Waarom organisaties wendbaarheid vaak verwarren met crisismanagement, en hoe het EMCC-model rust brengt in onvoorspelbare tijden.
In een economie die gedomineerd wordt door razendsnelle technologische veranderingen, maatschappelijke verschuivingen en grillige marktdynamiek, is wendbaarheid het toverwoord geworden in vrijwel elke boardroom. Maar wat betekent het om als organisatie daadwerkelijk wendbaar te zijn? Is elke onderneming gebaat bij een permanente staat van transformatie, of verwarren we wendbaarheid simpelweg met incidenteel crisismanagement? In de Boom Management Podcast gaat Eduard van Brakel hierover in gesprek met organisatieadviseur en auteur Mark Nijssen. Met zijn boeken Organisatie Ontwerpatelier en Organiseren op je Voorvoeten biedt Nijssen een helder en realistisch kader voor leiders die balans zoeken tussen de waan van de dag en een doordacht organisatieontwerp.
Dit interview in 30 seconden
- Organisaties verwarren wendbaarheid vaak met crisismanagement, waardoor duurzame oplossingen ontbreken.
- Het EMCC-model biedt vier pijlers van wendbaarheid: Energie, Manier van werken, Capaciteit en Context.
- Wendbaarheid vereist balans tussen inspanning en ontspanning; leiders moeten het kader voor wendbaarheid duidelijk definiëren.
- Managers moeten belemmeringen afbreken en de verbinding met de identiteit van de organisatie versterken voor flexibiliteit.
- Wendbaarheid is geen magie, maar een continue balans tussen stabiliteit en verandering.
De tennisser op de voorvoeten: Een doeltreffende metafoor
Het beeld van een organisatie die op haar voorvoeten staat, is ontleend aan de topsport. Nijssen legt uit dat een tennisser, volleyballer of bokser nooit op zijn hakken afwacht. ‘Als je op je hakken staat, kun je niet snel reageren, terwijl als je een beetje op de voorkant van je voeten staat, kun je sneller reageren.’ De tegenstander aan de overkant van het net serveert immers onvoorspelbaar: hard, zacht, links of rechts.
Toch waarschuwt Nijssen leidinggevenden direct voor doorslaan in deze vergelijking. ‘Wendbaarheid is geen aan en uitknop, maar de mate van wendbaarheid die past bij de mate van onvoorspelbaarheid die je ervaart.’ Niet elk onderdeel van een organisatie hoeft immers op de voorvoeten te staan. Financiële administraties, juridische afdelingen of logistieke kernprocessen hebben vaak juist baat bij stabiliteit en rust.
Bovendien moeten leidinggevenden zichzelf eerst een kritische vraag stellen voordat ze hun hele organisatiestructuur overhoop halen: is de wereld daadwerkelijk zo onvoorspelbaar, of ben je simpelweg slecht in voorspellen? Als marktontwikkelingen twee tot drie jaar van tevoren aan zien te komen, zoals demografische vergrijzing of structurele krapte op de arbeidsmarkt, moet je volgens Nijssen geen wendbaarheid veinzen, maar tijdig de juiste inhoudelijke maatregelen nemen.
De illusie van de coronacrisis en de valkuil van kramp
Veel organisaties keken na de pandemie trots terug op hun flexibiliteit. Nijssen plaatst daar kanttekeningen bij. Hoewel bedrijven ad hoc moesten opschalen of digitaal moesten gaan werken, was er in veel gevallen sprake van crisismanagement in plaats van duurzame wendbaarheid. ‘Als je medewerkers na zo een periode op hun tandvlees lopen en moe zijn, dan heb je de crisis weliswaar overleefd, maar ben je niet duurzaam wendbaar gebleken.’
Net zoals een topatleet geen drie dagen achtereen op zijn voorvoeten kan balanceren zonder kramp te krijgen, kan een organisatie niet continu in een hoogste staat van paraatheid verkeren. Echte wendbaarheid vereist een voortdurende balanceeract tussen inspanning en ontspanning, en tussen flexibiliteit en een stevige verankering.
