Content maken als redacteur of marketeer, ik deed het, en ik doe het. En vroeger, zeg maar tot 2 jaar geleden, ging het ongeveer zo: ik zocht een paar relevante zoektermen, bouwde daar coherente zinnen omheen, maakte tussenkopjes, legde linkjes, en volgde de andere SEO-regels, en een paar dagen later stond er een artikel op plek 1 in Google. Een kunstje dat werkte. Tot AI kwam, met de AI-overzichten boven de zoekresultaten. Opeens werkte SEO niet zo goed meer. Het moest anders. Van SEO naar GEO dus.
Wat is GEO?
GEO staat voor Generative Engine Optimisation. En als je dat plat slaat, betekent het: je content zo maken dat generatieve AI-systemen en Large Language Models (LLM’s) die goed kunnen vinden, begrijpen en gebruiken in hun antwoorden. Of, nog platter: zorgen dat ChatGPT, Gemini en andere AI-tools jou als bron willen gebruiken. Maar hoe dan? De eerste tip is: Neem als online redacteur of marketeer de mens weer als uitgangspunt voor je teksten, niet de machine.
Want anders kom je weer in de situatie dat je drie uur hebt zitten zwoegen op een artikel of AIDA-tekst, waarbij je ChatGPT hebt geraadpleegd om te sparren over zoekwoorden, je hebt een beetje je expertise laten zien, gepoogd autoriteit uit te stralen, en betrouwbaar te zijn. Maar dan gebeurt er helemaal niks met je tekst. Je manager vindt de tekst geweldig, want het volgt alle SEO-regeltjes waar die vaag mee bekend is. Maar uiteindelijk heeft zelfs je moeder of je partner je tekst niet gelezen. En is het niet meer vindbaar in Google, én wordt het niet geciteerd door AI. En dat is niet leuk. Voor niemand niet.
Welkom in de nieuwe wereld van schrijven voor AI. Schrijven om geciteerd te worden door AI. En als je wilt schrijven om geciteerd te worden door AI, moet je niet beginnen bij AI. Je moet beginnen bij mensen. Ik herhaal het nog maar even, omdat het ook de centrale gedachte is van mijn boek Van fillercontent naar killercontent – Winnen in Google en AI. Ik noem het de Mensregel: maak content waar mensen daadwerkelijk iets aan hebben.
Hoe zorg je ervoor dat AI jouw content citeert?
AI-tools als ChatGPT en Gemini proberen een bruikbaar antwoord te formuleren op een vraag. Daarvoor hebben ze informatie nodig die duidelijk, concreet en betrouwbaar is. En die ze daardoor kunnen citeren. Dat lijkt nieuw, maar eigenlijk is dat helemaal niet nieuw. Want mensen wilden altijd al antwoord op prangende vragen. Vroeger werden die vragen mondeling beantwoord, daarna in steen gebeiteld, later op papyrusrollen geschreven, toen op papier gedrukt, en de laatste decennia worden alle vragen en antwoorden online gezet.
Terug naar de journalistiek van 1926
En nog minder revolutionair: journalisten hebben al jaren en jaren een trucje om dat te doen. Als je een krant uit 1926 openslaat, zie je hetzelfde mechanisme als wanneer je nu een (goed) journalistiek artikel online leest: er wordt antwoord gegeven op de 5W’s en de H:
- Wie
- Wat
- Waar
- Wanneer
- Waarom
- Hoe
En die belangrijke informatie het liefst al in het begin van je tekst. De context, en verdere antwoorden op vragen volgen later in de tekst. Maar kom gelijk tot de kern.
In mijn boek vergelijk ik dat met de klassieke omgekeerde piramide. De kernboodschap staat bovenaan, daarna volgt de verdieping. Voor een ongeduldige menselijke lezer werkt dat prettig. En voor machines die proberen te achterhalen waar een tekst over gaat toevallig ook. En daar is een term voor waarmee je managers kunt imponeren: answer-first writing.
Geef eerst antwoord en ga daarna pas vertellen
Stel dat iemand zoekt op: Hoe schrijf ik content die door ChatGPT wordt geciteerd? Niet geheel toevallig gaat dit artikel daarover, dus ik weet heel goed hoe je dan niet begint: ‘De snelle ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie hebben de afgelopen jaren een enorme impact gehad op de wijze waarop organisaties hun contentstrategie vormgeven.’ Dat is namelijk een vrij nietszeggende, door AI gegenereerde rij woorden die achter elkaar staan: fillercontent dus.
Maar het antwoord op de vraag: hoe word je geciteerd door AI is wel: Geef direct antwoord op vragen die echte mensen daadwerkelijk hebben. Stel die vraag letterlijk in je artikel, en schrijf het antwoord daar direct onder. Ondersteun dat waar nodig met feiten afkomstig van betrouwbare bronnen, of experts. En dan ziet zowel de mens als AI dat er echte kennis en ervaring achter het antwoord zit.
Is je tekst klaar om geciteerd te worden? Deze vragen helpen.
En daarna kun je verder gaan uitweiden over waarom dat antwoord klopt. En moet je het netjes volgens de SEO-regels vormgeven. Met tussenkopjes, interne linkjes, opsommingslijstje, korte zinnen, en alinea’s waarin ritme zit. En in mijn boek heb ik een aantal extrahandige vragen staan die helpen om te controleren of je tekst goed is:
- Staat het belangrijkste antwoord direct onder de tussenkop?
