Je ergert je aan een collega, wilt iets bespreekbaar maken, maar op het moment suprême zeg je toch maar niets. Of je verpakt je boodschap zo voorzichtig dat de kern verloren gaat. Waarom vinden we het zo spannend om ons werkelijk uit te spreken? In dit artikel laten Rob Hermsen en Peggy Bouchoms zien hoe angst ons lastige gesprekken laat vermijden en hoe we ongemerkt in allerlei ‘spelletjes’ terechtkomen. De oplossing is niet om die angst kwijt te raken, maar om haar te leren verdragen en tóch het gesprek aan te gaan.
Dit artikel in 30 seconden
- We spreken collega’s vaak niet aan uit angst voor conflict, afwijzing of een verstoorde relatie.
- Door die spanning gaan we gesprekken uit de weg, stellen we ze uit of maken we onze boodschap onnodig voorzichtig.
- Ook de ander kan vanuit angst reageren, bijvoorbeeld door aan te vallen, zich te verdedigen of terug te trekken.
- Zo kan een gesprek veranderen in een ‘spel’ waarin beide partijen vooral hun eigen kwetsbaarheid proberen te beschermen.
- De uitweg is niet wachten tot de spanning verdwijnt, maar leren het ongemak te verdragen en toch te handelen vanuit waarden als eerlijkheid en verbinding.
- Wie zijn eigen angst durft te benoemen, maakt ruimte voor een opener en werkelijk gesprek.
Angst om iemand aan te spreken
Over de angst om anderen aan te spreken en de spelletjes die we spelen om er omheen te draaien
Je zit in een overleg en ergert je al een tijdje aan iets wat een collega doet. Je vindt dat je er eigenlijk iets van moet zeggen. Niet om die ander de rug toe te keren, integendeel, je wil het bespreekbaar maken om de samenwerking goed te houden. Toch gebeurt er iets zodra het moment dichterbij komt. Je voelt spanning en begint te twijfelen. Is dit wel belangrijk genoeg? Misschien stel ik me aan. Wat als hij zich aangevallen voelt? Straks wordt het ongemakkelijk tussen ons.
Dus je draait eromheen met vage bewoordingen, of je begint de boodschap te verzachten. Of je denkt ‘laat maar’ en je zegt niets.
Dat is waar het vijfde hoofdstuk in ons boek Bang omdat het kan! over gaat: hoe om te gaan met de angst die ontstaat wanneer we op het punt staan ons werkelijk uit te spreken. Het onderwerp komt ook terug in onze podcast, het bijbehorende muziekalbum en in onze theatervoorstelling: allemaal te vinden onder dezelfde naam: Bang omdat het kan!
Waarom zeggen wat je vindt zo spannend is
Veel mensen vinden het lastig om anderen aan te spreken. Niet omdat ze niets te zeggen hebben, maar omdat ze bang zijn voor wat er gebeurt als ze het echt zeggen. We zijn sociale wezens en een gesprek is nooit alleen een uitwisseling van informatie. Er staat ook een relatie op het spel.
Wat als ik iets verkeerd zeg? Wat als de ander zich aangevallen voelt? Wat als ik de sfeer verpest? Wat als hij daarna anders naar mij kijkt?
Meestal stellen we onszelf die vragen niet zo letterlijk. We voelen vooral het ongemak dat erbij hoort. En omdat ongemak niet fijn is, gaan we eromheen bewegen. We verpakken onze boodschap, verzachten hem zo sterk dat niemand meer begrijpt wat we bedoelen, stellen het gesprek uit of zeggen helemaal niets. Hoe goed je ook hebt geleerd feedback te geven: er hoort angst bij en ons angstmanagement duwt ons ervan weg, compleet met allerlei denkwerk waarmee je dat innerlijk goedpraat voor jezelf. (Dit is in onze ogen trouwens ook de reden waarom trainingen feedback geven vaak niet erg goed werken: ze leren je meestal niet om de onvermijdelijke angst aan te kijken die hoort bij feedbacksituaties).
En als je angstmanagementsystemen je wegduwen van het bespreekbaar maken van lastige onderwerpen tussen jou en de ander omdat het ongemakkelijk aanvoelt dan zeg je dus niet wat er op je hart ligt. Nou kan iets niet bespreekbaar maken natuurlijk helemaal prima zijn. Als je er bewust voor kiest iets niet te zeggen dan kan dat een hele volwassen, weloverwogen en waardegerichte keuze zijn. Maar, daar hebben we het hier niet over. Wij hebben als arbeids- en organisatiepsychologen al vele malen gemerkt dat veruit de meeste mensen wel degelijk zaken bespreekbaar willen maken die dwars zitten. Dat is ook een heel sociaal wenselijke waarde in onze samenleving trouwens.
Maar, tegelijkertijd hebben we ook gemerkt dat veruit de meeste mensen het toch niet (of halfslachtig) doen omdat het ongemak dat erbij hoort hun angstmanagementsystemen zo sterk activeert dat ze het toch niet echt aangaan. En dat praat je dan innerlijk goed voor jezelf: laat maar, het kan later ook nog wel, ik kijk het even aan, zo erg is het niet, ik werk er wel omheen, etc. Alleen: wat niet wordt uitgesproken, verdwijnt meestal niet. Irritatie kan zich opstapelen, verwachtingen blijven onduidelijk en het contact wordt stap voor stap steeds voorzichtiger. In onze ervaring beschadigt een relatie uiteindelijk niet doordat er iets te eerlijk werd gezegd, maar juist doordat er te lang niets werd gezegd.
