van risicowaarschuwingen. Minder aandacht is er voor wat er gebeurt wanneer de auditor de waarschuwing daadwerkelijk uitspreekt.
Dat is opvallend. Veel risicowaarschuwingen worden namelijk niet alleen opgeschreven, maar ook uitgesproken in projectoverleggen, managementgesprekken en auditcommissies. In die mondelinge context krijgt de waarschuwing haar hoorbare vorm. De auditor spreekt sneller of langzamer, legt al dan niet nadruk, klinkt vlak, rustig, dringend of betrokken. Bij die verschillen gaat het niet alleen om stijl. Uit onderzoek naar muziek, spraak en emotie blijkt dat ritme, tempo, dynamiek en toonhoogte invloed kunnen hebben op aandacht, emotie, risicoperceptie en gedrag.
Uit onderzoek naar muziek, spraak en emotie blijkt dat ritme, tempo, dynamiek en toonhoogte invloed kunnen hebben op aandacht, emotie, risicoperceptie en gedrag.
Voor auditcommunicatie is dat een relevant inzicht. Het betekent niet dat auditors moeten gaan optreden als performers, maar wel dat de stem onderdeel is van de manier waarop de boodschap wordt ontvangen. Een waarschuwing wordt niet alleen begrepen via de woorden die worden gekozen, maar ook via de manier waarop die woorden klinken.
Dynamiek zorgt voor meer aandacht en relevantie
Het experiment met ritme en dynamiek laat zien dat de manier van spreken invloed kan hebben op de ontvangst van een risicowaarschuwing. In het experiment bleef de inhoud van de waarschuwing gelijk, maar werd gevarieerd met ritme en dynamiek. Vooral die dynamiek bleek van belang. Variatie in volume en nadruk op belangrijke woorden hingen samen met minder verveling, meer interesse en een hogere ervaren relevantie. Daardoor nam ook de bereidheid toe om een falend project bij te sturen.
Voor ritme is het beeld minder eenduidig. Ook ritme vergrootte de ervaren relevantie van de waarschuwing en verminderde verveling. Tegelijkertijd riep ritme ook hoop op. Dat is niet zonder betekenis, omdat hoop kan samenhangen met een grotere bereidheid om de ingeslagen koers voort te zetten, terwijl juist bijsturing nodig kan zijn. Deze bevinding nuanceert het idee dat elk muzikaal element vanzelf helpt om het deaf effect te verminderen. Daarmee laat de studie zien dat stemgebruik niet alleen de vorm van een risicowaarschuwing verandert, maar ook kan beïnvloeden hoe de boodschap wordt geïnterpreteerd.
Angst zet aan tot actie, maar niet zonder risico’s
Het tweede experiment bouwt voort op een onverwachte bevinding uit het eerste experiment. Daar bleek ritme ook de emotie hoop te kunnen oproepen. Dat is relevant, omdat hoop niet vanzelfsprekend past bij een urgente risicowaarschuwing. Hoop kan geruststellen of het idee versterken dat een project nog kan slagen, terwijl een risicowaarschuwing juist bedoeld zou moeten zijn om besluitvormers tot bijsturing te bewegen.
Daarom is in het tweede experiment het contrast tussen hoop en angst onderzocht. In het experiment zijn twee versies van dezelfde risicowaarschuwing opgenomen: een met een hoopvolle toon en een met een angstige toon. Daarbij ging het niet om paniek, maar om angst als emotie die ontstaat wanneer de uitkomst onzeker is en er iets op het spel staat. Met behulp van muzikale elementen in stemgebruik (zoals toonhoogte, tempo, dynamiek en volume) werd geprobeerd deze emoties in de gesproken waarschuwing op te roepen.
Welke verschillen laten de resultaten zien?
De resultaten laten op dit punt een duidelijk verschil zien. Zowel de hoopvolle als de angstige waarschuwing vergrootte de ervaren relevantie van de boodschap. Het verschil zat vooral in de risicoperceptie: alleen de angstige waarschuwing liet het risico zwaarder wegen. Hoop maakte de waarschuwing dus wel relevant, maar gaf niet dezelfde urgentie aan het risico.

