Het autonome zenuwstelsel scant, via de zintuigen, voortdurend de omgeving op signalen van veiligheid en onveiligheid. En ons autonome zenuwstelsel verstuurt steeds signalen van veilig of onveilig. Dit heet āneuroceptieā. Deze signalen komen niet alleen van buitenaf (exteroceptie), maar ook vanuit het lichaam zelf (interoceptie), zoals veranderingen in spierspanning, hartslag en ademhaling. Dit gebeurt naar aanleiding van elke verandering in de omgeving. Ons autonome zenuwstelsel scant dan: is deze verandering veilig, of niet? Waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen onveilig en onprettig.

Iets wat onprettig aanvoelt, kan het autonome zenuwstelsel dus ervaren als onveilig. Deze informatie is ook relevant als het gaat om gesprekken over psychologische veiligheid: is iets onprettig of onveilig? Daarnaast kan iets wat prettig aanvoelt, ervaren worden als veilig (terwijl het dat niet hoeft te zijn). Wanneer het zenuwstelsel een signaal van veiligheid of onveiligheid detecteert, reageert het snel om het lichaam in de juiste toestand te brengen: kalm en sociaal (āde groene zoneā), vechten of vluchten (āde rode zoneā) of bevriezen (āde blauwe zoneā).
Bij elke verandering scant ons autonome zenuwstelsel: is deze verandering veilig, of niet?
Kennis over de polyvagaaltheorie is relevant ā en zeker in de huidige tijd. De wereld en organisaties zijn continu in verandering, de vraagstukken in het werk worden steeds complexer. Daarnaast zijn in de huidige tijd de vraagstukken in de maatschappij, ecologie en wereld ook nog eens groot, urgent en uitdagend, waarbij de perspectieven niet zomaar duidelijk zijn en oplossingen niet dichtbij liggen. Je kunt je voorstellen dat ons autonome zenuwstel ook op dat niveau continu aan het scannen is op: ben ik veilig of onveilig? We gaan nu dieper op een van de systemen in: het sympathische systeem. Meer over deze systemen lees je in het boek Dialoogrevolutie.
Sympathische systeem: activeren tot en met vechten/vluchten
Het sympathische systeem activeert ons lichaam om dagelijkse taken en uitdagingen aan te gaan. Het zorgt voor energie en vitaliteit. Het sympathische systeem geeft ons de mogelijkheid om dingen te ondernemen, fysieke en mentale activiteit uit te voeren en doelgericht te handelen. Het helpt ons om alert en gefocust te blijven, vooral tijdens activiteiten die concentratie en inspanning vereisen. Denk aan het deelnemen aan sport, het voorbereiden van een presentatie of het aanpakken van een deadline op het werk. Dit wordt ook wel āpositieve stressā (āeustressā) genoemd.
Bij dreiging of gevaar reageren we vanuit het sympathische systeem door te vechten of te vluchten (distress). Ons hart klopt sneller, onze ademhaling en hartslag gaan omhoog en we zijn alerter. Dit is de overlevingsmodus, met als doel om weer veilig te worden. Stel dat je bijvoorbeeld in het verkeer plotseling moet remmen voor een andere auto. Je lichaam reageert onmiddellijk door je hartslag te verhogen, je spieren te activeren en je alerter te maken. Deze āvecht of vluchtā- reactie stelt je in staat om te handelen in deze potentieel gevaarlijke situatie. In dit voorbeeld is de stressreactie duidelijk en aanwijsbaar.
Je kunt ook, zonder dat je dat meteen in de gaten hebt, overgaan tot een ā al dan niet lichte ā vorm van vechten of vluchten. Als dit gebeurt, vergroot je focus zodanig, dat je minder receptief wordt voor signalen uit je omgeving en uit je lichaam. In Dialogisch Leiderschap noemen we dat āidentificeren met een ikpositieā.
