Verandermanagement in complexe organisaties vraagt meer dan het toepassen van modellen en stappenplannen. In Vrijmoedig veranderen laat organisatiepsycholoog en veranderkundige Marloes van der Werf zien hoe juist spanning, tegenspraak en ongemak waardevolle ingangen zijn voor echte verandering. Zij nodigt veranderaars uit om openhartig te kijken naar wat er speelt, vrijmoedig te spreken en verandering te benaderen als een relationeel en menselijk proces.

Wat is vrijmoedigheid wel en wat is het niet?
Niet alles is wat het lijkt. Iets hardop zeggen of iets doen wat anderen niet in hun hoofd zouden halen, is niet per definitie vrijmoedig. Ook vrijmoedigheid kan ‘over de rand’ en veranderen in overmoedig en vrijpostig gedrag bijvoorbeeld. Om scherper te duiden wat wel en niet wordt verstaan onder vrijmoedigheid, zodat we dit later kunnen toepassen op vrijmoedig handelen en veranderen, zet ik een aantal begrippen naast elkaar. Dit is bedoeld om te duiden wat het wel en niet is in deze context, zonder het helemaal dicht te timmeren. Want wanneer gaat vrijmoedigheid over in een overtreffende trap, wanneer vliegt het uit de bocht of wat is het gewoon niet? Soms is het helder en soms is het zoeken.
Van vrij spreken naar vrijpostig
Vrij spreken gaat over het vertellen van de waarheid in openhartige woorden. Vrijpostigheid is een overtreffende trap en wordt wel vergeleken met brutaal. Het lastige van die twee is dat wat voor de een vrij spreken is, voor de ander als brutaal gezien kan worden. Mede omdat er nog weinig beeld is bij waar vrij spreken en vrijmoedigheid in de context van veranderen voor staan. Brutaal is dat waarvan je later denkt ‘Oeps, dat was iets té.’ Vrij spreken is dat waarvan je later wellicht denkt: ‘Hmm, ik had op een andere reactie gehoopt, maar ik sta nog steeds achter wat ik zei.’ Voor de ander is vrij spreken te herkennen als iets waarbij je jezelf niet spaart, maar ook niet de intentie hebt om de ander te schaden. Vrijpostig gaat niet over vertellen wat je denkt en wat je denkt dat bijdraagt aan het vraagstuk. Het is ‘gewoon’ hardop roepen wat misschien helemaal niet nodig of passend is.
Van moedig handelen naar overmoedig
Overmoedig heeft iets onzorgvuldigs: ik heb het niet meer nodig om na te denken en ik weet het wel. Overmoedig komt vaak voort uit gevoelens van arrogantie, aanmatigend gedrag, zonder zorg voor de gevolgen van een handeling of het daaraan verbonden gevaar. Alsof je buiten de wet staat, want ‘ach, dat geldt toch niet voor jou’. Alsof je alles al weet en niks je meer kan raken. Of, als je het vergelijkt met de jaren waarin je de wereld aan het ontdekken was en nog geen gevaar zag. Overmoedig in deze context gaat over het gevaar wel zien, maar er geen waarde aan hechten. Het heeft iets onbezonnens – wat moedig niet heeft. Moedig is onbevreesd en dapper. Moedig handelen heeft dat onbevreesde en dappere, maar met oog voor de gevolgen van dat wat je doet.
Van openhartig naar retoriek
Openhartigheid dient een doel, namelijk dat de ander begrijpt wat je denkt. Daarom vraagt het om de meest openhartige woorden en uitingsvormen. Retoriek is het tegenovergestelde. Retoriek is taalgebruik dat inspeelt op emoties en sentimenten, en dat vooral bedoeld is om anderen te overtuigen of om hen over te halen iets te doen of te laten. Veranderaars zijn over het algemene echte woordkunstenaars, begaafd met kunnen hertalen en anders verwoorden. Niet per se om hun eigen zin te krijgen, maar om mensen mee te nemen in de verandering of aan te sluiten bij de context en het publiek. Vrijmoedigheid vraagt echter iets anders: namelijk zo openhartig mogelijk spreken. Wat niet wegneemt dat het meenemen van de ander, het in gesprek zijn met de ander(en) ook hier geldt. ‘Hoe dan?’ kun je je afvragen. Daar is geen simpel antwoord op.
In het boek Vrijmoedig veranderen staan handreikingen, soms praktisch, soms in de vorm van een vraag of overdenking. Maar vaak komt het erop neer dat de zo goed getrainde veranderaar eerder iets afleert in plaats van bijleert.
