Wat we in het hier-en-nu ervaren (zeker in samenwerking met anderen), heeft vaak diepe wortels in ons verleden. In onze kindertijd, vooral in de eerste zeven levensjaren, worden de fundamenten gelegd van wie we zijn. In die periode vormen we onze overtuigingen over veiligheid, liefde, waardering en erbij horen. Zelfs in de meest liefdevolle gezinnen lopen we kleine deukjes op: momenten waarop we ons niet gezien, niet begrepen of afgewezen voelden.
Waarom laten we ‘kindpijn’ niet toe?

Deze pijn, ook wel ‘kindpijn’ genoemd, laten we zelden bewust toe. Als kind beschik je nog niet over de emotionele rijpheid om zulke gevoelens echt te verwerken. Daarom ontwikkelen we een manier om ermee om te gaan, je copingmechanisme. Dat is een psychologische strategie die je helpt te overleven in een wereld die soms te overweldigend is.
Volgens psychotherapeut Alfred Adler (een oud-collega van Sigmund Freud die net wat andere standpunten innam dan Freud) ervaart ieder mens in zijn jonge jaren een gevoel van tekort of minderwaardigheid: het gevoel ‘niet slim genoeg te zijn, niet veilig, niet gezien, niet geliefd’. Adler (1927) benadrukte dat ieder mens een diep verlangen heeft om betekenisvol te zijn en bij te dragen aan de gemeenschap, een streven dat vaak voortkomt uit het gevoel van tekort of minderwaardigheid dat ieder kind in zijn vroege jaren ervaart. Dit gevoel is grotendeels onbewust en blijft vervolgens verborgen aanwezig in ons functioneren. Adler stelde dat deze gevoelens van inferioriteit de motor zijn achter ons streven naar betekenis, succes of erkenning, maar ook de basis van onze belemmerende overtuigingen.
Het blijkt dat ongeveer 70 procent van de vrouwen en 56 procent van de mannen aangeven zich ‘ontoereikend of niet goed genoeg’ te voelen. Deze data illustreren dat onzekerheid over eigen kunnen geen marginale kwestie is, maar dat dit fenomeen wijdverbreid is – en dat dit daarmee een wezenlijk aandachtspunt is.
Hoe groeit zelfvertrouwen?
Zelfvertrouwen groeit niet door het vermijden van je onzekerheden, maar door het leren dragen ervan. Adler zag heling niet als een zoektocht naar het verleden, maar als het vermogen om betekenis te geven aan de mens die je bent geworden.
We helen niet door eindeloos te herhalen wat ooit pijn deed, maar door te ontdekken wat die ervaring ons wilde laten zien. Het is de verschuiving van: Waarom gebeurde dit mij? naar: Wat kan ik hiermee doen? Veel mensen blijven steken in het analyseren van hun verleden – alsof begrijpen genoeg is om te veranderen. Maar inzicht zonder richting blijft een gesloten circuit: je draait rond in oude verhalen. Werkelijke groei ontstaat wanneer je de energie die vastzit in je tekort omzet in beweging.
Wanneer je voelt waar iets schuurt, is dat geen teken dat je faalt; het is een uitnodiging om te onderzoeken welke overtuiging daaronder ligt, en of die nog klopt met wie je nu bent.
Aanpassen of afstand nemen
Zo leren sommigen zich aan te passen om liefde te verdienen, terwijl anderen juist afstand nemen om zichzelf te beschermen. Een kind dat alleen aandacht kreeg als het presteerde, leert dat ‘goed zijn’ gelijkstaat aan ‘liefde krijgen’. Iemand die vaak kritiek kreeg, ontwikkelt misschien perfectionisme of controle als verdedigingsmechanisme. In de psychologie spreekt men hier ook wel over schema’s: vaste patronen van denken, voelen en doen die ooit nuttig
waren, maar later in het volwassen leven star en beperkend kunnen worden. Dit vormt de basis van de schematherapie, een benadering die voortbouwt op deze vroege ervaringen (Young et al., 2003).
Wat is schematherapie?
Schematherapie beschrijft hoe deze vroegkinderlijke ervaringen zich vastzetten in zogenoemde levensvalkuilen. Deze schema’s kleuren de manier waarop we onszelf, anderen en de wereld zien, en sturen vaak onbewust onze reacties in het dagelijks leven aan.
Schematherapie helpt begrijpen hoe deze diepgewortelde patronen van denken, voelen en handelen (onze schema’s) uit vroege levenservaringen ontstaan. Het doel is om deze vaak onbewuste patronen te herkennen, te doorbreken en te vervangen door gezondere manieren van omgaan met jezelf en anderen.
Waarvoor werd schematherapie ontwikkeld?
Schematherapie is een vorm van psychotherapie die oorspronkelijk werd ontwikkeld voor de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen en andere hardnekkige psychische problemen. Inzichten uit de schematherapie worden tegenwoordig ook gebruikt in coaching en leiderschapsontwikkeling. Schematherapie is vooral nuttig voor mensen die merken dat ze steeds in dezelfde emotionele of relationele patronen vastlopen, ondanks dat ze rationeel wel beter weten. Het helpt mensen die kampen met hardnekkige gevoelens zoals ‘niet goed genoeg zijn’, verlatingsangst, perfectionisme, overmatige zelfkritiek, of bijvoorbeeld moeite met grenzen stellen. In feite is schematherapie waardevol voor iedereen die wil begrijpen waarom die in werk of relaties steeds op eenzelfde manier reageert, en die wil leren om bewuster, gezonder en vrijer te handelen, in plaats van onbewust vanuit oude overtuigingen of kindpijn.
Op welke manier helpt schematherapie?
Schematherapie is een hulpmiddel om alternatieve patronen op te bouwen: nieuwe ‘gezonde schema’s’ of gedrags- en gedachtepatronen die aansluiten bij een volwassen zelfbeeld, in plaats van ‘het oude tekort-verhaal’.
Het is een ontdekkingstocht naar de antwoorden op vragen zoals deze:
- Hoe kan ik anders reageren op een collega?
- Hoe durf ik mijn stem in te brengen?
- Hoe stop ik met mezelf constant naar beneden te halen?
- Wat levert mijn gedrag nu op?
Wat levert de therapie op?
Voor wie zich ‘niet goed genoeg’ voelt, kan de therapie onder andere leiden tot:
- meer zelfacceptatie: het gevoel dat je wél voldoende bent, ook met je beperkingen;
- een grotere emotionele vrijheid: minder automatische terughoudendheid, minder voortdurende zelfkritiek of vermijding
- een betere kwaliteit van samenwerking: omdat je minder bang bent om fouten te maken of genegeerd te worden, kun je je bijdrage helderder maken, initiatieven nemen, verbinding aangaan;
- meer coherentie tussen wie je bent en wat je laat zien: je hoeft niet voortdurend jezelf te bewijzen, maar kunt authentieker handelen.
Wat kun je zelf doen?
Wil je meer inzicht krijgen in hardnekkige patronen in hoe je denkt, voelt en handelt binnen samenwerking, dan kun je een vragenlijst uit de schematherapie invullen. Op de website schematherapie.nl kun je hier meer informatie over vinden. Zo’n vragenlijst helpt je woorden te geven aan terugkerende reacties en gevoeligheden die juist in contact met anderen zichtbaar worden. Let wel: het invullen levert geen diagnose of directe verandering op. Wanneer je in je antwoorden merkt dat bepaalde thema’s steeds terugkomen of je sterk raken, kan dat een aanleiding zijn om deze patronen verder te onderzoeken in therapie.
Bron: Teamwork? Eerst even over mij
Door: Sandra Klijn



