Verbinding en waardering ontstaan niet tijdens een jaarlijkse piek, maar in de kleine momenten tussendoor. In dit fragment uit Micromomenten laten Emmalotte Smit en Esther Mollema zien hoe dagelijkse gewoontes het verschil maken voor betrokkenheid, samenwerking en werkplezier.

Lukt het jouw organisatie om erkenning te geven en waardering te laten voelen? Veel organisaties maken daar werk van, maar pakken het – net als bij verbinding – aan als iets wat je af en toe kunt organiseren. Ze zetten in op ‘macromomenten’: een kerstpakket, een chic diner, een cadeaubon, een groots opgezette feestavond of een flinke bonus. Zulke gebaren kunnen oprecht bedoeld zijn en ze kunnen ook wel degelijk iets losmaken. Dat komt doordat ons brein continu let op signalen die iets zeggen over onze plek in de groep: doe ik ertoe, word ik gezien, hoor ik erbij? Macromomenten zetten dat beloningssysteem even flink aan.
Alleen klopt de gedachte niet dat zo’n dopaminepiek een soort voorraadkast vult, waar de relatie tussen werknemer en organisatie nog maanden op kan teren. Dat ‘reservoir’ loopt meestal weer snel leeg. Je brein schakelt namelijk al gauw terug naar: welke signalen vertellen mij vandaag of ik meetel? Regel je erkenning en waardering vooral via macromomentbeloningen, dan loop je bovendien het risico dat de motivatie afhankelijk wordt van zo’n beloning. De gedragseconoom Dan Ariely stelt bijvoorbeeld dat de positieve effecten van een bonus vaak snel wegebben. Mensen wennen eraan en gaan erop rekenen.
Grote gebaren zorgen zelden voor echte verbinding
Op de lange termijn kunnen ze zelfs minder betrokken raken, omdat ze gaan werken voor de beloning en niet meer vanuit zichzelf. Organisaties zetten ook wel in op een pompeus statement, om hun werknemers in een keer te laten voelen hoe belangrijk verbinding wordt gevonden. Bijvoorbeeld door een vloer in regenboogkleuren te schilderen of met een portretgalerij waar medewerkers van elk niveau worden geeerd; van bouwvakker tot financieel directeur. Ook dit soort initiatieven hebben zelden een langdurend effect. Als mensen zich erin herkennen, kunnen ze zich best even gezien voelen. Maar uiteindelijk weegt zwaarder wat zij er vervolgens van terugzien in gedrag. Een macromoment op de gang maakt immers weinig verschil als de bijbehorende micromomenten ontbreken.
Sterker nog, als de boodschap van zo’n macromoment niet overeenkomt met de dagelijkse praktijk, kan ze zelfs averechts werken. Dan ontstaat weerstand tegen zulke publieke uitingen van verbinding, omdat de organisatie liever geld en aandacht steekt in de schone schijn, dan er echt voor te zorgen dat verbinding in de organisatie verbetert. Grote gebaren kunnen dus wel even geruststellen, maar ze veranderen zelden iets structureels. Dit terwijl verbinding niet komt in losse pieken, maar leunt op herhaling, met kleine, herhaalde signalen, terwijl het werk gewoon doorgaat.
Zo kunnen macromomenten bijvoorbeeld een gevoel van uitsluiting tijdens het werk niet goedmaken. Wie zich buitengesloten voelt, raakt daar meestal niet van overtuigd door een incident, maar door een opeenstapeling van kleine momenten. Een groot gebaar, hoe goedbedoeld ook, doorbreekt dat patroon zelden. Dat komt, zoals eerder gezegd, door onze neiging om negatieve signalen zwaarder te laten wegen dan positieve momenten. Herstel vraagt daarom niet om een indrukwekkende gebeurtenis, maar om herhaalde signalen die samen een nieuw verhaal vertellen.
Hoe kleine signalen een cultuur van verbinding creëren
Dat neemt niet weg dat je macromomenten niet ongestraft kunt afbouwen, omdat werknemers die vaak als verworvenheden zien. Zodra iets normaal is geworden, gaat het een beetje voelen als een recht. Juist bij bezuinigingen verdwijnen de extraatjes vaak als eerste: het teamuitje, de fruitschaal of de gratis lunch. Mensen ervaren dat niet als neutraal beleid, maar als een verlies.
Het gaat er dus niet om dat je maar moet stoppen met macromomenten, maar om het besef dat alleen zulke acties niet genoeg zijn. Voor ons voortdurend scannende brein liggen ze simpelweg te ver uit elkaar. Zorg daarom altijd voor aanvulling op microniveau: in hoe je erkenning en verbinding laat terugkomen in de dagelijkse samenwerking. Daar worden alerte breinen rustig van. Mik dus niet op iets groots, maar zorg steeds opnieuw voor de boodschap: jij doet er voor ons toe.
Micromomenten doen het echte werk
Je brein zoekt naar verbinding door voortdurend naar signalen te scannen. De signalen die het vaakst terugkomen, winnen dus. Daarom biedt de werkvloer allerlei kansen met micromomenten waarop je elkaar ziet en bevestigt. Het zijn kleine handelingen met een grote opbrengst, omdat ze zich geleidelijk opstapelen. Zoals een blik, vraag of uitnodiging van een collega. Iemand die de aandacht vestigt op jouw idee. Of die zegt: ‘Wacht even, ik wil ook horen wat jij wilde zeggen.’
Met micromomenten kun je laten zien hoe kleine dagelijkse gewoontes zorgen voor meer verbinding, werkplezier en resultaat in teams. Met praktische inzichten uit de neurowetenschap en gedragspsychologie leer je hoe je de samenwerking versterkt, ongeacht je functie of rol.
Dat is het goede nieuws: waardering hoeft dus niet veel geld te kosten en niet alleen van bovenaf te komen. Micromomenten maken verbinding praktisch: klein genoeg om dagelijks te doen, maar met een groot effect, zodat de samenwerking merkbaar verandert. Waarbij je niet hoeft te wachten op grote momenten, maar juist leert gebruik te maken van de kleine momenten die ons elke dag al omringen.
Bron: Micromomenten – Kleine acties die teams groot maken
Emmalotte Smit is expert in cultuurverandering en helpt organisaties om goede bedoelingen te vertalen naar gedrag. Ze is podcastmaker, geeft workshops en schrijft als journalist over tijdgeest en cultuur.
Esther Mollema is auteur en veelgevraagd spreker over leiderschap, inclusief werken en de impact van onbewust gedrag. Haar ervaring en herkenbare praktijkvoorbeelden vormen de ruggengraat van Micromomenten.





