Over de wachtkamer in jezelf en de vrijheid om te bewegen
Als kind zat ik tijdens het babyspreekuur in de wachtkamer van mijn vader, die huisarts was, met mijn pop op schoot tussen de jonge moeders, baby’s, jassen, tassen en tijdschriften die vermoedelijk al drie griepgolven hadden overleefd. Achter de balie hoorde ik mijn moeder de telefoon opnemen, terwijl mijn vader de jonge moeders één voor één naar binnen uitnodigde.Ik hoopte dat ik ook geroepen zou worden.
De wachtkamer in mij
Het is een dierbare herinnering. Een beeld van een klein meisje met een pop, wachtend tot haar naam genoemd werd. Pas veel later ontdekte ik dat die wachtkamer ook in mij zat.
Ze kreeg andere vormen. Kinderen die eerst groot genoeg moesten worden. Een huis dat eerst op orde moest zijn. Een agenda die eerst rustiger moest. Mijn man die boodschappen deed, terwijl ik thuisbleef omdat dat logisch voelde. Toen de kinderen groter waren, merkte ik dat mijn lichaam soms nog steeds deed alsof ik moest blijven zitten. Alsof iemand elk moment kon binnenkomen om te zeggen: het is goed, jij bent aan de beurt.
Dat raakte me. Er was niemand die mij tegenhield, en toch had ik geleerd om mijn eigen beweging pas laat serieus te nemen.
Wat is het vreemde aan de wachtstand?
Dat is het vreemde van een wachtstand. Op een gegeven moment houdt niemand je meer tegen. Zit er geen baby meer op je arm. Is er geen praktische reden, of een dichte deur. En toch zit je innerlijk nog op zo’n wachtkamerstoel met je jas aan en je handen keurig in je schoot.
Verschillende soorten wchten
In het volwassen leven krijgt wachten vaak een keurige jas aan.
Wachten op duidelijkheid
Je wacht op meer duidelijkheid, op een beter moment, op toestemming, op erkenning, op een teken dat het nu echt klopt. Je wacht tot je team veiliger voelt, je leidinggevende langskomt, je partner enthousiaster reageert, je kinderen zelfstandiger zijn, je inbox leger is en de kosmos eindelijk een vergaderverzoek stuurt met als onderwerp: “Nu ben jij aan de beurt.”
Dat verzoek komt zelden of nooit.
Wachten tot er iets rijpt
En intussen geef je het keurige namen. Zorgvuldigheid. Afstemming. Geduld. Realisme. Je moet nog even voelen, nog even kijken, nog even wachten tot de omstandigheden meer meewerken. Soms klopt dat ook. Er bestaat wachten dat wijs is. Je voelt dat iets nog mag rijpen, dat de tijd haar werk mag doen, zodat een beweging van binnenuit gedragen wordt.
Wachten dat je kleiner maakt
Er is ook wachten dat je kleiner maakt. Het haalt je uit je eigen beweging en klinkt ondertussen heel verstandig. Bedachtzaam. Zorgvuldig. Volwassen zelfs. Onder de oppervlakte draait een oud akkoord mee: ik kom pas in beweging wanneer iets of iemand buiten mij bevestigt dat het mag.
Dat wachten maakt weinig lawaai. Juist daarom kan het lang blijven bestaan. Je leven gaat door. Je zorgt, werkt, regelt en doet wat nodig is. Aan de buitenkant lijkt er weinig aan de hand. Vanbinnen schuift je eigen verlangen steeds een stoel verder naar achteren.
Dat wachten zit netjes rechtop, met keurige argumenten op een rij. Eerst dit afronden, de ander ontzien en natuurlijk nog wat meer ervaring opdoen. Eerst zorgen dat niemand er last van heeft. Eerst een nacht goed slapen. Eerst de was.
De was is een listige tegenstander van vrijheid.
