HomeArtikelenBewust oefenen: belangrijk, maar hard werken
Bewust oefenen: belangrijk, maar hard werken
Joël Aerts27 maart 2026Leestijd: 11 minutenLeiderschap
Bewuste oefening is belangrijk. Daar is iedereen het over eens. Maar wat is ‘bewuste oefening’ eigenlijk? Ericsson omschrijft het als volgt: ‘een set van heel gestructureerde activiteiten, met als expliciet doel het verbeteren van het resultaat’. Kenmerkend voor bewuste oefening is dat je deze oefeningen echt nodig hebt om tot goede resultaten te komen in het specifieke expertisegebied. Je kunt niet zonder. Ook vergen de oefeningen heel veel concentratie en energie. Tot slot zijn de meeste oefeningen niet zo leuk om te doen. Bewust oefenen is gewoon hard werken.
Leiderschapsontwikkeling is geen automatisch proces. Of je er nu honderd, duizend of tienduizend uur in stopt: zorg ervoor dat je bewust oefent. Wat echt telt, zijn niet de uren die je oefent, maar de bewuste oefeningen die je in je uren stopt.
Oké, dat was de theorie. Je weet nu dat wat veel mensen talent noemen, in de praktijk vooral het resultaat is van heel veel bewust oefenen. Maar hoe doe je dat eigenlijk, bewust oefenen? Ik heb alle belangrijke onderzoeken bekeken en heb de belangrijkste inzichten teruggebracht tot drie fasen die samen bestaan uit de zeven stappen van bewuste oefening. In principe zijn deze zeven stappen toe te passen op allerlei vaardigheden, van koken tot en met sporten en van verkopen tot en met leidinggeven.
Ik loop de zeven stappen nu een voor een met je door, aan de hand van een herkenbaar voorbeeld waar elke leidinggevende mee te maken heeft: vergaderen. Hier komen ze.
Stap 1 en 2 horen bij de analysefase. De analysefase voelt misschien als huiswerk, maar ze is absoluut noodzakelijk wanneer je bewust wilt oefenen. Ik snap dat je deze fase wilt overslaan, maar doe het niet!
Stap 1 Richt je op wat echt telt
In versneller 2 (Zie het boek Ontwikkel je leiderschap) heb je ontdekt wat de essentie van leiderschap is. Richting, actie en groei. Door je te richten op vaardigheden die de essentie van leiderschap (richting, actie, groei) ondersteunen, kun je je impact vergroten.
Een belangrijke vaardigheid, die vaak onterecht over het hoofd wordt gezien, is ‘leidinggeven aan vergaderingen’. Vergaderingen zijn een cruciaal instrument om richting te geven aan je medewerkers en hen te helpen om in actie te komen en te groeien. Tom Peters, schrijver van een van de allereerste internationale managementbestsellers (In search of excellence), zegt het in een van zijn presentaties zo: ‘Vergaderingen zijn de theaters van leiderschap.’
Er zijn maar weinig momenten waarop de belangrijkste mensen bij je aan tafel zitten, met hun ogen op jou gericht. In de regel lukt het de meeste leidinggevenden maar matig om leiding te geven aan vergaderingen. Niet voor niets wordt er steen en been geklaagd over ‘weer een vergadering’.
Opdracht: Kies een leiderschapsvaardigheid die je gaat ontwikkelen
Welke drie leiderschapsvaardigheden zou je willen ontwikkelen? Kies er één uit om de volgende stappen op uit te proberen. Lees de stappen eerst aandachtig door. Noteer vervolgens kernachtig op een A4’tje wat eruit komt als je de stappen concreet toepast op de door jou gekozen leiderschapsvaardigheden.
Stap 2 Ontleed je vaardigheid
Je doel is om een bepaalde vaardigheid echt te begrijpen. Daarvoor moet je de vaardigheid bijna letterlijk ontleden. In de literatuur wordt dit ook wel chunking genoemd. Analyseer uit welke kleinere elementen (die nog wel afzonderlijk te leren zijn) de vaardigheid bestaat. Zo kan effectief vergaderen onder andere bestaan uit agendabewaking, een duidelijk doel stellen, inspiratie en motivatie, besluitvorming, actiepunten opvolgen, nieuwe actiepunten vaststellen en delegeren, creatief denken en teambuilding. Wees niet bang om je ook binnen deze elementen te richten op wat echt telt.
Tot slot wil je ook graag weten of je vaardigheid ‘hard’ of ‘zacht’ is. Harde vaardigheden zijn vaardigheden die je elke keer op vrijwel exact dezelfde wijze kunt uitvoeren en die je ook heel precies kunt trainen. Agendabewaking is een wat hardere vaardigheid en daardoor kun je deze drillen. Bijvoorbeeld door steeds een eenvoudig stappenplan te doorlopen. Zachte vaardigheden vragen juist om veel flexibiliteit. Je leert ze door een situatie te lezen, te herkennen en erop te reageren. Zachte vaardigheden leer je eerder door te experimenteren. Besluitvorming is een zachtere vaardigheid. Wil je deze vaardigheid ontwikkelen, dan zul je verschillende experimenten moeten doen, waarop je vervolgens moet reflecteren om ervan te leren.
