Waar vroeger vertrouwde autoriteiten als kerk, krant, wetenschap en overheid het publieke gesprek bepaalden, is het speelveld nu radicaal veranderd. Ieder individu heeft een eigen podium, iedereen schrijft zijn eigen script. Dat heeft de democratie breder gemaakt, maar ook kwetsbaarder. We zien het vooral in verkiezingstijd, hoe tragisch ook: de verschillen lijken alleen maar groter, de emoties heftiger en de oplossingen verder weg. In talloze debatten – over klimaat, gezondheid, identiteit of religie – zetten mensen zich vast in hun overtuigingen. Algoritmes versterken die neiging door ons steeds opnieuw te bevestigen in wat we toch al denken. Het gevolg: we luisteren minder naar elkaar en steeds meer naar onszelf, gevangen in ons eigen gelijk.
Versneld en versplinterd
Tegelijkertijd is de manier waarop we communiceren versneld en versplinterd. We zijn voortdurend online, altijd in de weer met meningen en reacties. De aandachtsspanne krimpt en het geduld om echt naar de ander te luisteren, verdwijnt bijna ongemerkt. Wat overblijft is een voortdurende uitwisseling van standpunten, maar zelden een gesprek waarin ruimte ontstaat voor nuance of nieuwe inzichten.
Het is makkelijker geworden om jezelf te laten horen, maar moeilijker om gehoord te worden in de diepte. En precies daar schuilt het probleem. Want niet het gelijk van de een, maar het begrip van de ander maakt het verschil.
Autobiografisch luisteren
De kern van die uitdaging ligt in de manier waarop wij van nature luisteren: autobiografisch. We nemen de woorden van de ander zelden onbevangen in ons op, maar spiegelen ze direct aan ons eigen leven, onze ervaringen, onze beelden. Terwijl iemand spreekt, vullen wij in, vergelijken we met ons verhaal of sturen we het gesprek subtiel onze kant op. Deze reflex is menselijk, onbewust en vaak vriendelijk bedoeld – maar ze belemmert echte ontmoeting. Door vooral onszelf terug te horen in de woorden van de ander, staat autobiografisch luisteren verbinding in de weg. Zo wordt het gesprek geen dialoog, maar een echo.
De grote opgave van samenleven in deze tijd is daarom niet dat we het altijd met elkaar eens worden, maar dat we leren luisteren zonder meteen te spiegelen, te corrigeren of te oordelen. Het vraagt oefening en moed om verschil te verdragen en tegelijk nieuwsgierig te blijven naar wat de ander bedoelt. In die ontvankelijkheid ontstaat een nieuw soort gesprek. Want alleen daar, in het verstaan van de ander, ligt de mogelijkheid om samen verder te komen.
De oorsprong van het wij-zijdenken
In de cognitieve psychologie wordt gesproken over ‘mentale dossiers’: interne mappen waarin we alles opslaan wat we van mensen, groepen of concepten weten en voelen. Elk contact, elk gesprek, ieder gebaar, zelfs een gedeelde lach, wordt zorgvuldig opgeborgen in zo’n dossier.
Juist deze mentale dossiers bepalen wie we tot ‘wij’ rekenen en wie tot ‘zij’. Wanneer je samen met iemand kunt lachen, wordt die ervaring een warme notitie in het dossier van die ander. Het dossier wordt rijker, positiever, gevuld met vertrouwen en herkenning. Zo ontstaat het gevoel van verbondenheid: ‘wij’ zijn de mensen met wie je samen lacht, niet degenen om wie je lacht, zoals de Amerikaanse wetenschapsjournalist David Berreby scherp opmerkte in zijn boek Us and Them: The Science of Identity (2008).
Etiketten
Toch wringt het hier in het gesprek in de samenleving. In plaats van onze mentale dossiers te vullen met gedeelde ervaringen, vullen we ze steeds vaker met etiketten: woke, domrechts, activist, kakker, klimaatgekkie, migrant. We reduceren mensen tot hun standpunten, en die standpunten tot karikaturen. De stemmer op de flanken doen we af als irrationeel of extremistisch, de ondernemer als uitbuiter, de ambtenaar als bureaucratisch, de klimaatactivist als fanatiek, de boze burger als onwetend, de jonge activist als naïef, de gelovige als wereldvreemd. Het gesprek zelf raakt uit zicht; wat resteert is een schimmenspel van overtuigingen waarin niemand nog werkelijk wordt gezien.
Misschien is het tijd om onze eigen mentale dossiers te heropenen, onze vanzelfsprekendheden te bevragen en het gesprek opnieuw te openen – niet om te overtuigen, maar om te begrijpen. Want pas als we leren ons eigen denken te wantrouwen, wordt het mentale dossier van ‘zij’ misschien weer een beetje ‘wij’.
- Dit artikel komt uit het boek Van debat naar dialoog van Paul Stamsnijder dat op de Longlist voor Managementboek van het Jaar 2026 staat
Bron: Van debat naar dialoog
Door: Paul Stamsnijder




