Over ‘Veranderen voor de toekomst’ als taalgebeurtenis
Sinds Jaap Boonstra de titel bekendmaakte van het boek waarin ook mijn hoofdstuk zou verschijnen, intrigeert het me. Veranderen voor de toekomst. Het is een titel die zich op het eerste gezicht nauwelijks laat bevragen. Integendeel, er gaat iets licht aantrekkelijks van uit. Alsof er een richting wordt geboden waartegen moeilijk bezwaar te maken valt. Iets vanzelfsprekends als: wie wil er nou niet voor de toekomst veranderen? Alsof het haast om een ‘nobel’ iets gaat.
Juist die vanzelfsprekendheid maakt dat de woorden blijven hangen en ook mijn verwondering ‘triggeren’. Alsof er iets gebeurt in de titel zelf, nog voordat er ook maar één bladzijde is gelezen. Die verwondering werk ik uit in onderstaande mijmeringen.
‘Voor’
Mijn verwondering begint bij ‘voor’, dat kleine woord in de titel. Het lijkt onschuldig, maar er zit meer in dan het prijsgeeft. Voor kan betekenen: vóórdat de toekomst zich aandient. In die lezing veranderen we nu, zodat de toekomst straks anders zal zijn. Dat klinkt logisch. En toch schuurt er iets. De toekomst is immers dat wat nog niet is. Wat veranderen we dan precies?
Niet de toekomst, maar het heden. Of preciezer: het heden onder de naam van de toekomst. De toekomst fungeert dan minder als bestemming dan als legitimatie. We spreken over wat nog moet komen, maar herschikken ondertussen wat er al is.
Voor kan ook betekenen: ten behoeve van. Dan verandert de formulering subtiel van karakter. We veranderen voor de toekomst, alsof de toekomst een belang heeft, alsof zij ergens op wacht. Dat is een merkwaardige gedachte. De toekomst heeft geen stem, geen voorkeur, geen recht. Zij kan ons niets vragen en niets verwijten. En toch behandelen we haar alsof zij een partij is in het gesprek. Alsof zij ontvanger is van onze inspanningen.
Daarmee wordt de toekomst tot iets gemaakt wat zij niet is: een instantie waaraan wij ons handelen kunnen ophangen.
Wat daarbij opvalt, is dat de toekomst zelden leeg blijft. Wanneer we spreken over veranderen voor de toekomst, verschijnt er impliciet een beeld. Beter, sneller, rechtvaardiger, duurzamer. Het is precies dat beeld dat de formulering zo aantrekkelijk maakt. Zij biedt niet alleen richting, maar ook geruststelling. Dat het handelen van nu ergens toe leidt – en dat wij daaraan kunnen bijdragen.
Blik gericht op wat nog moet komen
Misschien is dat ook waarom deze taal zo goed past bij de hedendaagse organisatie- en veranderpraktijk. De blik is voortdurend gericht op wat nog moet komen. Morgen, of liever nog: overmorgen. Het heden wordt in die beweging gemakkelijk een doorgangsruimte. Het doet denken aan het lied Tomorrow People van Ziggy Marley, waarin de vraag klinkt waar het verleden gebleven is, en hoe lang deze gerichtheid op morgen eigenlijk vol te houden is. ‘Tomorrow People, How long will you last?’, vraagt hij zich af. De hedendaagse morgenmens als menssoort die mogelijk ooit verdwijnt.
Er zit nog een andere laag onder die zich pas liet zien toen ik de titel iets langer liet liggen. Alles wat gebeurt, gebeurt immers vóór de toekomst. Elk moment dat zich voltrekt, gaat noodzakelijkerwijs vooraf aan wat daarop volgt. In die zin is elke verandering een verandering voor de toekomst. De formulering voegt dan niets toe, en toch gebruiken we haar niet voor alles. We reserveren haar voor bepaalde veranderingen, die we daarmee van een bijzonder gewicht voorzien.
Daarmee verschuift de betekenis. Niet alles wat verandert, verandert “voor de toekomst”, maar alleen datgene wat we als zodanig willen erkennen.
Tijdspolitiek
Juist daar gebeurt weer iets interessants. Vrij naar Zygmunt Bauman zou je kunnen zeggen dat veranderen voor de toekomst een vorm van ‘tijdspolitiek’ is. Het verplaatst niet alleen een taak, maar herschikt ook wat zich in het heden mag aandienen. Wat ongemakkelijk is, wat nog niet goed te dragen valt, wat spanning oproept, kan worden opgenomen in een beweging richting iets dat nog moet komen.
De toekomst fungeert dan niet alleen als doel, maar ook als uitwijkruimte.
Dat heeft consequenties. Want wat op die manier naar de toekomst wordt verplaatst, verdwijnt niet. Het wordt op afstand gehouden, onder een andere naam. En juist daardoor kan het zich onttrekken aan de eisen van het heden. Het hoeft nog niet genomen te worden zoals het zich aandient. De taal van de toekomst verzacht en structureert tegelijk. Zij maakt handelen mogelijk, maar ook het uitstellen van wat zich misschien al aandient.
Tegen die achtergrond krijgt een eenvoudige observatie een zekere scherpte:
Vandaag is het morgen dat je gisteren werd beloofd.
De toekomst verplaatst zich
Wat gisteren nog toekomst was, verschijnt vandaag als heden. En wat vandaag opnieuw als toekomst wordt benoemd, zal zich morgen op dezelfde manier aandienen. De toekomst blijft zich verplaatsen, omdat zij geen plaats heeft buiten de tijd waarin wij spreken.
Misschien is dat uiteindelijk wat deze titel zo interessant maakt. Hij doet meer dan hij op het eerste gezicht lijkt te zeggen. Veranderen voor de toekomst beschrijft niet alleen een intentie, maar vormt ook een manier van spreken waarin wordt besloten wat als aanwezig geldt en wat nog niet.
In die zin is het minder een opdracht aan de toekomst, en meer een taalgebeurtenis* in het heden.
Wie in die woorden spreekt, spreekt niet alleen over wat moet komen, maar ook over wat nog even buiten beeld mag blijven.
En misschien is dat precies waar de aantrekkingskracht vandaan komt.
Niet alleen omdat de toekomst lonkt,
maar ook omdat het heden zich, heel even, laat herschikken.
* Voor een introductie en uitwerking van dat begrip, zie mijn hoofdstuk in het boek Veranderen voor de Toekomst.
Door: Jorrit Stevens
Over de auteur
Drs. Jorrit Stevens is denkadviseur voor bestuur en directie. Hij wordt gevraagd wanneer organisaties vastlopen in hun eigen vanzelfsprekendheden en wanneer besluitvorming vraagt om herbezinning in plaats van nieuwe interventies.
In zijn werk onderzoekt hij hoe taal en denken bepalen wat zichtbaar wordt – en wat niet – in vraagstukken rond strategie, leiderschap en organisatie(verandering).
Stevens is mede-auteur van Veranderen voor de toekomst, onder redactie van Jaap Boonstra en Marjo Dubbeldam. Hij schreef daarin het hoofdstuk De denkadviseur verandert niets. En niets blijft onveranderd.
drs. Jorrit Stevens
Meer via: DENKADVISEREN.NL & www.AcademieVoorVerwondering.org








