Volledige loontransparantie bij slechts zeven procent van werkgevers
Voor de helft van werkend Nederland is praten over salaris een taboe op de werkvloer. Dit blijkt uit onderzoek van het wereldwijde payroll- en HR-platform Deel, onder meer dan 1.000 Nederlanders. Dat er nog steeds niet openlijk over salarissen wordt gesproken, blijkt ook uit de mate waarin werknemers van elkaar weten wat ze verdienen: slechts 28 procent weet precies wat directe collegaās verdienen. Van de werknemers die er wel over praten, geeft zestien procent toe weleens het gesprek bewust te ontwijken en noemt negen procent bewust een ander bedrag.
Dit artikel in het kort
- Slechts zeven procent van werkgevers biedt volledige loontransparantie; de meerderheid houdt salarisinformatie verborgen.
- Voor de helft van werkend Nederland is praten over salaris een taboe; 60% van de werknemers heeft geen behoefte om te weten wat collega’s verdienen.
- Redenen voor salarisontwijking zijn persoonlijk: privacy, het vermijden van ongemakkelijke gesprekken en angst voor jaloezie.
- Jongere werknemers zijn meer geneigd om over salarissen te praten dan oudere generaties; dit wijst op een verschuivende houding.
- De EU-richtlijn loontransparantie kan een dwingende verandering teweegbrengen in hoe bedrijven omgaan met salarisopenheid.
Waarom ontwijken of liegen?
De redenen voor werknemers om niet open te zijn over het eigen salaris zijn vooral persoonlijk van aard. Voor 42 procent staat voorop dat het salaris een privĆ©aangelegenheid is. Daarnaast wil 39 procent ongemakkelijke gesprekken of discussies op de werkvloer vermijden. Bijna een kwart (24%) zegt het te doen om de eigen positie of status binnen de organisatie te beschermen, en eveneens 24 procent vreest dat collega’s jaloers worden. Een kleine, maar opvallende groep van negen procent geeft aan zich te schamen voor het eigen salaris.
Hoe transparant is de werkgever?
Ook werkgevers spelen een belangrijke rol in hoe open er over salaris wordt gesproken. Toch komt volledige transparantie nog weinig voor: slechts zeven procent geeft aan te werken bij een organisatie waar alle individuele salarissen openbaar zijn. Bij 47 procent zijn de salarisschalen wel bekend, maar de individuele bedragen niet. Openheid hoeft echter niet altijd van bovenaf te komen: bij zeventien procent biedt de werkgever zelf geen transparantie, maar praten collega’s er onderling wel over. Bij achttien procent blijft het salaris volledig taboe, zowel werkgevers als collega’s zwijgen erover. De resterende elf procent heeft geen idee hoe transparant hun werkgever is over salarissen.
Wil men het überhaupt weten?
Tegelijkertijd lijkt openheid niet voor iedereen een wens te zijn. Zes op de tien werknemers (60%) zegt geen behoefte te hebben om te weten wat collega’s verdienen. Dit verschilt echter sterk per generatie: onder 55-plussers wil 75 procent het niet weten, terwijl jongeren tussen de 18 en 34 jaar juist het tegenovergestelde laten zien. Daar geeft 61 procent aan het wĆ©l te willen weten. Onder hen opent ruim de helft (53%) het gesprek om te controleren of het eigen salaris eerlijk is. Een kwart doet dat om beter te kunnen onderhandelen en 21 procent is simpelweg nieuwsgierig.
Karen White, Head of Public Policy EMEA: āāHet salaristaboe bestaat al decennialang en zien we ook in deze cijfers duidelijk terug. Toch is de arbeidsmarkt aan het veranderen: werknemers hebben meer opties en ontwikkelen daarom andere verwachtingen van werkgevers, zo ook als het gaat om openheid over loon. Wie weet hoe salarissen tot stand komen, kan beter beoordelen of hij eerlijk wordt beloond en sterker onderhandelen over zijn eigen positie. Met de EU-richtlijn loontransparantie die eraan komt, wordt dit gesprek bovendien onvermijdelijk. Bedrijven die hier nu op anticiperen, zullen beter kunnen voldoen aan de wet en zullen ook degenen zijn die het taboe echt doorbreken.āā
Bron: Deel







