Om maatschappelijke doelen en gedragsverandering te bewerkstelligen heeft de overheid door de bank genomen de beschikking over drie typen beleidsinstrumenten. Aan de hand van het drieluik van regels, prikkels en communicatie – vaak aangeduid als de zweep, de peen en de preek – leggen we in dit artikel uit hoe deze instrumenten afzonderlijk en in samenhang worden gebruikt
Jarenlang voerde de landelijke overheid campagne op radio en televisie om mensen van het roken af te krijgen. Die aanpak versnelde toen er programma’s, websites en apps kwamen om te stoppen met roken. Strenge regelgeving, zoals het verbod op roken in de horeca, deed een stevige duit in het zakje. In dit voorbeeld liggen drie typen beleidsinstrumenten besloten, waarvan de overheid zich vaak bedient. Deze laten zien dat de overheid uit meerdere vaatjes tapt, respectievelijk kennis en vaardigheden benut uit de disciplines recht, economie en sociale psychologie. In bestuurskundeboeken komt ook wel de drieslag engineering, enforcement en education naar voren, waarbij het derde type hint op het aanspreken van het lerend vermogen. De volgende tabel vat de typen instrumenten samen.
Drieluik beleidsinstrumenten overheid
| Regels (zweep) | Prikkels (peen) | Communicatie (preek) |
| Verkeersreglement | Sportveld | Enquête/focusgroep |
| Bouwverordening | School | Folder/poster |
| Milieuwet | Openbaar vervoer | Tentoonstelling |
| APK | Accijns op drank | Massamediale campagne |
| AOW | Parkeergeld | Groepsgesprek/dialoog |
| Recht | Economie | Gedragskennis |
en voorlichting. Winsemius benadrukte de drieslag bij zijn start als minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieu begin jaren tachtig; ‘preek’ noemde hij ‘tamboerijn’.
De juiste mix van regels, prikkels en communicatie
Het drieluik – regels, prikkels, communicatie – helpt duidelijk te maken dat de overheid over een breed instrumentarium beschikt om doelen te realiseren. De praktijk leert dat zelden sprake is van louter één instrument om een vraagstuk aan te pakken, sterker nog, dat juist bij het combineren van verschillende typen een geslaagde aanpak ontstaat. Gedragsgerichte interventies bestaan dan ook vaak uit een mix van instrumenten. Zo kon de Belastingdienst de (inmiddels afgeschafte) slogan ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’ (preek) waarmaken door een vereenvoudigd aangifteformulier (peen) en toezicht op naleving (zweep).
Betere belastingnaleving met communicatie
Het Kenniscentrum Psychologie en Economisch Gedrag (KCPEG ) onderzocht in 2022 hoe communicatie bijdraagt aan belastingnaleving. Daarbij werden vier strategieën onderzocht: afschrikken via boetes en controles, informeren over de besteding van belastinggeld, versimpelen van taal en procedures, en benadrukken van sociale normen (‘de meeste mensen betalen op tijd’). Vooral versimpeling en sociale normen blijken effectief, zeker in combinatie. De conclusie in het rapport is dat goed afgestemde communicatie een krachtige, relatief goedkope aanvulling is op juridische en economische beleidsinstrumenten.
(Bron: kcpeg.nl/content/files/belastingcompliance_kcpeg_augustus_2022.pdf.)
Door een communicatieve bril bezien zijn beleid, uitvoering en toezicht voortdurend de vrucht van een samenspel: van disciplines binnen de overheid en van interactie tussen bestuurders en ambtenaren met organisaties en individuen in de samenleving. Daarbij spelen visies op rollen (zie hoofdstuk 2 in ons boek Overheidscommunicatie voor professionals), sturing en interacties tussen verschillende kennisgebieden voortdurend op elkaar in.
