Vrijmoedigheid klinkt als een deugd uit een ander tijdperk— totdat midden in een verandertraject iemand eindelijk hardop zegt wat iedereen al ziet: dit klopt niet, dit is riskant, dit schuurt ethisch, of simpeler: dit is niet het echte probleem. Geen grote speech, geen podium. Eén zin, en de lucht in de ruimte verandert. Juist in tijden waarin onzekerheid, dubbelzinnigheid en het onverwachte niet uitzonderlijk zijn maar bij het werk horen, is vrijmoedigheid geen luxe. Niet omdat alles gezegd moet worden, maar omdat onuitgesproken risico’s en twijfels zich later bijna altijd als probleem melden.
Toch is vrij denken en vrij spreken verrassend snel af te leren. Niet omdat er niets te melden is, maar omdat risico’s en blinde vlekken vroeg benoemen vaak niet slim, veilig of welkom voelt. En zelfs wanneer iemand wél spreekt, is er geen garantie dat die openhartigheid wordt herkend of gewaardeerd. Daarmee verschijnt een ongemakkelijke paradox: organisaties willen toekomstgericht veranderen, maar houden niet altijd de ruimte open die nodig is om twijfel, alternatieve lezingen en ethische zorgen levend te houden.
Vrijmoedigheid als grondhouding
Het hoofdstuk Vrijmoedig Veranderen uit het boek Veranderen voor de toekomst gebruikt Foucault’s begrip parrhesia om vrijmoedigheid als grondhouding bij veranderen te onderzoeken: spreken vanuit waarheid, kritiek en morele plicht—met besef van risico. Vrijmoedigheid is daarmee niet hetzelfde als “lekker direct zijn”. Het is ook niet te verwarren met eigenzinnigheid, roekeloosheid, zelfoverschatting of retoriek. Vrijmoedigheid vraagt juist om precisie en terughoudendheid. Om woorden die bedoeld zijn om begrepen te worden—niet om te winnen. Soms is dat een heldere vraag op het juiste moment. Soms een observatie die nét niet in het script past. Soms een kleine ingreep die een gesprek even uit de rails haalt, precies voordat iedereen op routine de bocht door gaat.
Vrijmoedigheid neemt zelden de vorm aan van grote, heroïsche interventies. Ze verschijnt eerder in het kleine werk: een zorgvuldig getimede vraag, een expliciete constatering, of een ingetogen onderbreking van ingesleten betekenisgeving. Ogenschijnlijk bescheiden, maar precies daarin zit de kracht. Want vrijmoedigheid doorbreekt de automatische piloot van gesprekken en besluitvorming—juist op het moment dat de verleiding groot is om onzekerheid te reduceren tot een plan dat vooral samenhangend oogt.
Het probleem: zulke bijdragen worden gemakkelijk gemist. Omdat ze klein zijn. Omdat ze in alledaagse interactie zitten. Omdat ze niet altijd netjes passen binnen wat op dat moment als ‘constructief’ wordt gezien. Ze worden soms uitgelegd als weerstand, eigenzinnigheid of politieke naïviteit.
Vrijmoedig spreken is ook risicovol
Vrijmoedigheid is per definitie risicovol. Ze ontvouwt zich in contexten met machtsverschillen, tijdsdruk en complexiteit. Organisaties kennen vaak een ongelijk speelveld voor wie mag tegenspreken en wie vooral moet meebewegen. De één wordt beloond om scherpte; de ander krijgt het etiket ‘lastig’ voor dezelfde bijdrage. Daarmee wordt vrijmoedigheid niet alleen zichtbaar als individuele deugd, maar ook als relationele en institutionele kwestie. Vrijmoedigheid krijgt daarom pas toekomst wanneer organisaties open kunnen blijven staan voor meerdere mogelijke scenario’s, als zwakke signalen serieus genomen kunnen worden en vroege aanwijzingen herkend worden als een signaal dat er iets kantelt, schuurt en wellicht later problematisch wordt.
Van individuele moed naar organisatievermogen
Wanneer vrijmoedigheid uitsluitend leunt op individuele morele moed, blijft het kwetsbaar en toevallig. Dan hangt het af van wie ervoor kiest het risico te nemen om te spreken—en van wie bereid is de waarheid van een ander te verdragen. Dat is een wankele basis voor veranderen voor de toekomst.
De vraag wordt dan: wat is er structureel nodig? Hoe blijven alternatieven en twijfel bestaan, ook als de druk toeneemt? Hoe worden ethische spanningen expliciet, zonder dat ze meteen politiek gemaakt worden? En hoe leren organisaties kleine, precieze interventies herkennen en waarderen—juist wanneer signalen nog niet hard, meetbaar of eenduidig zijn?
De kern is eenvoudig, maar niet makkelijk: vrijmoedigheid bij veranderen draait niet om hard spreken of gelijk krijgen. Het draait om open blijven terwijl de toekomst onzeker is. Om twijfel, alternatieven en ethiek rond te laten gaan in gesprekken en het ongemak dat daarbij hoort te leren verdragen.
Mijn hoofdstuk Vrijmoedig Veranderen verkent de veranderkundige beweging die daarbij past.
Door: Marloes van der Werf. Ze is mede-auteur van het nieuwe boek Veranderen voor de Toekomst, een initiatief van Jaap Boonstra en Marjo Dubbeldam. In dit boek delen dertig experts delen hun inzichten, verhalen en ervaringen over hoe verandering onze wereld vormgeeft.







