“Met welk knoopje in je buik ga jij naar huis vandaag?”. Dit vroeg Shirine Moerkerken aan het einde van het congres Veranderen voor de toekomst op 25 maart jl.. Een dag gekoppeld aan het gelijknamige boek onder redactie van Jaap Boonstra en Marjo Dubbeldam, over het vak veranderkunde en hoe zich dat de komende jaren moet ontwikkelen.
Op de dag stond de toekomst van de Noordzee centraal. ‘Onze’ zee, die qua natuur en biodiversiteit onder druk staat. En tegelijkertijd broodnodig is als windpark, vaarroute en bron van voedsel. Veel belangen, veel partijen, en dat op een heel klein stukje zee. Het zijn dit soort maatschappelijke problemen die aanleiding vormden voor het boek. Genetwerkte problemen in een genetwerkte samenleving.
Dilemma-denken
De manier waarop je nadenkt over dit soort problemen doet ertoe. Jaap Boonstra herinnert dan aan het verschil tussen dilemma- en paradox-denken. Het is verleidelijk om de belangen op de Noordzee weg te zetten als dilemma. Willen we de Noordzee laten floreren, dan moet het uit zijn met die bodemverwoestende visserij. En willen we nu gaan voor duurzame energie-opwek of de vaarroutes verbreden? Het kan nu eenmaal niet allebei.
Dilemma-denken is risicovol. Dilemma’s plaatsen belangen en waarden tegenover elkaar. Ze dwingen tot een keuze, het één belangrijker maken van het ander. Maar belangen zijn geen anoniem rondzwevende concepten. Ze zijn gekoppeld aan mensen, aan organisaties, sectoren en hun vertegenwoordigers. Door dilemma-denken plaatsen we niet alleen de belangen, maar ook de partijen tegenover elkaar. Een recept voor onderhandelgedrag. En het wegzetten van de vraagstukken als simpele keuze doet bepaald geen recht aan de complexiteit.
Taal van paradoxen
De taal van paradoxen is dan behulpzamer. Ze beschrijft de spanning, zonder deze dichotoom te maken. Omgaan met paradoxen impliceert geen definitieve keuze voor het één of het ander. Het erkent de spanning en laat geen oppervlakkige standpunten toe. Kunnen de verschillende belangen met elkaar in balans worden gebracht? Zijn er strategieën mogelijk die meerdere belangen combineren? Dit zijn de vragen die horen bij het paradox-denken.
Het is een manier van denken die past bij het samenwerkingskundig perspectief waar ik voor sta. Een manier van denken die geen winnaars of verliezers wil voortbrengen. Maar betrokkenen aanspreekt als leden van een gemeenschap. Met voor ieder de verantwoordelijkheid zich aan te passen en goed burgerschap te laten zien.
Het is op zijn minst opmerkelijk dat de beleids- en besluitvormingstafel heel ander gedrag uitlokt. Door vertegenwoordigers van organisaties en sectoren uit te nodigen, en ze ook als zodanig te positioneren, zeggen we eigenlijk: jij bent hier om jouw deelbelang te verdedigen. We kunnen ze het eigenlijk niet eens kwalijk nemen dat ze vervolgens voor zichzelf gaan, de kaarten voor de borst houden en zo hoog mogelijk in zetten. De afstemming wordt er transactioneel: voor wat, hoort wat.
Wederkerige relaties
En dat terwijl onderzoek keer op keer laat zien dat wederkerige relaties – tussen partijen die elkaars posities en behoeften erkennen – tot duurzamer verandering leiden. Ze snappen dat ze allemaal wat te doen hebben. En houden er nog een beter gevoel aan over ook. Want dat de visserij betere methoden moet ontwikkelen staat buiten kijf, en dat weten de betroken ook. Net zoals de energiebedrijven en scheepvaart weten dat het duurzamer kan. Maar aan de onderhandeltafel beweeg je pas als het echt niet anders kan. In een gemeenschap, en ecosysteem, sta je samen voor een werkbare toekomst.
En hier wordt de verander- en samenwerkingskunde in mij weer hoopvol. Er is immers tal van repertoire beschikbaar om de kwaliteit van de relaties en interacties te verbeteren. Om gestolde patronen te doorbreken. Een gemeenschap te worden en te blijven. Om samen te veranderen voor een rechtvaardige toekomst. Voor mij zijn dat de ingrediënten van de veranderkunde in de toekomst. Het boek staat er gelukkig bol van.
Door: Manon de Caluwé