Deze bevinding laat zien dat de effectiviteit van een risicowaarschuwing niet alleen afhangt van geloofwaardigheid, onafhankelijkheid, timing en de relatie met de ontvanger, maar dat ook de emotionele toon waarmee de waarschuwing wordt uitgesproken een rol speelt. Die toon kan beïnvloeden of een waarschuwing alleen relevant wordt gevonden of ook de risicoperceptie verhoogt en daarmee de kans vergroot dat de waarschuwing wordt meegewogen.
Auditors zoeken impact, maar bewaken hun geloofwaardigheid
De Q-sortstudie laat zien welke vormen van stemgebruik senior auditors en CAE’s professioneel passend vinden bij risicowaarschuwingen. Deelnemers beoordeelden welke elementen van stemgebruik zij belangrijk vinden om een waarschuwing effectief over te brengen. Uit de analyse kwamen twee perspectieven naar voren: calm conviction en urgent appeal.
Het eerste perspectief legt vooral de nadruk op een rustige en hoopvolle stem, omdat die past bij geloofwaardigheid, onafhankelijkheid en betrouwbaarheid. Deze kenmerken waren voor deze groep auditors van belang voor het communiceren van risicowaarschuwingen. Het tweede perspectief legt meer nadruk op urgentie en het vasthouden van aandacht. In dit perspectief spelen variatie in ritme en dynamiek, onverwachte tempowisselingen en een luide maar niet agressieve stem een grotere rol. De waarschuwing mag nadrukkelijker klinken, zolang de auditor niet gaat overdrijven.
De verschillen tussen beide perspectieven zijn relevant, maar minstens zo belangrijk is de overeenkomst. Auditors en CAE’s wijzen een monotone voordracht af, maar ook een angstige, te emotionele of overdreven aangezette manier van spreken. Daarmee trekken zij een duidelijke grens. Stemgebruik mag een risicowaarschuwing versterken, maar mag geen afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de auditor. Effectieve auditcommunicatie vraagt dus niet om meer expressie zonder meer, maar om een toon die past bij de boodschap, de context en de professionele rol van de auditor.
Effectiviteit botst soms met geloofwaardigheid
De belangrijkste spanning in de dissertatie ontstaat tussen het experiment over hoop en angst en de Q-sortstudie onder auditors en CAE’s. In het experiment verhoogde een angstige toon de risicoperceptie en de bereidheid om in te grijpen bij een falend project.
Een hoopvolle toon deed dat niet op dezelfde manier. In de Q-sortstudie kwam juist een ander professioneel oordeel naar voren: een angstige stem werd eerder gezien als een risico voor de geloofwaardigheid van de auditor, terwijl een hoopvolle of rustige toon beter paste bij een professionele waarschuwing.
Dat verschil is geen inconsistentie, maar juist een belangrijk inzicht. Wat in een experimentele setting effect heeft, kan in de beroepspraktijk te scherp, te emotioneel of te weinig professioneel overkomen. Een auditor moet een besluitvormer niet alleen vandaag overtuigen, maar ook daarna geloofwaardig blijven als adviseur, beoordelaar en tegenspreker. De stem waarmee een waarschuwing wordt uitgesproken, raakt dus niet alleen de impact van de boodschap, maar ook de manier waarop de boodschapper wordt gezien.
Een professioneel dilemma ontstaat
Daarmee lijkt een professioneel dilemma te ontstaan. Auditors willen dat hun risicowaarschuwingen doordringen, maar zij moeten tegelijk hun onafhankelijkheid, rust en betrouwbaarheid bewaken. Een waarschuwing mag urgent klinken, maar geen paniek uitstralen. Zij mag emotie oproepen, maar niet zo dat de auditor zelf minder professioneel overkomt. De inzet van hoop of angst vraagt aldus om afweging: welke toon past bij deze boodschap, deze ontvanger en deze situatie?
