Hoe vaak sta jij écht stil bij wat je doet op een werkdag en vooral: waarom je het doet? Veel van wat we doen, gebeurt op routine. Omdat we het kunnen. Omdat we er goed in zijn. Maar dat betekent nog niet dat het ons ook energie of geluk oplevert. In dit artikel laat Rosalie Reichardt-Mulder zien hoe gemakkelijk we op de automatische piloot blijven draaien, waarom dat veilig voelt én wat er gebeurt als je jezelf weer toestemming geeft om te dromen en te kiezen voor wat jou werkelijk blij maakt.

Automatische piloot
In de praktijk staan we eigenlijk nauwelijks stil bij kleine gebeurtenissen of fijne momenten. Ook op het werk doen we heel veel op routine. Zoals we het geleerd hebben. Ga maar eens bij jezelf na. Hoe vaak check jij bij jezelf: doe ik dit omdat het moet, doe ik dit alleen omdat ik het kan of doe ik dit ook omdat het míj iets oplevert? Word ik hier blij van? We doen zoveel op de automatische piloot. En ik zie zoveel mensen die zeggen: maar daar ben ik goed in. Maar het feit dat je ergens goed in bent, wil niet zeggen dat je er ook echt blij van wordt. En beide kunnen naast elkaar bestaan!
Jaren geleden werkte ik op een HR-afdeling. Ik was daar HR-adviseur en deed voornamelijk projectmatige opdrachten binnen de organisatie. Daarnaast deed ik ook de werving en selectie. Want daar was ik goed in: vacatures goed doorspreken, de kern raken, mensen spreken en mensen aan functies koppelen. Het praten met mensen en tot de kern komen, vond ik leuk. En het regelen en organiseren van alle gesprekken, contractuele zaken en dergelijke, dat kon ik goed. Ik had het allemaal onder controle. Had je mij toen gevraagd: waar ligt jouw talent? Dan had ik gezegd: bij het regelen en plannen en organiseren.
Pas veel later kwam ik erachter dat die taken me vooral ontzettend veel energie kostten. Ik kreeg er stress van; al dat ad-hocwerk vond ik heel slopend. Ik stond voortdurend aan, omdat mensen me belden en wat van me wilden. Maar ja, ik kon het zo goed, dus bleef ik het doen. En daardoor kwam ik tijd tekort voor dat wat ik echt leuk vond: het projectmatige advieswerk.
En dat zie ik bij heel veel van mijn cliënten ook terug: dat zij eigenlijk vooral nadenken over waar ze goed in zijn. Het wordt ook gevraagd op school en op het werk: wat zijn je competenties? Waar ben je goed in? Maar dat hoeft dus niet altijd te matchen met waar je ook écht blij van wordt.
Angst voor het onbekende
Tegelijkertijd is dat ook heel spannend. Want het is ook onbekend. Het is niet zoals je het hebt geleerd. Heel veel mensen hebben een grote angst voor het onbekende. Als ik mijn baan opzeg of als ik naar mijn leidinggevende stap om te zeggen dat ik mijn werk niet meer leuk vind, wat dan? Straks is daar een groot gat! Dus dan is het makkelijker of veiliger om maar te blijven zitten waar je altijd al zat en te doen wat je altijd al deed. Dat is veilig en vertrouwd.
En niet voor niets is dat een heel herkenbare reactie. Want dingen anders doen, is ook gewoon ontzettend spannend. Het voelt onveilig, onwennig en je weet niet wat je ervoor terugkrijgt.
Tegelijkertijd zorgt het doen van nieuwe dingen ook voor energie, plezier en – als het lukt – ook een gevoel van beloning. Je lichaam maakt dan letterlijk een geluksstofje aan, dat dopamine genoemd wordt. Nieuwsgierig zijn, nieuwe dingen ontdekken, dingen op een andere manier doen, nieuwe mensen ontmoeten, avonturen beleven, dat geeft een boost. Met een open hoofd en hart, wetende dat je nog steeds door een stuk onzekerheid en gevoel van onveiligheid heen zult gaan. In je comfortzone blijven, voelt heel veilig voor nu. Maar het stimuleert niet je geluksgevoel.
‘Zoals een molensteen alle soorten graan kan vermalen, zo moet een sterke ziel in staat zijn alle gebeurtenissen te accepteren.’ – Marcus Aurelius
Oefening: Dromen
Stel dat je de komende maand precies zou kunnen doen wat je wilt. Je zou werkelijk alles kunnen gaan doen en niets is te gek. Diploma’s, geld, sociale verplichtingen en tijd doen er niet toe. Wat zou jij willen doen?
- Beeld je in dat je de komende maand precies gaat doen wat je graag zou willen. Hoe ziet dat eruit? Wat ben je dan aan het doen? Waar ben je? Kijken er mensen toe? Wat zien zij?
- Wat zijn elementen uit jouw droommaand die het zo leuk maken? Denk aan: vrijheid, voor een publiek staan, avontuur, creativiteit et cetera.
- Hoe zitten die elementen nu al in jouw (werkende) leven? En welke elementen zou je graag willen toevoegen?
- Stel dat reizen en vrijheid een onderdeel is van jouw droommaand. Hoeveel reis jij nu in je vrije tijd, hoeveel tijd besteed je aan het ondernemen van leuke dingen of hoeveel vrijheid heb jij nu om jouw dagen in te vullen?
- En bedenk tot slot hoe je die elementen zou kunnen uitvergroten in je echte leven. Waar zou je meer van willen gaan doen?
NB: Als je nou probeert om te bedenken wat je zou willen worden, maar je hoort ook direct dingen als: ja, maar dat is niet realistisch, dat kan ik nooit, of: dat vind ik doodeng, dan mag je deze gedachten met liefde even parkeren.In deze oefening is de realiteit niet belangrijk. Het gaat om jouw verlangen en dat wat erachter zit. Hoor het aan en probeer alle belemmerende overtuigingen en gedachten weer te laten gaan.
Wanneer je de oefening hebt gedaan, zul je vast hebben gemerkt dat het dromen over geluk fijn kan zijn én ook direct weerstand oproept. Je weet nu inmiddels hoe het komt dat het als vanzelf gebeurt. Toch is het aan jou om die weerstand te herkennen en een andere manier te vinden om ermee om te gaan. Je kunt ervoor kiezen om het ondanks de weerstand tóch anders te gaan doen.
Door: Rosalie Reichart-Mulder
Bron: Kwestie van geluk – Inzicht, acceptatie en regie over je eigen leven