- Begrijpt iemand binnen tien seconden wat hij eraan heeft?
- Zou AI het blok gemakkelijk kunnen citeren?
- En klinkt het als behulpzaam advies of als verkoopjargon?
Die laatste vraag vind ik misschien wel de belangrijkste.
Meer factual density, minder managementbullshit
Nog eentje voor je volgende managementvergadering waarin je bullshittermen kunt noemen: factual density is belangrijk.
Het betekent simpel gezegd dat je de informatiedichtheid van je content verhoogt. Gebruik concrete feiten, cijfers, voorbeelden, namen, bronnen en vergelijkingen in plaats van algemeenheden. Hier op Boom Management schrijf ik bijvoorbeeld over leiderschap. Ik zou dan een prompt kunnen geven aan AI over de beste aanpak van leiderschap. En dan komt er een antwoord als: Onze unieke leiderschapsaanpak zorgt voor optimale verbinding en creëert duurzame impact in een voortdurend veranderende wereld.
Ik weet na deze zin nog steeds helemaal niets.: fillercontent dus.
Zo wordt het killercontent
Ik kan ook iets anders vertellen: Wij trainen al onze leiders in dienend leiderschap. Zowel de managers als de medewerkers gaan daarvoor 3x per jaar minstens een week op cursus bij erkende experts als Inge Nuijten. Sindsdien is de medewerkerstevredenheid met 15% gestegen, is de omzet met 21% omhoog gegaan, en is het ziekteverzuim gedaald van 6% naar 2%.
Dat is niet alleen prettiger voor je menselijke lezer, maar ook voor AI die natuurlijk staat te popelen om jouw content te citeren. En dan komt er weer een belangrijke term – ja deze keer echt – om de hoek kijken: EEAT. Experience, Expertise, Authoritativeness en Trustworthiness. Ik vind het een verschrikkelijke term, omdat ik Authoritativeness niet goed kan uitspreken, en daar dus Autoriteit van maak.
Weer vier woorden waarmee je uitstekend indruk kunt maken op je manager. Maar er zit een bloedserieus principe achter: wie beweert dit en waarom zou ik die persoon geloven? Want dat is waar het om gaat: je info moet kloppen.
Van SEO naar GEO betekent niet dat SEO dood is
GEO staat dus voor Generative Engine Optimization: content zo maken dat generatieve AI-systemen die kunnen vinden, begrijpen en gebruiken. Maar daarvoor hoef je je oude SEO-kennis niet uit te schakelen, zoals ik al aangaf. Want SEO vormt de basis voor GEO. Goede structuur, betekenisvolle koppen, relevante zoektermen, interne en externe links, bronnen en technisch fatsoenlijke pagina’s blijven belangrijk.
Alleen verandert het gewenste resultaat. Eerst wilde je een bezoeker verleiden om naar je website te klikken. Nu wil je ook dat jouw tekst de bron is die AI citeert. En dat is iets anders.
De grootste GEO-truc is dus geen GEO-truc
Het internet wordt momenteel overspoeld door teksten die met AI zijn gemaakt. Iedere Jan Doedel denkt dat hij (of zij) een geweldige tekst kan maken door maar de juiste prompt te geven aan AI. En dan krijg je doodsaaie, technisch correcte fillercontent. Echt niemand wordt er blij van.
AI reproduceert razendsnel wat er al bekend is. Wat jij eraan kunt toevoegen, is wat niet reproduceerbaar is: jouw ervaring, observatie, interview, onderzoek, mening, voorbeeld of verhaal. Zoals dat ik begon met mijn boek, omdat ik een training op mijn laptop vond, die ik was vergeten: SEO in 30 minuten. Toen dacht ik: Kan ik ook niet een training: GEO in 30 minuten maken? Daar begon ik enthousiast aan, maar dat mondde dus uit in een boek. En de training volgt nog natuurlijk.
En een boek schrijven, is eigenlijk ook een vorm van killercontent maken. Want, daarom schrijf ik ook aan het eind van mijn boek: ‘De machines worden moderner, maar de behoefte aan goede, echte verhalen, of waardevolle content, is tijdloos.’

Nog 1 keer het antwoord op de prangende vraag
Dus om nog 1 keer antwoord te geven op de vraag waar het allemaal mee begon: Wil je schrijven om geciteerd te worden door AI? Ga dan niet schrijven voor AI. Beantwoord de vraag van je lezer. Kom snel tot de kern. Gebruik feiten. Noem je bronnen. Laat zien wie de expert is. Voeg echte ervaring toe. Zorg dat je tekst technisch en inhoudelijk goed gestructureerd is.
En vraag je vervolgens af: zou ik hier als mens iets aan hebben? Is het antwoord ja?
Dan heb je waarschijnlijk ook iets gemaakt waar een machine iets mee kan. En dan kun je je manager vertellen dat je bezig was met human-centric GEO optimization through answer-first factual-density architecture. Klinkt een stuk duurder, dus daar is die vast van onder de indruk.
Bron: Van fillercontent naar killercontent
Door: Eduard van Brakel