Muzikale inzichten zijn bruikbaar, maar niet een-op-een overdraagbaar De laatste bevinding nuanceert de muzikale invalshoek van de dissertatie. Onderzoek naar muziek en psychologie biedt aanknopingspunten voor auditcommunicatie. Muzikale elementen (zoals tempo, ritme, toonhoogte en dynamiek) kunnen invloed hebben op hoe een gesproken waarschuwing overkomt. Daarmee helpen zij om anders naar de hoorbare kant van risicowaarschuwingen te kijken.
Tegelijkertijd laten de literatuurstudie en de Q-sortstudie zien dat deze inzichten niet zonder meer kunnen worden vertaald naar de praktijk van internal auditing. Tempo is daarvan een duidelijk voorbeeld. Ervaren auditors wijzen erop dat een hoog spreektempo de begrijpelijkheid kan verminderen. Ook plaatsen zij vraagtekens bij de veronderstelling dat een lager spreektempo ertoe leidt dat risico’s minder urgent worden ervaren. Muzikaal tempo en spreektempo lijken daarmee niet hetzelfde te zijn.
Dat vraagt om nuance. Muzikale concepten laten zich daarom niet een-op-een vertalen naar auditcommunicatie, maar bieden een kader om stemgebruik bij auditcommunicatie gerichter te onderzoeken en te bespreken.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor de praktijk laat mijn dissertatie zich samenvatten in drie begrippen: aandacht, relevantie en risicoperceptie. Een risicowaarschuwing moet eerst worden opgemerkt, vervolgens als relevant worden gezien en daarna invloed hebben op de inschatting van het risico. Pas dan ontstaat er ruimte voor heroverweging of bijsturing. Voor auditors betekent dit dat het niet alleen de vraag is of de analyse klopt, maar ook of de risicowaarschuwing als risicowaarschuwing wordt ervaren. Een boodschap die inhoudelijk sterk is, maar klinkt als een gewone toelichting, kan in de besluitvorming gemakkelijk te licht worden opgevat. Stemgebruik kan helpen om het verschil hoorbaar te maken tussen informeren en waarschuwen.
Voor auditors betekent dit dat stemgebruik niet losstaat van de manier waarop urgentie en risico worden overgebracht. Niet als vervanging van analyse, onafhankelijkheid of professioneel oordeel, maar als onderdeel van de manier waarop een waarschuwing betekenis krijgt in de besluitvorming. Te veel expressie kan snel overkomen als dramatisch of niet passend bij de rol van auditor. Daarentegen kan te weinig expressie er juist toe leiden dat een waarschuwing onvoldoende urgentie oproept. De opgave zit dus niet in harder spreken of meer emotie toevoegen, maar in een toon die de ernst van het risico hoorbaar maakt, zonder de professionele positie van de auditor te ondermijnen.
De opgave zit dus niet in harder spreken of meer emotie toevoegen, maar in een toon die de ernst van het risico hoorbaar maakt, zonder de professionele positie van de auditor te ondermijnen.
Waarom is meer aandacht voor de mondelinge kant van de auditcommunicatie nodig?
Dat vraagt om meer aandacht voor de mondelinge kant van auditcommunicatie. Internal auditors worden vaak opgeleid in analyseren, rapporteren en interviewen. Minder vanzelfsprekend is dat zij leren hoe zij een waarschuwing uitspreken: waar zij nadruk leggen, welk tempo passend is, wanneer vertraging helpt, hoe dynamiek kan worden gebruikt en hoe de emotionele toon aansluit bij de ernst van het risico. Het gaat daarbij niet om presentatietechniek in engere zin, maar om een auditvaardigheid: leren spreken op een manier die past bij de boodschap, de ontvanger en de rol van auditor.
De aandacht voor stemgebruik heeft ook een luisterkant. Auditors spreken namelijk niet alleen, maar luisteren ook. In interviews kan de manier waarop iemand iets zegt aanvullende informatie geven. Een plotselinge versnelling, een opvallend vlakke toon of een verandering in nadruk kan iets laten zien wat niet direct in de woorden zelf besloten ligt. Dat betekent niet dat auditors op basis van stemgebruik conclusies moeten trekken, maar wel dat zij veranderingen in toon, tempo of nadruk kunnen gebruiken als aanleiding om door te vragen.