De professionele wachtkamer op het werk
In werk krijgt de wachtkamer een professionele inrichting. Met overlegtafels, actielijsten en mensen die zeggen dat “we dit zorgvuldig moeten aanvliegen”. Medewerkers wachten op mandaat, terwijl ze ruimte hebben om een voorstel te doen. Teams wachten tot het veilig genoeg voelt, terwijl veiligheid juist groeit door het gesprek te voeren dat iedereen al weken vermijdt. Leiders wachten op eigenaarschap bij medewerkers, terwijl ze ondertussen zelf blijven bijsturen. Organisaties wachten op cultuurverandering, alsof cultuur op een dag fris gewassen uit een projectgroep komt lopen.
Zo ontstaat een collectieve wachtkamer. In een team kan iedereen voelen dat een gesprek nodig is, terwijl niemand begint. Er wordt overlegd, afgestemd en nog eens zorgvuldig gekeken naar het juiste moment. De agenda vult zich. De mailwisseling groeit. Het onderwerp verhuist van vergadering naar vergadering. We wachten tot we een ons wegen en ondertussen wordt het onderwerp steeds zwaarder
Van buiten lijkt het werk. Van binnen is het stilstand met nette schoenen aan. En ondertussen raakt er iets kwijt: moed, helderheid, vertrouwen, de eenvoud van zeggen wat iedereen allang voelt.
Vrij leiderschap begint als je de wachtkamer in jezelf herkent
Vrij Leiderschap begint waar je die wachtkamer in jezelf herkent. Waar wacht ik op? Van wie hoop ik toestemming te krijgen? Welke beweging stel ik uit met een goed verhaal? Zodra je ziet dat je wacht, verandert er iets. Je merkt dat je misschien minder vastzit aan de situatie dan aan de hoop dat iemand anders jouw beweging veilig maakt. Dat iemand anders eerst zegt dat je gelijk hebt, dat je mag kiezen, dat het moment klopt en dat niemand teleurgesteld raakt.
En dan komt de echte vraag: kun je jezelf geven waar je op wacht? Toestemming. Richting. Een eerste ja tegen je eigen beweging. Het leven knikt zelden vriendelijk mee voordat jij kiest. Meestal kies jij eerst en ontdek je daarna dat er grond onder je voeten komt.
Hoe wordt vrijheid zichtbaar?
Vrijheid wordt vaak kleiner zichtbaar dan je denkt. In een gesprek dat je eindelijk plant. In een voorstel dat je doet. In een wandeling met jezelf terwijl thuis niemand instort. Altijd prettig om dat af en toe proefondervindelijk vast te stellen. In een nee die geen uitgebreid pleidooi nodig heeft.
Je hoeft je keuze niet eerst helemaal dicht te timmeren, met uitleg voor iedereen en bewijs dat niemand er last van krijgt. Vaak weet je genoeg om een eerste stap te zetten.
Voor mensen die veel zorgen, nog meer dragen, enorm goed afstemmen en veel verantwoordelijkheid voelen, is dit stevig werk. Wachten kan zich vermommen als liefde, betrouwbaarheid of loyaliteit. Je blijft beschikbaar, want dat is wat je kent. Ondertussen raakt je eigen vrije beweging naar de achtergrond.
Verbonden blijven en jezelf niet kwijtraken
Vrij Leiderschap vraagt dat je verbonden blijft en jezelf niet kwijtraakt. Je laat de ander bestaan. Je laat jezelf ook bestaan. Met je verlangen, je grens, je richting en je stem. De angst mag mee, desnoods op de bijrijdersstoel met gordel om en een zakje drop. Als jij maar aan het stuur blijft.
Tot op de dag van vandaag betrap ik mezelf soms nog in die oude wachtkamer. Met mijn pop op schoot. Hopend dat iemand de deur opent en zegt dat het nu echt mijn beurt is.
En dan herinner ik me: ik hoef niet geroepen te worden. Ik ben altijd al aan de beurt.
Dan wordt het licht en blijkt de deur al die tijd al open te zijn geweest.
Door: Nienke de Vries
Nienke de Vries is trainer en coach. Ze is een van de oprichters van de School voor Vrij Leiderschap op, die mensen begeleidt om vanuit innerlijke vrijheid te leven en te werken.