Van slim naar wijs
Retoriek is eigenlijk ook een soort kameleon: er wordt gezegd wat nodig is op dat moment, met de passende woorden om de ander te overtuigen, om mee te doen, om van gedachten te veranderen, om overtuigd te worden. Soms kan dit betekenen dat schijnbaar vrijmoedig handelen de beste retoriek is. ‘Ik zeg het gewoon zoals het is of zoals ik het zie’, wordt er dan bijvoorbeeld geroepen. Dat klinkt allemaal heel vrijmoedig, maar is eigenlijk meer een verstopte retoriek. Het is vrijmoedigheid in naam, maar niet uit intentie of overtuiging. Deze variant is moeilijk te herkennen en ‘vervuilt’ echt vrijmoedig handelen ook. ‘Ja ja,’ denkt de ander dan, ‘dat zei je de vorige keer ook’ – maar toen bleek het een slimme manier om toch linksom te gaan.
‘Is dit slim of is dit wijs?’, gebruik ik vaak als checkvraag voor mezelf. Slim past bij retoriek, net als het woord handig. Wijs past bij vrijmoedig.
Van onbevangen naar naïef
Vrij van veronderstellingen of vooroordelen, maar niet vrij van ervaringen. Onbevangen gaat niet over een kind dat iets voor het eerst ziet. Onbevangen is ongedwongen en onbeschroomd. Zonder gehinderd te worden door vooroordelen die niet op kennis of redenering berusten. De veranderaar die streeft naar vrijmoedig handelen is echter letterlijk niet van gisteren en hoeft zich dus ook niet zo te gedragen. Die loopt al even mee – en mede daarom wordt hij gevraagd om mee te denken, te puzzelen en/of te doen. Dat vergt een onbevangen blik, om weer nieuwe waarnemingen binnen te laten komen en niet meteen in de ‘dit ken ik, dit weet ik’- of ‘daar gaan we weer’-stand te staan. Dat maakt het duiden van alle waarnemingen misschien een stuk sneller (en handiger), maar wie weet mis je juist die waarnemingen of duid je iets op een bepaalde manier, waardoor je net dat mist wat nodig is om het vraagstuk echt in kaart te brengen.
Van zonder schroom naar onbezonnen
Zonder schroom betekent zonder aarzeling of niet weerhouden worden door schaamte of eerbied. Niet weerhouden worden door bedeesdheid en niet terugdeinzen voor een handeling. Onbezonnen is de overtreffende trap. Wederom zonder zorgen voor de gevolgen en lichtvaardig in handelen of spreken. Zonder schroom zeggen wat je denkt is wat anders dan lichtvaardig spreken. Zonder schroom betekent zorgvuldigheid, aandacht en nadenken – iets wat lichtvaardig niet is.
Van waarheidsvinding naar nieuwsgierigheid
Waarheidsvinding is gericht onderzoek naar de waarheid van een vraagstuk, naar hoe het echt zit. Nieuwsgierigheid is een begeerte naar kennis, weetlust en iets willen weten. Nieuwsgierigheid kan prikkelen, iemand kan branden van nieuwsgierigheid, net als mijn collega aan het begin van dit hoofdstuk. Een vraag naar waarheid is een heel andere vraag dan een vraag uit nieuwsgierigheid. Dit verschil is vaak makkelijk te herkennen door deze vraag te beantwoorden: ‘Wie heeft iets aan het antwoord op deze vraag?’ Als het antwoord is: ‘Het vraagstuk, de vraag of de opdrachtgever’, dan is het waarschijnlijk de eerste categorie. Is het antwoord: ‘Alleen de vragensteller’, dan is ‘Waar heb je dit antwoord voor nodig?’ een legitieme vervolgvraag. Nieuwsgierigheidsvragen hebben namelijk niks met vrijmoedigheid te maken, maar uitsluitend met de nieuwsgierigheid van de vragensteller. Wat niet wegneemt dat een veranderaar ook echt informatie nodig kan hebben. Het kan helpen om dat er even bij te zeggen: ‘Ik vraag dit niet voor jou, maar omdat ik het nodig heb.’ Nadat je je hebt afgevraagd of dat ook echt wel zo is.
Van het uitoefenen van kritiek naar je gelijk willen halen
Vrijmoedigheid is ook het uitoefenen of het uiten van kritiek. Daar is het voor Foucault allemaal begonnen. Bij een ‘ondergeschikte’ die kritiek uitte op iemand in een hogere positie, willens en wetens de consequenties incalculerend. Maar dat is wat anders dan kritiek uiten om je zin door te drijven, een soort retorica in de aanval. Of de ander te verleiden om in je standpunt mee te gaan: ‘Jij vindt toch ook dat …?’ Je gelijk willen halen is niet het doel; dat de ander je begrijpt wel. Dat die ander dan wellicht van mening verandert, dat kan, maar dat is niet het primaire doel.
Door: Marloes van der Werf

