Waarom heeft iedereen een ego? Omdat iedereen wil overleven. Fysiek, maar vooral sociaal. Om te begrijpen waarom je ego zo actief is, moet je een paar duizend jaar terug in de tijd. Lang voordat we kantoren, KPI’s en teamsessies hadden, leefden we in groepen. Kleine stammen. Kudden mensen. En in die kudde draaide alles om één ding: samen overleven.
Stel je een kampvuur voor, ergens op een open vlakte. Een groep mensen zit dicht tegen elkaar aan. In de schaduw daarbuiten loeren roofdieren. Daarbuiten wil je niet zijn. Word je uit de groep gezet? Dan ben je prooi. Letterlijk. Dus wat doe je? Je zorgt dat je dicht bij het vuur mag blijven zitten. Je doet er alles aan om erbij te blijven. Om niet uit de kudde te vallen. Dat je gewaardeerd wordt. Gezien. Gehoord.
Je kunt het niet alleen. Als je eruit valt, heb je een probleem. Geen eten. Geen vuur. Geen bescherming. Dus zet je een strategie in: ‘Wat moet ik doen om erbij te blijven?’ Voor de een is dat slim zijn. Voor de ander sterk. Of zorgzaam. Of grappig. Of niet lastig. Je kon het afkijken bij anderen.
Wat het ook was, zodra je doorhad wat werkte, begon je het te herhalen. En dat gedrag werd een patroon. En dat patroon werd jouw ego. Niet omdat je het bent, maar omdat het werkte. Daar is ons ego geboren. De rol van je ego: erbij horen, gezien worden, veilig blijven.
De kudde is veranderd. De reflex niet
We leven niet meer in grotten. Er lopen geen sabeltandtijgers meer rond. Maar het primitieve gedeelte van je brein weet dat niet. Dat is nog steeds bezig met veiligheid, waardering, positie in de groep. Je wilt nog steeds dat mensen je aardig vinden. Of dat ze je respecteren. Of dat ze je serieus nemen. Je ego helpt je om dat te bereiken. Het scant voortdurend je omgeving: Hoe kijkt de groep naar mij? Hoe kom ik over? Hoe voorkom ik dat ik word buitengesloten? Hoe zet ik me goed neer? Daarom gedraagt je ego zich alsof je positie in de groep letterlijk van levensbelang is. Want in jouw brein is dat ook zo.
Er is veel te winnen in de kudde
In een groep zijn, betekent bescherming, erkenning, invloed. Wie een sterke positie heeft, krijgt ruimte. Mag meepraten. Wordt vertrouwd. Dus ga je je aanpassen, of je bewijzen, of je groter maken. Alles om maar een goede plek in het team te bemachtigen en te behouden. Dat is geen zwakte. Dat is biologie. Je ego is dus geen toeval. Het is een verdedigingsmechanisme. Een reflex uit de tijd dat erbij horen gelijk stond aan overleven. Ego’s vullen iets
belangrijks in: de behoefte aan veiligheid en erkenning.
Hoe werkte dit systeem in je jonge jaren?
Hoe ben je aan jouw ego gekomen? Hoe heb jij je ego opgebouwd? Je ego is ontstaan in een omgeving waarin je afhankelijk was van goedkeuring. Als kind voelde je haarfijn aan welk gedrag waardering opleverde en welk gedrag afwijzing gaf. Daar leerde je van. Je ontwikkelde patronen die ‘werkten’. Misschien kreeg je applaus als je presteerde. Of werd je gezien als je zorgzaam was. Of juist als je rebels je eigen weg ging. Je ego is die ‘werkende strategie’ die ooit functioneel was.
En dan ga je dat gedrag herhalen. En nog eens. En uiteindelijk doe je het zó vaak … dat je denkt dat je het bént. En dat is precies waarom het zo krachtig voelt. Het heeft je veel gebracht. Maar … het is niet meer dan dat: een strategie. Geen missie.
Ego is oké
Ego heeft, zoals gezegd, vaak een slechte naam. Alsof het een last is. Iets wat je moet afleren of overwinnen. Maar dat is dus niet terecht. Je ego is geen fout. Het is een prachtig, intelligent mechanisme. Het helpt je te navigeren in de wereld, als een automatische piloot die je richting geeft.
Zonder ego zou je niet zijn waar je nu bent. Sterker nog: zonder ego kun je niet functioneren in een groep, geen positie hebben. Je mist dan het mechanisme dat jou helpt om af te stemmen, te positioneren, om sociaal én doelgericht te zijn. Je ego is zo fundamenteel in hoe je je beweegt in je werk en leven, dat je zonder ego nergens komt. Niet in je relaties, niet in je carrière en niet in je ontwikkeling.
Bron: Tuurlijk heb je een ego
Door: Bas Blekkingh




