
“Wat dapper van je!” Dat is de meest gehoorde opmerking na het op LinkedIn plaatsen van mijn blog over hoogbegaafdheid binnen mijn organisatie (de politie). Vaak gevolgd in persoonlijke communicatie door: “maar ik durf het zelf (nog) niet”. Er heerst angst om niet begrepen te worden, niet gezien te worden en niet erkend te worden. Het taboe op het onderwerp werd nog eens haarfijn zichtbaar.
Hoewel mijn blog mijn innerlijke strijd beschreef tussen mijn moedige en mijn angstige stem, besef ik nu dat het eigenlijk heel zorgelijk en verdrietig is dat het dapper is om me uit te spreken. Eigenlijk zou het veel fijner zijn geweest als mensen hadden gereageerd met “waar maak jij je nou druk om?” Of: “Stel je niet aan. Dit is echt niet iets om angstig voor zijn”. Maar dat heeft niemand gezegd of geschreven. Iedereen erkende de moeilijkheid en de zwaarte van het onderwerp. Blijkbaar is hoogbegaafdheid dus echt een taboe en daarmee dapper om er voor uit te komen. Dat is een pijnlijk besef. Want waarom?Betekenis van taboe
Ik heb opgezocht wat de betekenis is van een taboe. Een taboe is iets dat wordt beschouwd als ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken in een bepaalde cultuur. Op welke aspecten berust het taboe van hoogbegaafdheid? Mogen we het niet gebruiken, niet doen of er niet over spreken? Hoogbegaafdheid niet doen, lijkt me ingewikkeld, dus laten we het houden bij niet gebruiken en er niet over spreken. Volgens mij kun je best wel het één doen zonder het ander. Maar kom je in de knel als je het één niet doet. Ongeacht het ander. Ik leg het uit: je hoogbegaafdheid inzetten en gebruiken kun je prima doen, zonder hierover te spreken. Hoogbegaafdheid kent tal van uitingsvormen en hoeft niet gelabeld te worden als zodanig om wel gebruikt te worden. Het is daarentegen zonde, om niet te zeggen verkwisting, van je talent en gave als je hier niet mee aan de slag gaat. Op wat voor manier dan ook. Dus verloochen jezelf niet en geef aandacht aan je talent. Koester het. Train het. Net zoals sporters, musici, kunstenaar, schrijvers, componisten, technici hun talenten aandacht geven, koesteren en trainen.Laat zien wat je waard bent!
Zonder aandacht, erkenning en training heb je niets aan je slimme brein. En maak je jezelf stapje voor stapje minder waard en ongelukkig. Dus laat zien wat je waard bent, waar je ook werkzaam bent en voor wie je ook werkzaam bent. En het is daarbij mogelijk om je hoogbegaafdheid te benoemen. Bij je collega’s, bij je werkgever, bij je leidinggevende. Maar het hoeft niet. Niet uit angst voor het oordeel, maar simpelweg omdat het label an sich geen waarde heeft. Het gaat erom wat jíj er mee doet en kan. Dus het alleen benoemen en er vervolgens geen invulling aan geven, heeft naar mijn mening geen zin. Je bent geen slachtoffer van je hoogbegaafdheid en het is niet aan de ander om er mee aan de slag te gaan. Zoek zelf uit wat je wil, wat je kan, wat je leuk vindt, wat je toevoegt en handel daarnaar. Kortom: maak jezelf zo waardevol als maar kan. En daar heb je de ander niet direct voor nodig.Niet oordelen
Het is wel aan de ander om niet te oordelen. En het zou in mijn ideale wereld ook aan de chef, leidinggevende of werkgever zijn om samen te onderzoeken hoe de hoogbegaafdheid voor iedereen van waarde kan zijn. Voor de hoogbegaafde zelf, voor het team, voor de leidinggevende en voor de organisatie in het geheel. Te vaak wordt het nu niet gehoord, niet erkend of afgedaan als betweterij. Zonde! Want hoe fijn kan het zijn om iemand in je team te hebben die de capaciteit heeft om supersnel verbanden te zien, aan kan voelen wat de échte behoefte is, creatief kan kijken en handelen bij onderwerpen die vast lijken te lopen, haarscherp doorziet waar de pijnpunten liggen of onderwerpen aan elkaar kan koppelen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben? In mijn loopbaan ben ik heel vaak gewisseld van werkplek en heb ik heel veel opleidingen gevolgd. Vaak werd dit (onterecht) bestempeld als ontevreden, wispelturig of hebberig. Als je begrijpt en wil begrijpen dat dit voortkomt uit een grenzeloze behoefte aan doorontwikkeling en het voortkomt uit de drive om niet alleen mezelf maar ook de organisatie te laten groeien, kan dat oordeel wellicht een hele andere wending krijgen. De uitingsvorm blijft hetzelfde maar de intentie en intensiteit wordt mogelijk beter geduid.We hebben nog wat te doen
We hebben nog wat te doen met elkaar. En laten we ook met elkaar die stappen gaan zetten. De eerste kleine grote stap is het zichtbaar maken. Spreek je uit, luister, verwonder, zet het in, maak het waardevol. En het allerbelangrijkst: waardeer wat je hebt. Voor jezelf. Voor de ander. Voor elkaar. Zodat niemand meer dapper hoeft te zijn. Alleen maar gewoon zichzelf. Door: Elleke van Gelder