Opdracht: ‘Chunk’ je vaardigheid
Onderzoek je vaardigheid eens grondig aan de hand van de volgende vragen. Uit welke chunks bestaat je vaardigheid? Is het een harde of een zachte vaardigheid en waarom?
Dat waren de eerste twee stappen, die horen bij de analysefase. We gaan meteen door. Stap 3, 4 en 5 horen bij de ontwerpfase. In deze fase ga je aan de slag met het ontwerpen van een bewuste oefening, die helemaal is afgestemd op jouw situatie.
Stap 3 Stel je leerdoel vast
Bij het vaststellen van een leerdoel zijn twee dingen belangrijk: het leerdoel moet in de juiste zone liggen, en het moet meetbaar zijn. Er zijn drie zones (zie figuur). Zie het als drie concentrische cirkels. De binnenste cirkel is de ‘comfortzone’. De middelste cirkel is de ‘leerzone’ en de buitenste cirkel de ‘paniekzone’. Door doelen te stellen die in de leerzone vallen, dagen we onszelf uit en voorkomen we paniek bij onszelf en bij de mensen die ‘slachtoffer’ zijn van onze ontwikkeldrang.
Een belangrijk onderdeel van bewuste oefening is het meten van je ontwikkeling. Door te meten weet je of je vooruitgang boekt. Of je op schema ligt. Of je de juiste oefeningen doet en uiteindelijk of je je doel hebt bereikt. Het is daarom slim om bij het vaststellen van je leerdoel al te bedenken hoe je de vooruitgang kunt meten. Agendabewaking kun je bijvoorbeeld goed meten door bij te houden hoe vaak je vergadering uitloopt. Delegeren van nieuwe actiepunten kun je prima meten door het percentage afgeronde actiepunten te bepalen. Inspiratie en motivatie zijn een stuk moeilijker te meten. Hiervoor moet je een list bedenken. Vraag jezelf bij een moeilijk te meten doel af welke kenmerken er zichtbaar worden wanneer je je doel bereikt. En meet vervolgens die kenmerken. Misschien is het aantal op tijd aanwezige medewerkers wel een goede meetlat voor motivatie? Of anders het aantal keren dat er een geïnspireerde discussie plaatsvindt? Wees creatief, maar maak het niet te gek.
Opdracht: Bepaal je leerdoel
Noteer de vaardigheid die je wilt ontwikkelen. Schrijf vervolgens je leerdoelen die horen bij deze vaardigheid eronder. Schrijf rechts van de leerdoelen telkens hoe je denkt dit leerdoel te kunnen meten.
Stap 4 Raadpleeg je hulplijnen
Wil je optimaal resultaat halen uit je training? Dan is het zaak om meer informatie te verzamelen over hoe jouw vaardigheid eruitziet op topniveau. Je hebt hiervoor een aantal belangrijke hulplijnen tot je beschikking.
Ten eerste: kennis. Wat kun je lezen en waarnaar kun je kijken of luisteren om meer te weten te komen over jouw vaardigheid op topniveau?
Ten tweede: mensen. In het volgende deel van dit boek gaan we hier een stuk dieper op in. Je kunt mensen vragen om feedback, advies en inspiratie. Wie zit er altijd bij jouw vergaderingen en wil weleens even echt vertellen wat hij of zij ervan vindt? Wie is er in jouw omgeving bereid om advies te geven? Bij welke vergadertopper kun jij eens inspiratie opdoen?
Tot slot: gereedschappen. Zijn er goede hulpmiddelen beschikbaar? Handige lijstjes, slimme methoden of effectieve structuren? Verzamel deze. Misschien hanteren succesvolle ondernemers wel een heel andere vergaderfrequentie dan jij? Misschien beginnen ze wel met de rondvraag in plaats van ermee te eindigen?
Opdracht: Hulplijnen
Welke hulplijnen kun je gebruiken om te ontdekken hoe jouw vaardigheid er op topniveau uitziet? Verzamel de hulplijnen en maak er een duidelijk overzicht van. Wat zijn de ideeën die straks het verschil gaan maken? Deze ideeën verwerk je in de volgende stap.
Stap 5 Ontwerp je oefening
Een oefening kan vele vormen hebben. Dus voel je vrij om je eigen creativiteit erin te leggen. Ik heb tien van de meest gebruikte oefeningsvormen voor je verzameld. Sommige kun je vrij gemakkelijk in een werksituatie toepassen, andere wat lastiger. Ook is lang niet iedere oefening geschikt voor iedere vaardigheid. Daar gaan we.
Ga langzaam, erg langzaam. Door je vaardigheid in een laag tempo te oefenen, ontdek en leer je de nuances van een vaardigheid.
Overdrijf. Maak iets groter dan het is. Leg er meer emotie in. Leg ergens meer nadruk op dan nodig. Door te overdrijven ontdek en leer je de ins en outs van een vaardigheid.