Voor wie is dit relevant?
Deze inzichten zijn niet alleen relevant voor internal auditors. Ook andere professionals moeten risico’s, zorgen of slecht nieuws bespreekbaar maken in omgevingen waar de aandacht schaars is en de belangen groot zijn. Dat geldt voor controllers, compliance officers en risk managers, maar net zo goed voor projectleiders, adviseurs en managers.
Voor al deze professionals krijgt een waarschuwing pas waarde wanneer zij wordt meegewogen in de besluitvorming. Stemgebruik is daarbij geen presentatietruc, maar een onderdeel van professioneel handelen, precies op het moment waarop een risico niet alleen moet worden benoemd, maar ook moet doordringen.
Beperkingen en vervolgonderzoek
De bevindingen moeten met enige voorzichtigheid worden gelezen, want de dissertatie richt zich op gesproken risicowaarschuwingen. Dat is een bewuste keuze, omdat juist in mondelinge auditcommunicatie de stem een rol speelt. Tegelijkertijd communiceren auditors uiteraard ook schriftelijk, via rapporten, memo’s en managementletters. Vervolgonderzoek kan daarom nagaan of inzichten uit muziek en stemgebruik ook iets kunnen betekenen voor geschreven auditcommunicatie, bijvoorbeeld wat betreft zinsritme, structuur, nadruk of formulering.
Daarnaast zijn de experimenten uitgevoerd met gesimuleerde projectscenario’s en vooraf opgenomen risicowaarschuwingen. Dat was nodig om ritme, dynamiek, tempo, toonhoogte en emotie gericht te kunnen variëren, terwijl de inhoud van de waarschuwing gelijk bleef. De auditpraktijk is veel minder gecontroleerd dan een scenarioexperiment. In echte situaties spelen voorgeschiedenis, relatie, politieke gevoeligheid, organisatiecultuur, ernst van het risico en stakeholderposities voortdurend mee.
Waarschuwing slechts eenmalig uitgesproken
Een volgende beperking is dat de waarschuwingen in de experimenten eenmalig werden uitgesproken. In de praktijk zijn risicowaarschuwingen vaak onderdeel van een gesprek, waarin auditor en auditee op elkaar reageren. Vervolgonderzoek kan daarom kijken naar echte auditgesprekken of gesimuleerde rollenspellen waarin zichtbaar wordt hoe auditors hun toon, tempo en nadruk aanpassen aan de reactie van de ontvanger.
Ook zijn muzikale elementen niet altijd volledig los van elkaar onderzocht. In het experiment naar hoop en angst zijn bijvoorbeeld meerdere elementen gecombineerd om een bepaalde emotie op te roepen. Daardoor is niet precies vast te stellen welk(e) element, tempo, toonhoogte, dynamiek of ritme in welke situatie het sterkst bijdraagt aan het effect. Dat vraagt om nader onderzoek naar afzonderlijke elementen en hun samenhang. Denk bijvoorbeeld aan de vraag wanneer tempo helpt, wanneer dynamiek helpt en wanneer een emotionele toon juist averechts werkt.
Context was beperkt
Een laatste beperking betreft de context waarin de risicowaarschuwing is onderzocht. De experimenten richten zich op gesproken risicowaarschuwingen binnen IS-projecten. Daardoor is niet zonder meer vast te stellen of dezelfde effecten ook optreden in andere projectcontexten, zoals infrastructuurprojecten, verandertrajecten of strategische programma’s.
De aard van het project, de risico’s, de belangen en de betrokken besluitvormers kunnen invloed hebben op de manier waarop stemgebruik wordt ontvangen. Ook de relatie tussen auditor en auditee, de emotionele staat van de ontvanger en culturele of talige verschillen kunnen daarbij een rol spelen.
Deze beperkingen maken de bevindingen niet minder relevant, maar markeren wel de grenzen van het onderzoek. Stemgebruik doet ertoe, maar de passende toon hangt af van boodschap, context, relatie en professioneel oordeel.
