Wanneer we het in het dagelijkse leven over hoop hebben, spreken we vaak een soort wens uit: ‘Ik hoop dat ik het voor elkaar krijg.’ ‘Ik hoop dat ik me morgen beter voel.’ Wanneer je op deze manier hoopt, zit je eigenlijk te wachten tot iets buiten jezelf ervoor zorgt dat iets wel (of niet) lukt. Alsof je een lakei in het kasteel van Doornroosje bent, die hoopt dat de prins snel aan komt rijden om de betovering op te heffen. Daarmee is hoop in ons dagelijkse taalgebruik nogal passief (Steeneveld, 2017). Wanneer je zegt: ‘ik hoop dat ik de promotie krijg’, dan zet deze hoop je niet per se aan tot actie.
Binnen de positieve psychologie wordt hoop echter anders beschreven. Hoop is daar een manier van denken of een cognitief proces. Het is meer dan een wens die je denkt en die weer wegebt. Om hoopvol te zijn (in de betekenis van de positieve psychologie) zijn drie elementen nodig:
1. De wil om iets te veranderen en de kunst om realistische doelen te stellen (ik weet waar ik heen wil). Hoop ontstaat wanneer je iets wilt bereiken dat voor jou waarde heeft. Zonder waarde is er geen motivatie en daarmee ook geen hoop. Je moet iets dus graag willen om er hoopvol over te kunnen zijn. Je kunt bijvoorbeeld hoopvol zijn over mensen die gezamenlijk in actie komen om overheden en bedrijven te laten weten dat ze het klimaat serieus moeten nemen.
2. Zicht op manieren om deze doelen te bereiken (ik weet hoe ik daar kan komen). Hierbij hoort ook dat je flexibel genoeg bent om alternatieve manieren te vinden om je doel te bereiken als een eerdere manier niet blijkt te werken. Wanneer demonstreren niet werkt, lukt een rechtszaak misschien wel. Wanneer je hoopvol bent, kun je omgaan met de teleurstelling wanneer dingen niet lukken en blijf je steeds opnieuw proberen.
3. Vertrouwen in jezelf (ik ga dit voor elkaar krijgen). Voor hoop is ook een bepaalde mate van optimisme en zelfvertrouwen nodig. Je moet het gevoel hebben dat jij het voor elkaar kunt krijgen om op je werk een leesclub te organiseren om klimaat-literatuur te lezen. Lukt het je om een ruimte te regelen en om collega’s te vinden die mee willen doen? Optimisme en zelfvertrouwen helpen je om daadwerkelijk actie te ondernemen en erin te geloven dat jij iets tot een goed einde kunt brengen.
Zoals je ziet, is hoop zoals het in de positieve psychologie omschreven wordt dus een heel actief proces. Het is de brandstof die ons vooruit drijft in het leven. Hoop is een pragmatisch, positief en toekomstgericht perspectief op een situatie. Hoop staat of valt met wilskracht (de motivatie om iets te veranderen), zicht hebben op de route om een verandering te bereiken en zelfvertrouwen. Wanneer je in een situatie zowel iets wil veranderen en ook denkt dat je het kunt veranderen, dan spreek je van hoop (Sneyder, 1994; Macy & Johnstone, 2012).
Hoop ontstaat, net als veerkracht, door ergens mee te worstelen. Hoop wordt gevormd door doelen te hebben die onder druk komen te staan, en hiermee om te leren gaan. Hoop is dus te leren. Kinderen leren hoop van hun ouders, door te zien dat hun ouders door blijven gaan na een tegenslag. Hierdoor kunnen zij, wanneer ze zelf tegenslag ervaren, het vertrouwen hebben dat ze een nieuwe manier zullen vinden om hun doel uiteindelijk voor elkaar te krijgen. Door deze worsteling ontdekken we waardevolle karaktereigenschappen waarop we de rest van ons leven terug kunnen blijven vallen (Brown, 2021).
Om hoopvol te zijn, is het nodig om realistisch te kijken naar een situatie. Wanneer we echt kunnen zien wat er mis is in een situatie, kunnen we ook ontdekken hoe we zouden willen dat de situatie verandert. We kunnen dan besluiten welke waarden we belangrijk vinden, die we graag bewaarheid zouden willen zien worden. Vaak is het moeilijk om een situatie realistisch te bezien, omdat het niet fijn is om toe te geven dat de situatie waarin je je bevindt niet optimaal is. Het is soms gemakkelijker om de andere kant op te kijken en net te doen alsof er niets aan de hand is. In dat geval is het echter wel heel moeilijk om de toekomst hoopvol tegemoet te treden. Natuurlijk is het zo dat niet alles wat ons overkomt veranderd kan worden, maar wanneer we iets niet onder ogen willen zien verandert er zeker niets. Om hoopvol te zijn, zul je dus moeten kijken naar de problemen die zich voordoen, de emoties daarover moeten voelen en er dan voor moeten kiezen om deze problemen aan te pakken. Hoop helpt ons om tot verandering te komen.
OEFENING 1: ZEVEN ZINNEN OM TOT HOOP TE KOMEN
Vaak is het ons wel duidelijk waar we van weg willen bewegen, maar nog niet zo duidelijk waar we eigenlijk precies naartoe willen bewegen. Hoe ziet een verbeterde situatie er voor je cliënt precies uit? Wanneer je niet duidelijk voor ogen hebt hoe je wilt dat de toekomst eruitziet, is het moeilijk om naar die toekomst toe te werken. Hieronder vind je zeven zinnen die inzicht geven in wat je cliënt graag zou willen. Jullie kunnen de zeven zinnen samen afmaken. Waarschijnlijk ontdekken jullie hierdoor een (of een aantal) dingen die je cliënt de hoop geven om hier actief naartoe te gaan werken. Dit zijn de zeven zinnen waarvan je je cliënt kunt vragen om ze af te maken:
- Ik hou van …
- Ik zou … willen bedanken.
- Wanneer ik naar de toekomst kijk, maak ik mij zorgen over …
- Gegeven deze zorgen word ik geïnspireerd door …
- Kijkend naar de toekomst hoop ik dat …
- Ik zou deze rol kunnen spelen in deze verandering: …
- Ik kan volgende week deze stap in de goede richting zetten: …
Bespreek daarna samen deze zeven zinnen en wat je cliënt eruit geleerd heeft. Deze oefening is vertaald uit het boek Active Hope van Macy en Johnstone (2012).
Door: Ellen Dreezens
Uit: Hoe we tegen een stootje kunnen – Gids voor coachen naar veerkracht
Speciaal voor NOBCO-coaches
-
Wist je dat je als lid van de NOBCO toegang hebt tot de Boom Coaching Collectie? Hier vind je meer dan 300 coachingsboeken die je online kunt lezen. Door gebruik te maken van de Boom Coaching Collectie kun je jezelf verder ontwikkelen en je coachees nog beter begeleiden. Log dus hier snel in!



