Netwerken zijn alledaags en omstreden tegelijk (zie het boek De logica van de lappendeken). Juist dat geeft ons de uitdaging om de finesses te leren onderkennen, waarderen en benoemen die bij netwerken horen. Dat is een uitdaging, omdat we enerzijds niet zomaar zien wat er eigenlijk bijzonder is in onze alledaagse omgang met complexiteit. Daarvoor oog krijgen verlangt extra inspanning. Anderzijds is het een uitdaging omdat simplistischer denkwijzen dominant zijn en zeker in institutionele omgevingen daardoor ons handelen inkleuren, ook zonder dat we daar bewust voor kiezen.
Korrel zout

Vanwege die dominantie raad ik als basishouding aan om veel organisatievormen die de vier vaste waarden onderschrijven steevast met een korrel zout te nemen: ze zijn lang niet altijd van waarde. Een specifieke uitdaging is ervoor te waken dat we netwerkdenken bewust of onbewust omkatten, zodat het weer binnen die vaste waarden past. Want reken maar dat dat vaak om je heen gebeurt en zal blijven gebeuren. Er zijn heel wat netwerkverhalen die via de achterdeur toch weer centrale sturing erin fietsen. Dan moet iedereen alsnog dezelfde waarden nastreven, worden netwerken een nieuwe organisatievorm en raken die netwerken geïnstitutionaliseerd.
Dat soort netwerkverhalen gaat klinken als enorme vergader- en polderverbanden: haaks op een verknoopt perspectief zoals ik dat voorstel. Dat moeten we niet willen.
De integrale staat
In de bestuurskunde is het boek De integrale staat van Paul Frissen (2023) een polemisch schrijven tegen de vier vaste waarden. Hij schildert ‘integraliteit’ af als een bestuurlijk streven waarin (nauwelijks verhuld) dominante verhoudingen versterkt worden en pluriformiteit geremd – ook waar mensen publiekelijk zeggen te streven naar vernieuwing en waar dat ook erg gewenst lijkt.
Zelfs zoiets als ‘opgavegericht werken’ verwordt dan makkelijk tot iets:
- wat één standaard aanpak heeft (in plaats van een meersoortige);
- wat wordt vastgesteld vanuit een helikopterblik (waarmee de leefwereld buiten beeld raakt);
- wat is van bijvoorbeeld een provincie of gemeente (in plaats van allerlei partners of burgers);
- waarin men zegt te willen werken als één overheid (in plaats van per situatie maatwerk te zoeken);
- wat een eenduidige definitie kent van de opgave (en daarmee definitiemacht claimt);
- wat streeft naar harmonie (in plaats van conflicten te erkennen).
Daarmee wordt opgavegericht werken zo’n beetje het omgekeerde van wat de reden was dat dat begrip de afgelopen jaren zo populair werd. Het helpt als je munitie hebt waarmee je kunt (laten) zien hoe anders dat verknoopte perspectief is. Gelukkig worden de vier vaste waarden in degelijke vakliteratuur al tijden geproblematiseerd en wordt er iets anders naast gezet. Voor mij was het promoten van een breder palet van veranderkleuren (dan alleen politieke en rationele veranderbenaderingen) daar een paar decennia terug al een bijdrage aan en illustratie van. Maar eigenlijk zie je dat allerlei disciplines en terreinen de waarden problematiseren, bijvoorbeeld in de bestuurskunde (zie het kader hiervoor). Je vindt in mijn boek De Logica van de lappendeken dat soort munitie om het netwerkperspectief te verdiepen.
Beluister de podcast: De logica van de lappendeken
- De Logica van de lappendeken is genomineerd voor Ooa-Sioo boek van het Jaar. Bestel het op Boom.nl >>>
Door: Hans Vermaak



