Als de lat verdwijnt, begint het echte werk
We leven in een wereld vol ideale plaatjes. Ideale banen, ideale teams, ideale leiders, ideale relaties en ideale mensen die blijkbaar allemaal moeiteloos grenzen aangeven, helder communiceren en tussendoor ook nog ontspannen hun brood bakken met zuurdesem.
Op LinkedIn lijkt werk soms een plek waar iedereen bevlogen is, elke crisis een kans vormt en elk team na één goed gesprek weer fris verder kan. Organisaties presenteren zich als betekenisvol, wendbaar, mensgericht en inclusief. Leiders beloven veiligheid, verbinding en ruimte. Professionals willen autonoom zijn, authentiek communiceren en trouw blijven aan zichzelf.
De doodgewone donderdag
En dan is het een doodgewone donderdag.
Een collega reageert kortaf. Een leidinggevende luistert met één oog op zijn laptop. Een samenwerking loopt voor geen meter. Een besluit blijft eindeloos hangen. Iemand zegt ja en doet nee. De mail die jij zorgvuldig formuleerde, komt terug als een soort digitale elleboogstoot. Vaak gebeurt er dan iets razendsnel. Het mooie beeld krijgt een barst. Wat eerst veelbelovend voelde, wordt verdacht. De collega is lastig. De organisatie is onveilig. Het team kan het blijkbaar toch niet. Jij had beter moeten weten. Harder moeten werken. Zachter moeten communiceren. Of gewoon nooit aan zuurdesem moeten beginnen.
In alle gevallen ben je los van de grond. Eerst door het plaatje dat je graag wilt vasthouden. Daarna door de teleurstelling over dat plaatje. Je kijkt vooral door je verhaal naar wat er gebeurt. Wat er echt gebeurde, raakt ondergesneeuwd door alles wat je ervan maakt. Realistisch worden begint wanneer je ziet wat er is en blijft staan. Je laat de barst in het beeld toe zonder meteen het hele schilderij van de muur te trekken. Je ziet dat die collega kortaf reageerde en eerder deze week ook iets wezenlijks bijdroeg. Je ziet dat de leidinggevende slordig luistert en onder druk staat. Je ziet dat jij geraakt bent en nog steeds kunt kiezen hoe je reageert. Realistisch zijn maakt de wereld minder glad. Gelukkig maar. Op gladde vloeren ga je snel onderuit, zeker met haast, nette schoenen en een volle agenda.
Wat betekent realistisch zijn in je werk?
In werk betekent realistisch zijn dat je mensen en situaties in hun geheel leert zien. De goede bedoelingen, de oude patronen, de vermoeidheid, de kwaliteit, de onhandigheid, de druk van het systeem, de verwachtingen die je ongemerkt hebt meegenomen. Alles mag informatie worden. Dan hoef je minder snel te verheerlijken en minder snel af te schrijven. Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk vraagt het moed. Want het ideale plaatje heeft aantrekkingskracht. We zien de wereld graag als een Punica-oase. Fris, zonnig en overzichtelijk. Een ideale wereld heeft geen haarscheurtjes en gedoe. Er zit een belofte in dat je er bent. Op de goede plek. Met de goede mensen. In de goede versie van jezelf. Dat geeft rust.
Soms komt het ook goed. Vaak wordt het vooral meer waar.
Het plaatje wordt minder glanzend en het werk wordt eerlijker. Je ontdekt dat autonomie verantwoordelijkheid vraagt. Dat verbinding begint bij het gesprek dat je uitstelt. Dat vrijheid in je werk betekent dat je zelf moet kiezen, begrenzen en verschijnen. Dat een mensgerichte organisatie nog steeds bestaat uit mensen met haast, belangen, oude reflexen en soms een warhoofd dat weinig ruimte biedt voor bezieling.
De lat uit de lucht
Realistisch worden haalt de lat uit de lucht. Die lat waar je jezelf, de ander en het werk telkens langs legt. Het ideale team. De ideale leider. De ideale professional. De ideale organisatie die altijd doet wat ze belooft, helder communiceert, zorgvuldig luistert en haar waarden leeft tot in de kleinste Teams-chat. Die lat klinkt soms heel volwassen. Hij heet ambitie, professionaliteit, kwaliteit of bewust leiderschap. Ondertussen maakt hij veel mensen gespannen en eenzaam. Je gaat jezelf bijschaven tot je toon klopt. Je maakt je tekst net iets glanzender dan je dagelijkse praktijk. Je noemt iets “in ontwikkeling” terwijl je eigenlijk bedoelt: hier modderen we nog behoorlijk. Je zegt dat je graag samen leert, terwijl je vooral hoopt dat niemand ziet hoe onzeker je bent.
