Beste Leike,
Je wekte in je vorige ‘vakantiebeste’ de voormalige katholiek in mij, met je vergelijking van het vagevuur en de ‘natuurbranden’ zoals de media de klimaatbranden noemen. Mijn vakantie naar de Deense kust leverde een hele ander mijmering op: een reflectie op onze opwindcultuur.
We waren -zoals je weet- wekenlang met de boot weg, varen op de Oostzee tussen kleine kustdorpjes en provinciestadjes op de Deense eilanden. Onderweg hadden we nog even contact over jouw vakantieplannen en jouw idee om in Denemarken te gaan fietsen. Dat viel toen af: het leek je te saai. Ik heb je niet tegengesproken. Want het is een spektakelloos land.
Naarmate ik me meer onderdompelde in het keurig geordende, heuvelachtige landschap met graanvelden, meertjes en kleine bosjes -wandelingen steeds beginnend en eindigend in de haven- begon ik de rust, de voorspelbaarheid en de stikstofarme omgeving steeds meer te waarderen. Ook de dorpjes, vol met kleurige huisjes en overal stokrozen, gemodelleerd naar feelgoodmovies waren kalme onopgewonden oases. En iedereen op straat begroeten met “haihai” heeft wel wat.
Samen leven in de samenleving
Ik probeerde te achterhalen wat de ingrediënten hiervan waren. Nederlanders zeggen van zichzelf wel eens dat ze nuchter zijn, maar hier zijn ze het echt. Nederlanders hoor je tegenwoordig over Naoberschap of Mientskip, maar hier kan je voelen dat de mensen hun samenleving ook echt samen leven. We zagen dat terug in hoe aandachtig publieke voorzieningen waren vormgegeven. Op vele plekken zagen we aan de zeekust kleine of grote houten vlonderachtige constructies waardoor je in zee kon zwemmen, erin kon duiken en via trappetjes weer aan wal kon komen. En douchen met zoetwater om het zilte van je af te spoelen. Gratis, geen personeel, gewoon een leuke plek waar bewoners koelte en beweging zochten. En waar ze dikwijls na afloop nog even op de steiger met elkaar wat stonden te kletsen. Soms was het wat drukker, soms een tijdje stil. Of van die bankjes met tafeltjes, een beschutting tegen de wind en barbecues voor openbaar gebruik. Alles even eenvoudig en toch zeer smaakvol vormgegeven. Overal! Geen troep, geen grafitti, geen zichtbaar vandalisme. Heerlijk braaf. Het is alsof de Denen met de publieke voorzieningen omgaan als met hun eigen spullen: gebruiken waar het voor bedoeld is.
Het lijkt alsof ze zich niet de vraag stellen of er wel voldoende gebruik wordt gemaakt van zo’n zwemvoorziening, maar gewoon vinden dat het een mooie gelegenheid biedt om elkaar te ontmoeten en gezond te bewegen. Terwijl wij Hollanders eerst een ‘businesscase’ zouden maken en pas als het uitkan, vervolgens een hufterproof ontwerp maken. Want wij voorzien natuurlijk dat het niet lang heel blijft als het niet van gewapend beton en dik RVS is. In onze individuele cultuur past het om van je aanwezigheid zichtbare bewijzen achter te laten.
Saai maar confronterend
Zou die waardering voor die publieke voorzieningen samenhangen met het gebrek aan vandalisme, graffiti en andere pogingen om jezelf als individu te laten zien? Ik denk het.
Saai dus Denemarken? Ja, maar eigenlijk ook heel confronterend hoezeer ons eigen land ten prooi is gevallen aan een cultuur van gejaagdheid, individualisme en egoïsme, en een voortdurende behoefte om niet saai te zijn.
Ik vond het heerlijk daar.
Groet, Jaap
Veranderkundigen Leike van Oss en Jaap van ’t Hek schreven samen veel boeken over verandermanagement en veranderkunde, zoals Onmacht,en Onderweg . Daarnaast schrijven ze elkaar brieven. Hun nieuwste boek heet Wederopbouw.



