Stel dat ik je vraag om de afgelopen week eens langs je mind’s eye te laten trekken. Hoeveel momenten van frustratie kun je je herinneren? Waar gingen ze over? En hoeveel daarvan hadden te maken met andere mensen? Met gesprekken, samenwerkingen, afstemming, verwachtingen?
Waarschijnlijk meer dan je op het eerste gezicht denkt. Frustratie is overal. Dat is niet vreemd. De wereld – en de mensen daarin – gedragen zich zelden precies volgens onze verwachtingen, normen, wensen, behoeften of waarden. Die voortdurende mismatch tussen hoe jij vindt dat het zou moeten zijn en hoe het in werkelijkheid gaat, is een krachtige trigger voor frustratie.
Veel frustratie ontstaat in interactie
Er is genoeg frustratie die weinig met anderen te maken heeft. De peren zijn op terwijl je net perentaart wilt bakken. De stoeptegel ligt scheef. Je staat in de file terwijl je haast hebt. Frustrerend en irritant. Veel frustratie ontstaat juist in interactie met anderen. In samenwerking. In relaties waarin je afhankelijk bent van elkaar en waarbij de anderen zich niet gedragen zoals jij zou willen dat ze deden.
In samenwerking is frustratie eigenlijk altijd aanwezig wanneer powerplay speelt; misschien openlijk, misschien bedekt. Frustratie is zowel een gevolg van machtsspellen als de brandstof ervoor. Iets anders gezegd: Frustratie ontstaat door de dynamiek in samenwerking, en voedt diezelfde dynamiek weer verder door hoe we ons gedragen als we gefrustreerd zijn.
Irritatie
Misschien herken je dit: je voelt irritatie omdat iemand steeds het hoogste woord heeft. Of omdat besluiten vaag blijven. Of omdat jij je aanpast en de ander blijft doorduwen. Of juist omdat jij steeds degene bent die het voortouw neemt terwijl de rest achteroverleunt. De frustratie loopt op. En bijna ongemerkt verandert de toon van het gesprek. Je argumenten worden scherper. Je geduld korter. Of je haakt juist af en zegt minder. Frustratie doet iets met hoe we met elkaar in gesprek zijn.
Wat frustratie zo verraderlijk maakt, is dat we haar graag kwijtraken door de energie van frustratie te willen richten. We zoeken een doelwit voor de energie van frustratie. Dat doen we via een paar bekende reflexen.
De meest voorkomende is hetoordeel. De frustratie wordt naar buiten gericht: “Als hij nou eens normaal zou luisteren.” “Zij is ook altijd zo vaag.” “Dit team neemt gewoon geen verantwoordelijkheid.” De ander wordt oorzaak, probleem, obstakel. Dat voelt logisch. En het versterkt het machtsspel. Een tweede reflex is het zelfoordeel. Dan slaat de frustratie naar binnen: “Waarom zeg ik hier niets van?” “Ik moet ook altijd alles dragen.” “Zie je wel, ik kan dit niet.” Aan de buitenkant lijkt het rustig, maar van binnen kookt het. Ook dit voedt powerplay, alleen in een andere vorm. Tenslotte is er de dissociatie. De frustratie is te ongemakkelijk en we stappen uit met onze aandacht. Meestal hebben we dit helemaal niet eens door. We gaan ineens aan andere dingen denken of ‘zonen’ uit.
Welke reflex je ook herkent: geen van allen haalt je uit de powerplay. Ze houden haar juist in stand.
Frustratie vertelt over waar het schuurt
Frustratie vertelt je iets over het systeem waarin je je bevindt. Niet over wie er fout zit, maar over wat er schuurt tussen mensen. Over waar de samenwerking vastloopt. Over waar belangen, tempo’s, verantwoordelijkheden of rollen niet meer goed op elkaar aansluiten.
Het probleem is niet dat we gefrustreerd raken. Het probleem is dat we geleerd hebben frustratie te zien als iets dat weg moet. Als onprofessioneel. Als storend. Terwijl frustratie juist een van de meest betrouwbare signalen is dat er op systeemniveau iets niet lekker loopt. Frustratie raakt vrijwel altijd aan macht: aan invloed kunnen uitoefenen, gehoord worden, of positie innemen. In plaats van te luisteren naar frustratie, proberen we haar te managen. We slikken haar in. Of we gooien haar eruit. Beide strategieën kosten het geheel enorm veel energie en brengen onbedoeld meer van hetzelfde. Meer hang naar controle, meer overtuigen, meer aanpassen, meer terugtrekken. De boel draait vast in dezelfde patronen.
Beweeg uit de powerplay
De beweging uit powerplay begint op het moment dat frustratie niet langer persoonlijk wordt gemaakt, maar functioneel wordt bekeken. Wat vertelt deze frustratie over hoe wij samenwerken? Over wat hier nodig is en niet gebeurt? Over wat niet gezegd wordt, maar wel voelbaar is?
Dat vraagt iets anders dan je frustratie inslikken of botvieren op je omgeving. Het vraagt dat je frustratie durft te zien als informatie. Niet als waarheid, maar als signaal. En dat je bereid bent om voorbij schuld en gelijk te kijken naar het geheel.
In mijn nieuwste boek Stap uit Powerplay neem ik je mee in het kijken naar frustratie vanuit een systeemperspectief. Je leert stoppen met de blame game en patronen herkennen die, los van ieders intenties, steeds opnieuw voor gedoe zorgen. Stap uit Powerplay is geschreven voor iedereen die merkt dat samenwerking vastloopt op dezelfde plekken — en die wil leren hoe frustratie niet langer brandstof blijft voor powerplay, maar richting kan geven aan volwassen, functionele samenwerking.
Bron: Stap uit Powerplay
Door: Jobbeke de Jong