Kopieer voor 100 procent. Ook al denk je dat iets niet bij je past. Kopieer de manier waarop iemand anders het doet voor 100 procent. Het liefst meerdere keren. Evalueer daarna en ga dan pas je eigen draai eraan geven.
Stroef maar goed. Het hoeft er niet soepel uit te zien. Zorg ervoor dat je het eerst goed doet, ook al ziet dit er gemaakt uit. Dus volg nauwgezet je script, ontwerp of voorbeeld. De soepelheid volgt later.
Schaal op. Grijp mogelijkheden aan om je vaardigheid te oefenen op een hoger niveau. Voor een groter publiek. Voor een lastiger publiek. Voor een heel ander type publiek. Maak het jezelf dus moeilijker.
Experimenteer als een gek. Experimenteren of lekker spelen met je vaardigheid is een krachtige manier om de mogelijkheden van een vaardigheid te ontdekken. Je moet hiervoor wel bereid zijn om een beetje voor gek te staan.
Oefen direct na het ‘echie’. Formule 1-coureur Max Verstappen duikt direct na een race nog even anderhalf tot drie uur de simulator in. Om te leren van zijn fouten en om te ontdekken wat beter kan.
Isoleer voor je integreert. Richt je eerst op delen van je vaardigheid. Oefen deze afzonderlijk en voeg ze pas later bij elkaar, om ze dan in één keer te oefenen.
Onderwijs anderen. Zoals een oosterse wijsheid luidt: ‘Als je iets wilt leren, lees er dan over. Als je iets wilt begrijpen, schrijf er dan over. Maar als je iets wilt beheersen, geef er dan les over.’
Herhaal, herhaal, herhaal. Door een vaardigheid te herhalen, ontwikkel je haar. Maar zorg er dan wel voor dat wat je herhaalt ook echt goed is. Jezelf leren heel goed te zijn in een fout uitgevoerde vaardigheid, is zonde van je tijd.
Om je vergadervaardigheden te versnellen zouden de bovenstaande oefeningen 3, 4, 6 en 8 je weleens heel goed kunnen helpen.
Opdracht: Kies een oefening
Bedenk welke oefening je kunt inzetten om je vaardigheid bewust te oefenen. Maak een top drie met de oefeningen die jou het meest geschikt lijken.
Dan zijn we nu aangekomen bij de laatste twee stappen. Stap 6 en 7 horen bij de uitvoeringsfase. Genoeg gepraat; het is nu tijd voor actie!
Stap 6 Oefen je vaardigheid
Je hebt je oefening afgestemd op wat echt telt in jouw context. Je hebt je vaardigheid ontleed en begrijpt nu hoe die in elkaar zit. Je hebt jezelf een duidelijk leerdoel gesteld. Je hebt hulplijnen gebruikt om ideeën te verzamelen over wat je precies wilt oefenen. En je hebt jouw oefening ontworpen. Het is nu tijd om te oefenen. Aan de slag!
Nog een laatste tip. Plan je oefening goed in. Want voor je het weet, neemt de waan van de dag een loopje met jouw goede intenties. En doe je wat je altijd al deed, met weer dezelfde resultaten als gevolg.
De laatste stap. Het succes van je bewuste oefening hangt voor een groot deel af van deze laatste stap. Na je oefening wil je weten hoe je het hebt gedaan en wat anders of beter kan, en natuurlijk wil je ook weten wat goed is gegaan. Om hierachter te komen, kun je gebruikmaken van drie feedbackmechanismen.
Je meet het resultaat. Als je een meetbaar doel hebt opgesteld, dan kun je het resultaat van je oefening meten.
Je verzamelt feedback. Je haalt feedback op bij een aantal personen die bij je oefening betrokken waren. Hoe je dit effectief doet, leer je in de volgende versneller.
Je reflecteert. Iemand die zeker bij de oefening betrokken was, ben je natuurlijk zelf. Neem dus de tijd om uitgebreid en positief-kritisch te reflecteren op hoe je de oefening hebt gedaan.
Je kunt de verzamelde feedback vervolgens gebruiken bij je volgende oefening. Waarbij je dus, met je nieuwe inzichten, weer aan de slag gaat met stap 6 (oefen je vaardigheid). Het zou zomaar kunnen dat je oefening niet echt geslaagd is. Denk dan aan de beroemde uitspraak van Henry Ford, de oprichter van het automerk Ford:
‘Falen is de kans om opnieuw te beginnen, maar nu intelligenter.’
Dus merkte je nou dat de oefening voor jou niet werkte, ga dan terug naar stap 5 (ontwerp je oefening). Werkte je oefening wel, maar wát je oefende niet, ga dan terug naar stap 4 (raadpleeg je hulplijnen) en kijk nog eens naar je hulplijnen.
Wat zou wél kunnen werken in jouw situatie? Blijkt je leerdoel toch te liggen in je ‘comfortzone’ of ‘paniekzone’, ga dan terug naar stap 3 (stel je leerdoel vast).