Realistisch worden brengt je terug naar de aarde. Het leven smaakt zelden naar één smaak tegelijk. Er is zoet, zout, bitter en zuur. In jezelf. In de ander. In het team. In de organisatie. Wie dat kan toelaten, hoeft minder te doen alsof. Dan ontstaat er een vorm van vrijheid die veel gewoner is dan het ideaalbeeld belooft en veel krachtiger dan perfectionisme ooit kan leveren. Je kunt aanwezig zijn. Echt aanwezig. Met je kwaliteit en je rafelrand. Met je verlangen om bij te dragen, je behoefte aan erkenning, je moed en je neiging om weg te kijken. Dat maakt je menselijker en betrouwbaarder.
Wat is de relatie tussen realisme en perfectionisme?
Perfectionisme krijgt weinig voeding in een realistische omgeving. Het leeft van de gedachte dat er ergens een versie bestaat waarin alles klopt: jij, je werk, je keuzes, je timing, je communicatie, je organisatie. Realisme prikt daar vriendelijk doorheen. Er is geen foutloze versie van mens-zijn beschikbaar. Er is wel een eerlijke versie. Een levende versie. Een versie die kan leren, herstellen, bijsturen en opnieuw kiezen. Zodra de lat haar macht verliest, ontstaat er ruimte om te leven. Je hoeft jezelf minder op te poetsen, de ander minder snel vast te zetten en je organisatie minder mooier te maken dan ze is. Je kunt werken met wat er is.
Ook samenwerking verandert. Zodra niemand alles hoeft te kunnen, wordt de ander weer nodig. De één ziet scherp wat er schuurt. De ander bewaakt de bedding. Iemand brengt tempo. Iemand anders hoort wat nog ongezegd blijft. Zo houdt een team meer energie over voor echt werk. Voor organisaties geldt hetzelfde. Een bedrijf dat zichzelf verkoopt als opgepoetst ideaalbeeld, creëert vroeg of laat teleurstelling. Een organisatie die zichzelf realistisch laat zien, wekt vertrouwen. Hier staan we voor. Hier zijn we goed in. Hier leren we nog. Hier nemen we verantwoordelijkheid. Dat is geloofwaardiger dan een glanzende belofte zonder ademruimte.
Vrije leiderschap vraagt om realisme
Vrij Leiderschap vraagt om deze volwassen blik. Je stopt met wachten tot het plaatje klopt. Je gebruikt wat er gebeurt als ingang voor bewustzijn, zelfinzicht en verantwoordelijkheid. Wat raakt mij hier? Welk beeld had ik meegenomen? Welke reactie schiet automatisch aan? Wat vraagt deze situatie nu van mij? Daar begint stuurmanschap. Gewoon midden in het werk. In de vergadering die niet loopt. In de mail die je te snel wilt beantwoorden. In het gesprek dat je liever parkeert onder het nobele mom van “ik laat het even bezinken”, terwijl je vooral hoopt dat het vanzelf verdwijnt.
Realistisch zijn vraagt een heldere blik. Mildheid en ruggengraat. Je ziet wat er leeft en wat aandacht vraagt. Dan verdwijnt de kramp uit het systeem. Mensen hoeven minder te presteren wie ze denken te moeten zijn. Er komt ruimte voor aanwezigheid, leren, echte gesprekken en verantwoordelijkheid zonder toneel. Misschien is dat de grootste bevrijding van realistisch worden: de wereld hoeft geen ideaal decor meer te zijn waarin jij de juiste rol speelt. Je mag mens zijn tussen mensen. Werkend, lerend, zoekend, kiezend. Met je voeten op de grond en je blik open.
De lat verdwijnt. De beweging blijft.
Dan kun je gaan leven.
Beluister de podcast: Vrij zijn in je werk met Nienke de Vries en Berdine Grashuis
Bron: Vrij zijn in je werk
Door: Nienke de Vries
Nienke de Vries is trainer en coach. Ze is een van de oprichters van de School voor Vrij Leiderschap op, die mensen begeleidt om vanuit innerlijke vrijheid te leven en te werken.