Tot besluit: Waarom stopt communicatie over risico’s niet bij de analyse?
Communicatie over risico’s houdt niet op bij de juiste analyse. Risicowaarschuwingen moeten inhoudelijk kloppen, maar zij moeten ook zo worden overgebracht dat zij betekenis krijgen in de besluitvorming. Dat vraagt om aandacht voor de ontvankelijkheid van de besluitvormer, de emotionele lading van de risicowaarschuwing en de manier waarop de auditor de boodschap uitspreekt.
Met mijn dissertatie en dit artikel pleit ik niet voor het vervangen van vakinhoud, onafhankelijkheid of een professioneel oordeel door stemgebruik. Integendeel: die blijven de basis. Stemgebruik is een professionele factor die mede kan bepalen of een risicowaarschuwing wordt ervaren als een gewone mededeling of als een signaal dat om heroverweging vraagt. Voor auditors betekent dit dat zij er niet alleen voor moeten zorgen dat analyse en bevinding kloppen, maar ook dat de risicowaarschuwing zo wordt overgebracht dat zij kan worden meegewogen en waar nodig tot bijsturing leidt.
Tot slot: hoewel dit onderzoek is uitgevoerd binnen internal audit, zijn de inzichten ook relevant voor professionals die risico’s, zorgen of slecht nieuws onder de aandacht moeten brengen. Een waarschuwing die niet doorwerkt in de besluitvorming, blijft uiteindelijk slechts geluid.
Literatuur/bronnen
- Arena, M., & Azzone, G. (2009). Identifying organizational drivers of internal audit effectiveness. International Journal of Auditing, 13(1), 43-60. https://doi.org/10.1111/j.1099-1123.2008.00392.x
- Benschop, N., Nuijten, A. L. P., Hilhorst, C. A. R., & Keil, M. (2022). Undesirable framing effects in information systems projects: Analysis of adjective usage in IS project business cases. Information and Management, 59(3), Article 103615. https://doi.org/10.1016/j.im.2022.103615
- Cohen, S. D., Wei, T., DeFraia, D., & Drury, C. (2010). The music of speech: Layering musical elements to deliver powerful messages. Relevant Rhetoric, 2, 1-24.
- Coutinho, E., & Dibben, N. (2013). Psychoacoustic cues to emotion in speech prosody and music. Cognition and Emotion, 27(4), 658-684. https://doi.org/10.1080/02699931.2012.732559
- Cuellar, M. J., Keil, M., & Johnson, R. D. (2006). The deaf effect: Response to bad news reporting in information systems projects. e-Service Journal, 5(1), 75-97. https://doi.org/10.2979/esj.2006.5.1.75
- Douek, J. (2013). Music and emotion: A composer’s perspective. Frontiers in Systems Neuroscience, 7:82. https://doi.org/10.3389/fnsys.2013.00082
- Drogalas, G., Karagiorgos, T., & Arampatzis, K. (2015). Factors associated with internal audit effectiveness: Evidence from Greece. Journal of Accounting and Taxation, 7(7), 113-122. https://doi.org/10.5897/JAT2015.0182
- Endaya, K. A., & Hanefah, M. M. (2016). Internal auditor characteristics, internal audit effectiveness, and moderating effect of senior management. Journal of Economic and Administrative Sciences, 32(2), 160-176. https://doi.org/10.1108/JEAS-07-2015-0023
- Erasmus, L., & Coetzee, P. (2018). Drivers of stakeholders’ view of internal audit effectiveness: Management versus audit committee. Managerial Auditing Journal, 33(1), 90-114. https://doi.org/10.1108/MAJ-05-2017-1558
- Juslin, P. N., & Laukka, P. (2003). Communication of emotions in vocal expression and music performance: Different channels, same code? Psychological Bulletin, 129(5), 770-814. https://doi.org/10.1037/0033-2909.129.5.770
- Kahneman, D., & Tversky, A. (1979). Prospect theory: An analysis of decision under risk. Econometrica, 47(2), 263-291. https://doi.org/10.2307/1914185
- Keil, M. (1995). Pulling the plug: Software project management and the problem of project escalation. MIS Quarterly, 19(4), 421-447. https://doi.org/10.2307/249627