In de werkcontext
In de werkcontext kan vechten zich bijvoorbeeld uiten doordat er op agressieve wijze naar of over anderen wordt gesproken, er rivaliteit is, of anderen worden bespot of gedemoniseerd. Voorbeelden van ik-posities die dan aan het woord zijn: āik als iemand die gepest wordtā, āik als competitiefā, āik als slimme oplosserā, et cetera. Vluchten uit zich bijvoorbeeld door (foute) grappen te maken, af te dwalen, niet ter zake doende vragen te stellen of op te gaan in je taken, zonder je bezig te houden met de raakvlakken met het werk van anderen. Voorbeelden van ik-posities die bij dit gedrag aan het woord kunnen zijn: āik als grappenmaker, āik als op mijn taak gerichtā, āik als cynischā, et cetera.
Tijdens een ingrijpende situatie reageert het autonome zenuwstelsel adequaat door de sympathicus te activeren.
Er zijn verschillende redenen waarom het niet kan lukken om āde sympathicusā te kalmeren. De eerste ontstaat als de sympathicus langdurig sterk actief is. Je kunt je dan constant āop scherpā voelen, (mentaal) continu actief zijn tot en met hyperwaakzaam.
De tweede oorzaak van een overactieve sympathicus is, wanneer iemand een ingrijpende gebeurtenis meemaakt en het niet meer lukt om daarna over te schakelen naar herstellen (de blauwe zone), noch om de groene zone, de sociale betrokkenheid en verbondenheid, te activeren. Tijdens de ingrijpende situatie ā bijvoorbeeld een agressieve, dronken cafĆ©bezoeker ā reageert het autonome zenuwstelsel adequaat door de sympathicus te activeren, waardoor de persoon kan reageren met vechten/vluchten. Soms is het echter niet mogelijk om, na die sympathische reactie, ook weer te ontspannen. Het lichaam blijft dan klaar om te vechten of te vluchten, zelfs als er geen directe dreiging (meer) is.
Dit kan zich uiten in moeite om te ontspannen, onrust en angst. Als het sympathische systeem langdurig overactief blijft en het niet lukt om over te schakelen naar de parasympathische herstelmodus, en ook niet lukt om de groene zone, het sociale-betrokkenheidssysteem, te activeren, kan er een burn-out ontstaan.
Impactvolle ervaring
De voorbeelden hiervoor gingen over een te actieve sympathicus, waardoor je niet meer goed kunt overgaan naar herstel en sociale betrokkenheid. Wat ook kan gebeuren, is dat je een zodanig impactvolle ervaring hebt gehad, dat de herinnering daaraan in het heden de ik-positie activeert die je toen hebt ontwikkeld.
Bijvoorbeeld, iemands huidige leidinggevende lijkt fysiek ā niet in gedrag ā op diens eerste leidinggevende, die neerbuigend commentaar gaf, schreeuwde als diegene iets verkeerd had gedaan en denigrerende seksueel getinte opmerkingen maakte. De persoon om wie het nu gaat, had in relatie tot de vroegere leidinggevende de ik-positie āik als ondergronds verzetā ontwikkeld, die het hem mogelijk maakte om te functioneren. Toen deze persoon merkte dat het uiterlijk van de huidige leidinggevende de ik-positie āik als ondergronds verzetā activeerde, kon diegene kiezen om in de relatie met de huidige leidinggevende een andere ik-positie te activeren.

Ruimte voor emoties
Het is goed om je te realiseren dat dit bij jou of bij anderen kan spelen. Overigens is het niet vanzelfsprekend om in de werkcontext met medewerkers in gesprek te gaan over hoe impactvolle ervaringen hun huidige reacties beĆÆnvloeden, tenzij die medewerker zelf dat gesprek start.
Wat kan gebeuren, is dat je een zodanig impactvolle ervaring hebt gehad, dat de herinnering daaraan in het heden de ik-positie activeert die je toen hebt ontwikkeld.
In de werkcontext kan het wĆ©l behulpzaam zijn om ruimte te maken voor het uiten van emoties, om met elkaar te onderzoeken welke emoties informatie bevatten die voor het werk relevant is. In dit soort bijeenkomsten blijken mensen vaak ook ruimte te voelen om āuit te sorterenā wat voor het werk relevant is en wat over hen als persoon gaat.
Beluister de podcast: Dialoogrevolutie
Bron: Dialoogrevolutie
Door: Jindra Kessener,Ā Rens van Loon