De ander is misschien óók bang
Het is ook wel heel begrijpelijk dat mensen huiverig zijn om iets kwetsbaars bespreekbaar te maken. Ongemak en misschien nog wel meer soorten angst horen daar namelijk standaard bij. Dus het is ook best heftig. Voor jezelf, maar ook voor de ander. Degene tegenover je heeft óók een angstmanagementsysteem. Jij zegt voorzichtig dat je ergens moeite mee hebt en de ander voelt zich meteen aangevallen, of is onmiddellijk bang niet goed genoeg te zijn of iets dergelijks vervelends, en die hoort de boodschap misschien heel anders: Vind je dat ik niet goed functioneer? Ben je teleurgesteld in mij? Is er iets mis met mij? Wil je van me af?
En voor je het weet verdedigt de ander zich. Jij, op jouw beurt, voelt je daardoor niet gehoord en je gaat harder uitleggen wat je bedoelt. De ander voelt zich nog meer aangevallen en kaatst weer terug. Een gesprek dat begon met de wens om iets op te lossen verandert dan langzaam in een spel waarin twee mensen vooral hun onderliggende kwetsbaarheid proberen te beschermen.
In het boek vergelijken we dat met een bokswedstrijd. De rollen kunnen voortdurend wisselen: aanvallen, verdedigen, redden, terugtrekken. De bel klinkt en de volgende ronde begint. Alleen wordt ondertussen steeds minder werkelijk contact gemaakt. En het vervelende, onbevredigend ongemakkelijke gevoel dat bij zo’n situatie hoort sluipt erin. En daarom gaan veel mensen het (voortaan) maar gewoon uit de weg.
Maar, wij geven hoop. Je kunt het prima aangaan om anderen aan te spreken als je jezelf erin oefent om de bijbehorende angst aan te kijken (in plaats van ervan wegrennen).
Uit de ring stappen
Als je namelijk in zo’n spel verwikkeld raakt is de interessante vraag niet eens: wie heeft gelijk? De vraag is: wie stapt als eerste uit het spel?
Dat kan zelfs verrassend eenvoudig zijn. Als je in contact staat met je onderliggende angst (en dat vergt een tijdje oefenen) dan kun je bijvoorbeeld zeggen: “Ik merk dat ik bang ben om je hiermee te kwetsen, maar ik vind het belangrijk om het toch te zeggen.” Of, wanneer je feedback krijgt: “Dit raakt me en ik merk dat ik mezelf meteen wil verdedigen. Maar ik wil wel horen wat je bedoelt.” Daarmee verdwijnt de spanning niet. Maar er verandert wel iets wezenlijks: je stopt met doen alsof die spanning er niet is. Je kijkt het aan en verdraagt de aanwezigheid van angst en ongemak. Dan kunnen de handschoenen uit en ontstaat er ruimte voor een echt gesprek.
Onze benadering hiervan is mede gebaseerd op Acceptance & Commitment Therapy (ACT), met Relational Frame Theory (RFT) als theoretische onderlegger, en Voice Dialogue, vanuit de Psychology of Selves. Vanuit ACT kijken we naar de mogelijkheid om ongemak te verdragen en tóch te handelen naar waarden die we belangrijk vinden zoals eerlijkheid, verbinding of het belangrijk vinden om zaken bespreekbaar te maken. En Voice Dialogue helpt om de subpersonen in onszelf te herkennen die tijdens zo’n gesprek razendsnel het stuur kunnen grijpen om ons te beschermen tegen het grote gevaar van ongemak: de pleaser, de aanklager, de terugtrekker, de criticus of degene die koste wat kost de harmonie wil bewaren.
Een goed gesprek vraagt niet dat je eerst van je onzekerheid af bent. Het vraagt dat je voldoende ruimte kunt maken voor die onzekerheid en compleet mét die onzekerheid toch te zeggen wat voor jou belangrijk is.
Dit thema werken we uitgebreider uit in ons boek Bang omdat het kan! Je vindt het ook terug in aflevering 5 van de bijbehorende podcastserie, liedje nummer 5 van het muziekalbum en scène 5 op het podium in onze theatervoorstelling Bang omdat het kan!
Je kunt niet ieder lastig gesprek perfect voeren, maar je kunt wel onderzoeken wat er mogelijk wordt wanneer je angst leert verdragen zodat je niet langer hoeft te luisteren naar je angstmanagementsystemen die liefst hard wegrennen van wat eigenlijk besproken zou moeten worden.
Door: Rob Hermsen, en Peggy Bouchoms
Rob Hermsen en Peggy Bouchoms zijn Registerpsychologen nip, specialisatie Arbeid & Organisatie en werken al jarenlang aan menselijke ontwikkeling in hun Psychologiepraktijk voor mens & organisatie. Zij zijn ook creatieve makers. Met het vierluik Bang omdat het kan!, podcastserie, muziekalbum, cabaretvoorstelling en dit boek, brengen zij hun vak en hun creatieve drijfveren samen.