- Keil, M., & Robey, D. (2001). Blowing the whistle on troubled software projects. Communications of the ACM, 44(4),87-93. https://doi.org/10.1145/367211.367274
- Kroon, M. B. R., Van Kreveld, D., & Rabbie, J. M. (1992). Group versus individual decision making: Effects of accountability and gender on groupthink. Small Group Research, 23(4), 427-458. https://doi.org/10.1177/1046496492234001
- Lee, J. S., Cuellar, M. J., Keil, M., & Johnson, R. D. (2014). The role of a bad news reporter in information technology project escalation: A deaf effect perspective. ACM SIGMIS Database, 45(3), 8-29. https://doi.org/10.1145/2659254.2659256
- Lenz, R., & Sarens, G. (2012). Reflections on the internal auditing profession: What might have gone wrong? Managerial Auditing Journal, 27(6), 532-549. https://doi.org/10.1108/02686901211236382
- Marler, L. E., McKee, D., Simmering, M., & Allen, D. G. (2012). Don’t make me the bad guy: Organizational norms, selfmonitoring,
- and the mum effect. Journal of Managerial Issues, 24(1), 97-116.
- Mihret, G. D., & Yismaw, W. A. (2007). Internal audit effectiveness: An Ethiopian public sector case study. Managerial Auditing Journal, 22(5), 470-484. https://doi.org/10.1108/02686900710750757
- Moosa, I. A., & Ramiah, V. (2017). The financial consequences of behavioural biases. Springer International Publishing. https://doi.org/10.1007/978-3-319-69389-7
- Nuijten, A., Keil, M., & Commandeur, H. (2016). Collaborative partner or opponent: How the messenger influences the deaf effect in IT projects. European Journal of Information Systems, 25(6), 534-552. https://doi.org/10.1057/ejis.2016.6
- Nuijten, A., Keil, M., Sarens, G., & Van Twist, M. (2019). Partners or opponents: Auditor-manager relationship dynamics following the deaf effect in information system projects. Managerial Auditing Journal, 34(9), 1073-1100. https://doi.org/10.1108/MAJ-02-2018-1811
- Ocasio, W. (1997). Towards an attention-based view of the firm. Strategic Management Journal, 18(S1), 187-206.
- Park, C., Im, G., & Keil, M. (2008). Overcoming the mum effect in IT project reporting: Impacts of fault responsibility and time urgency. Journal of the Association for Information Systems, 9(7), 409-431. https://doi.
- org/10.17705/1jais.00163
- Sarens, G. (2009). Internal auditing research: Where are we going? Editorial. International Journal of Auditing, 13(1), 1-7. https://doi.org/10.1111/j.1099-1123.2008.00387.x
- Sawyer, L. B. (1995). An internal audit philosophy. Internal Auditor, 52, 46-55.
- Simon, H. A. (1997). Administrative behavior: A study of decision-making processes in administrative organizations (4th ed.). Free Press.
- Sleesman, D. J., Conlon, D. E., McNamara, G., & Miles, J. E. (2012). Cleaning up the big muddy: A meta-analytic review of the determinants of escalation of commitment. Academy of Management Journal, 55(3), 541-562. https://doi.org/10.5465/amj.2010.0696
- Tuckman, B. W. (1991). The development and concurrent validity of the procrastination scale. Educational and Psychological Measurement, 51(2), 473-480. https://doi.org/10.1177/0013164491512022
- Yap, L. (2025). The sound of warnings: A musical approach to internal audit effectiveness [Master’s thesis, Open University of the Netherlands]. https://doi.org/10.71583/20251121LY
Bron: Tijdschrift M&O
Door: Leon Yap
Dr. L.A. Yap RO is auditor, adviseur en onderzoeker op het gebied van auditing, risicomanagement en governance. Hij is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de University of Pretoria. Daarnaast is hij lid van de review board van ISACA Nederland en bestuurslid van de European Internal Audit and Corporate Governance Conference.








