Leiderschap vraagt om het nemen van besluiten, meestal zonder dat alle informatie voorhanden is. Keuzes moeten gemaakt worden, zonder dat de consequenties volledig doorzien kunnen worden. En daar heb je als leider verantwoordelijkheid voor te nemen. Leiderschap kent daardoor ook een vorm van daderschap. Je kunt als leider niet aan de kant blijven staan, niet onschuldig blijven. Ondanks alle goede bedoelingen heb je je handen vuil te maken.
De thema’s macht en gezag zijn dan ook onlosmakelijk met leiderschap verbonden, ook wanneer je leiderschap vanuit een dienend of faciliterend perspectief benadert. Leiderschap gaat over invloed uitoefenen; macht en gezag zijn elementen om anderen te beïnvloeden. Macht kun je onderverdelen in positiemacht en persoonsmacht.
Positiemacht en persoonsmacht
Positiemacht komt voort uit de – hiërarchische – positie die je binnen een organisatie inneemt. Je bent dan meestal in de positie om te kunnen belonen en straffen, waardoor mensen hun gedrag kunnen aanpassen om negatieve gevolgen te voorkomen. Persoonsmacht is verbonden aan aspecten van de persoon zelf. Denk aan expertise- of deskundigheidsmacht, doordat iemand over een speciale vaardigheid of kennis beschikt. Persoonsmacht kan ook voortkomen uit bewondering door anderen die net zo willen zijn. Macht die als legitiem wordt beschouwd, hetzij door de positie, hetzij door de expertise of deskundigheid, levert gezag op. Mensen accepteren de macht van iemand, wanneer ze diens gezag erkennen. Zo ontstaat er binnen organisaties vaak een krachtenspel van formele en informele invloed, gebaseerd op verschillende vormen van macht en gezag.
Als je terugkijkt op welke leiders als secure base een duurzame, positieve impact op je leven hadden, een wissel omzetten, dan zul je tot de ontdekking komen dat ze gezag gemeen hadden. Vanuit dat gezag hadden ze een positief person effect. Gezag in leiderschap komt voort uit verinnerlijkte levenservaring die ingezet wordt om anderen te verheffen. Gezag is het vermogen om – geworteld in de eigen grond – te spelen in verbinding.
Gehoorzaamd of gevolgd worden?
Macht dwingt af. Gezag raakt aan. Het maakt het verschil tussen gehoorzaamd worden en gevolgd worden. Macht ordent, beheerst en verdeelt. Gezag opent een ruimte waarin anderen willen groeien. Macht laat zich meten in regels, sancties en geweld. Gezag ontsnapt daaraan op bijzondere wijze, terwijl de mens die hem inzet, nooit macht zomaar verafschuwt.
Gezag is een andere vorm van invloed, een kracht die niet breekt, maar verbindt. Het is een vorm van aanwezigheid, embodiment, presentie. Geen inschikkelijkheid, toegeeflijkheid, vermijding. Aanwezigheid! Het vermogen om anderen werkelijk te zien en een betekenisvol pad aan te reiken.
Gezag ontstaat voorbij de positie of titel door de innerlijke oefening van degene die leidt, en zo weet te inspireren. Door te luisteren. Door te spreken wanneer het nodig is en te zwijgen wanneer dat kan.
Macht stuurt
Macht gebruikt taal om te sturen. Gezag laat ruimte voor dialoog. De Poolse filosoof en priester Józef Tischner sprak over de ontmoeting als de kern van ethiek en leiderschap. Tischner was pastor van de eerste onafhankelijke Poolse vakbond Solidarność, die onder leiding van Lech Wałęsa een belangrijke rol speelde in het beëindigen van het communistische bewind in Polen. Tischner ziet solidariteit, waarbij het individu zichzelf overstijgt door betrokkenheid bij anderen, als moreel ideaal. Niet de macht van de enkeling, maar het woord dat tussen mensen reist, schept verandering. ‘Echte autoriteit’, schreef hij, ‘komt niet voort uit dominantie, maar uit het vertrouwen dat iemand wekt door zichzelf niet te verhullen.’
Bron: De 5 wetten van transitie
Door: Jakob van Wielink