Het EMCC model: De vier pijlers van wendbaarheid
Om te voorkomen dat wendbaarheid een holle beleidsterm wordt, ontwikkelde Nijssen op basis van wetenschappelijk onderzoek bij zes casestudies en een survey onder 1500 leidinggevenden het zogeheten EMCC model. Dit model rust op vier onderlinge lagen:
- Energie: De drijvende en verbindende kracht tussen mensen. Energie ontstaat primair wanneer medewerkers zich verbonden voelen met de identiteit en de hogere intentie van de organisatie. ‘Mensen willen hun bed niet uitkomen om simpelweg schroefjes aan te draaien, maar wel om levens te redden.’
- Manier van werken: De ongeschreven regels en cultuur die de energie kanaliseren. Het gaat hierbij om gedrag zoals elkaar helpen over afdelingsgrenzen heen, kennis delen en het vieren van de gezonde rebel die bestaande procedures durft aan te kaarten (‘vier de rebel’).
- Capaciteit: Het vermogen om mensen, kennis en middelen vrij te laten stromen. Nijssen pleit ervoor om capaciteit onbegrensd te zien: niet alleen de mensen op de loonlijst, maar de hele community of sector rondom de organisatie. Interne schotten, zoals interne verrekenprijzen als afdeling A afdeling B helpt, blokkeren deze doorstroming stevig.
- Context: Het feitelijke organisatieontwerp. Als de structuur goed is gekozen, merk je die nauwelijks. Sluit de context echter niet aan bij de realiteit, dan ontstaat er frictie. Standaardisatie, heldere procedures en data analyse zijn binnen deze context juist cruciaal om besluitvorming te versnellen en willekeur te voorkomen.
5 Praktische tips voor managers en leidinggevenden om wendbaarheid te organiseren
- Start met de waarom vraag en definieer wendbaarheid: Ga de dialoog aan met je team over wat wendbaarheid specifiek betekent voor jouw afdeling. Laat het geen vage term in de meerjarenplannen blijven.
- Zorg voor een stabiele thuisbasis en een sterke identiteit: Medewerkers kunnen pas flexibel vliegen als ze een veilig anker hebben om te landen en op te laden. Verbinding met de bedoeling van de organisatie brengt de nodige rust.
- Breek interne schotten en belemmeringen af: Schrap belemmerende regels zoals interne kostprijsberekeningen wanneer collega’s elkaar afdelingsoverschrijdend helpen. Zie informele netwerkbijeenkomsten als een strategische investering in wendbaarheid.
- Vier de rebel en waardeer lange dienstverbanden: Bekijk kritische medewerkers niet als lastpakken, maar als waardevolle signaalgevers. Ervaren krachten die weten wat er in het verleden misging, versnellen de besluitvorming.
- Bewaak de balans tussen inspanning en ontspanning: Voorkom kramp in de organisatie. Bepaal wanneer je actief op de voorvoeten moet staan en wanneer de organisatie moet herstellen om duurzaam te kunnen blijven presteren.
Wat is wendbaarheid uiteindelijk?
Wendbaarheid is geen magie, maar een constante balanceeract tussen houvast en beweging. Door niet alleen te focussen op incidenteel crisismanagement, maar bewust te bouwen aan energie, ondersteunende structuren en verankerde waarden, kunnen leiders hun organisatie klaarmaken voor elke onvoorspelbare toekomst.
Beluister de podcast:
Over Mark Nijssen
Mark Nijssen is organisatieadviseur en auteur van onder meer de boeken Organisatie Ontwerpatelier en Organiseren op je Voorvoeten. Hij begeleidt organisaties en leiders bij het vormgeven van wendbare structuren, doordachte organisatieontwerpen en het vergroten van aanpassingsvermogen in dynamische markten.
Door: Eduard van Brakel