Het mobieltjesverbod
In 2024 bleek de invoering van een mobieltjesverbod in het onderwijs mogelijk doordat onderwijsorganisaties, departementen, gemeenten, schoolbesturen, ouders en leerlingen een gedeelde zorg over de opmars van devices in de klas onderkenden én in staat waren om benodigde inspanningen over en weer op tafel te leggen. Door de bijeengebrachte inzichten op het vlak van prikkels en communiceren kon zonder een wet een ‘dringend advies’ worden ingevoerd.
Verlichte fietsers
Om ongelukken te voorkomen van fietsers die ’s avonds niet of onvoldoende verlicht de weg op gaan, zijn in de loop der jaren verschillende typen instrumenten uitgeprobeerd. Eerder lag de nadruk op massamediale campagnes van de overheid en verkeersveiligheidsorganisaties. Op radio en televisie en met posters langs de weg werden fietsers aangespoord met teksten als ‘Fiets als een vorst, fiets verlicht’. Of ze werden beboet tijdens controles van de politie.
Gemeenten gingen vervolgens over tot het verstrekken van fietslichtjes of periodes waarin iedereen zijn fiets gratis kon laten nakijken. Een inzicht uit de auto-industrie zorgde naar verluidt voor uitbreiding van het instrumentarium. In Scandinavische landen ontvingen autofabrikanten namelijk subsidie om auto’s zo te fabriceren dat bij het starten altijd het licht aangaat, ook overdag. Het voorbeeld inspireerde de fietsindustrie. Het aandeel communicatie kon daardoor plaatsmaken voor manieren om toe te rusten. En de periodieke politiecontroles konden – zo bleek – ook worden verminderd.
Communicatie in de beleidsmix
Idealiter staat de communicatieprofessional in het midden van de beleidsmix om zowel communicatie als een van de typen instrumenten te helpen realiseren en bij te dragen aan een samenhangende aanpak en presentatie. Figuur 5.1 laat die samenhang zien.

Een samenhangende aanpak veronderstelt dat de communicatieprofessional de betekenis van alle typen instrumenten bij de beleidsontwikkeling kent:
- Welke juridische instrumenten zet de organisatie in voor deze opgave? Welke wet, regel, maatregel, afspraak, contract of convenant beschrijft het kader? Of eenvoudig: waar staat het?
- Welke economische instrumenten zet de organisatie in voor deze opgave? Welke prikkel, (positieve) bonus- of (negatieve) malusregeling is van kracht? Welke subsidie, boete, sanctie, voorziening of faciliteit ondersteunt het beleid? Of eenvoudig: hoe stimuleren of remmen we het?
- Welke communicatieve instrumenten zet de organisatie in voor deze opgave, die aansluiten bij de juridische en economische maatregelen? Is het beleid gewenst of verlangd door de doelgroep, of moeten we overtuigen? Volstaat eenzijdig informeren of is tweezijdig communiceren gewenst of nodig? Is sprake van een geringe aanpassing of van nieuw en onbekend beleid? Middelen volgen als antwoord op deze hoofdvragen. Of eenvoudig: hoe vertellen we het?
Zicht op de inhoud van het juridische en economische instrumentarium maakt de communicatieprofessional een waardevolle gesprekspartner voor beleidsmakers. En leidt ertoe dat communicatie daadwerkelijk bijdraagt aan effectief beleid.
Beluister onze podcast: Overheidscommunicatie met Corine Hoppenbrouwers en Guido Rijnja
Bron: Overheidscommunicatie voor professionals
Door: Corine Hoppenbrouwers, Guido Rijnja
- Corine Hoppenbrouwers startte na haar carrière als woordvoerder en communicatiemanager bij de gemeente Rotterdam haar bureau in communicatieadvies voor overheden, waaraan zij twintig jaar leidinggaf en opdrachten uitvoerde als senior-adviseur.
- Guido Rijnja werkte tot zijn recente pensionering als adviseur bij de Rijksvoorlichtingsdienst en diende meerdere overheidsorganisaties bij het communiceren over spanningen. Hij promoveerde op hoe professionals omgaan met weerstand en stond aan de wieg van de totstandkoming van Factor C.





