In deze persoonlijke brief aan Leike van Oss vertelt Jaap van ’t Hek over een conferentieoord waar gastvrijheid geen protocol was, maar een cultuur.

Beste Leike,
Het was in de donkere dagen voor Kerstmis dat mijn telefoon overging. “Met Jaap van ’t Hek”, “Met Willem”, van het conferentieoord”. Het kostte even en toen zag ik Willem weer voor me. Een tanige man die altijd klaar stond als de beamer het niet deed, of als er iets moest met de zaalindeling of een andere praktische kwestie. Willem die, zodra je was gearriveerd, naar de zaal kwam en vroeg of hij koffie met een croissantje voor je kon halen. Die Willem.
In het conferentieoord waar Willem werkte, was ik tientallen jaren kind aan huis om groepen vakgenoten op te leiden. In het begin een verzameling noodgebouwen die er meer uitzag als een tijdelijke uitbreiding van een dorpsschool dan als de vaak prachtige oude landhuizen, kasteeltjes of ruim opgetrokken sterrenhotels waarmee het concurreerde.
Dat dat concurreren toch lukte was te wijten aan een prachtige ligging centraal in het land, maar misschien nog wel meer aan het management van de twee mannen die het ooit via een buy out verwierven en er gestaag en stapsgewijs aan bouwden. Ieder jaar in de zomer, als werkend Nederland niet op cursus of conferentie ging, werd er weer wat opgeknapt of verbeterd. Het interieur kan inmiddels met gemak wedijveren met al die oorden met een sjiekere uitstraling. Maar belangrijker was misschien nog wel dat je al die jaren steeds dezelfde personeelsleden terugzag. Veel mensen werkten er hun leven lang. Ze hadden er plezier in daar te werken en om het de gasten naar hun zin te maken.
Ik herinner me een hele warme zomerdag waarop ik met een groep op een open plek in het bos was gaan zitten. Stoeltjes mee, flipover mee en aan het werk terwijl de vogels boven ons hoofd floten. Op zeker moment kwamen er twee medewerkers aan met ijsjes. Een onbestelde en onverwachte verrassing. De groep stelde het erg op prijs en toen een medewerker vroeg of er misschien nog andere wensen waren, zei een van de deelnemers grappend: “Een koel voetenbadje zou wel lekker zijn”.
Een half uurtje later kwamen wat medewerkers naar de open plek met twintig teiltjes met heerlijk koel water. Een van hen was naar de Blokker of de Hema gegaan voor te teiltjes. Er werden wat collega’s opgetrommeld om die teiltjes tegelijk te kunnen brengen en we hadden allemaal plezier in de liefdevolle verzorging en in de adequate beantwoording van de provocerende vraag. Het was precies dit plezier waarom ik me er zo thuis voelde. Alle ruimte om gasten in de watten te leggen, ongeacht je functie.
“Waar bel je voor Willem?” “Ik ga weg bij het conferentieoord en ook al heb ik je er al een paar jaar niet meer gezien, ik wilde je dat graag persoonlijk vertellen. Voor mij is het tijd om verder te gaan, ik ga nu in een bouwmarkt werken.”
Ik herinner me hoe de voormalige eigenaren de zaak een paar jaar geleden hadden overgedaan aan het management van een vergelijkbaar oord dat wel huisde in zo’n prachtige oude villa met uitbouwen. Van het personeel begreep ik destijds dat op de eerste dag aanpassingen plaatsvonden die voelden als een diepe verstoring van de bestaande cultuur en werkwijze. Er was zorg of diezelfde gastvrijheid nog wel mogelijk was. De souplesse van het adaptieve systeem van de goed ingedraaide gemeenschap won, de gastvrijheid bleef. Maar het was ook niet meer hetzelfde.
Dat Willem er zoveel jaren over deed om de conclusie te trekken die ik na een dag al trok, heeft vast te maken met zijn enorme trouw aan die club. Wat een lieve man om dat te komen vertellen! Helemaal passend bij hoe het was.
Het is dat die bouwmarkt zo ver weg is, anders zou ik voortaan daar mijn spijkers kopen.
Groet, Jaap
Veranderkundigen Leike van Oss en Jaap van ’t Hek schreven samen veel boeken over verandermanagement en veranderkunde, zoals Onmacht,en Onderweg . Daarnaast schrijven ze elkaar brieven. Hun nieuwste boek heet Wederopbouw.




