Coachende gesprekken op de werkvloer gaan zelden alleen over prestaties. Vaak spelen thema’s als grenzen aangeven, keuzes maken, samenwerken, werkdruk en persoonlijke effectiviteit. In No-nonsense coaching, de basics krijg je praktische coachvaardigheden en concrete gesprekstechnieken om anderen te helpen groeien. Zonder dat jij het gaat oplossen. In dit artikel zoomen we in op een van de veelvoorkomende thema’s in coaching en begeleiding: assertiviteit. Hoe herken je het, wat zit eronder en welke vragen helpen om iemand stap voor stap sterker en duidelijker te laten communiceren?

Thema’s in coachende gesprekken
Of je nu werkt als leidinggevende, HR-businesspartner, scrummaster, studieadviseur, coach of een ander beroep uitoefent waarin je anderen helpt zich te ontwikkelen: als je regelmatig coachende gesprekken voert, merk je al snel dat bepaalde thema’s steeds terugkomen.
Niet omdat mensen allemaal hetzelfde zijn, maar omdat werk bepaalde dingen van je vraagt: structuur, balans, grenzen stellen, keuzes maken, zichtbaar durven zijn – en soms: leren omgaan met de ander. In dit artikel gaat het over assertiviteit, een thema dat in coachende gesprekken vaak op tafel komt. Geen diepgravende analyse, wel praktische handvatten om samen beweging te krijgen.
Assertiviteit
1. Herken het thema
Je hoort de ander een of meer van de volgende uitspraken doen:
- ‘Ik zeg te vaak “ja”, terwijl ik “nee” wil zeggen.’
- ‘Ik durf mijn mening niet te geven in een overleg.’
- ‘Ik laat dingen gebeuren die ik eigenlijk niet oké vind.’
- ‘Ik wil wel voor mezelf opkomen, maar ik ben bang dat ik dan bot overkom.’
Assertiviteit gaat over ruimte innemen – op een manier die klopt met wie je bent. Niet té hard, niet te zacht, maar duidelijk én in verbinding. Voor veel mensen is dat spannend. Ze willen niet arrogant of onaardig overkomen, terwijl ze ondertussen hun eigen grenzen uit het oog verliezen.
2. Praktijkvoorbeeld: Samira
Samira werkt als projectondersteuner op een drukke stafafdeling. Ze is betrokken, behulpzaam en geliefd bij collega’s. Maar zelf is ze regelmatig uitgeput. Wanneer ze bij jou aanklopt voor een gesprek, begint ze met: ‘Ik weet niet precies waarom, maar ik ben gewoon moe. Ik zeg overal “ja” op. Ik weet dat ik het niet moet doen, maar ik doe het toch.’ Je vraagt of je haar met een gesprek hierover zou kunnen helpen. Ze knikt. ‘Wat zou je uit dit gesprek willen halen?’ ‘Ik wil leren mijn grenzen aan te geven, zonder dat ik me schuldig voel.’ Je vraagt wat er op dit moment speelt. Ze vertelt dat een collega haar heeft gevraagd om een presentatie voor te bereiden, terwijl het officieel niet haar taak is.
‘Ik wilde “nee” zeggen, maar ik hoorde mezelf alweer zeggen: “Is goed.”’ Je merkt dat ze haar eigen behoefte inslikt en benoemt wat je ziet: ‘Je zegt dat je het niet wilde doen, en tegelijk zie ik dat je jezelf streng toespreekt. Ben je vaak kritisch op jezelf als je je grens aangeeft?’ Ze knikt. ‘Ik voel me dan meteen ongemakkelijk. Alsof ik iemand in de steek laat.’ Met empathie kun jij teruggeven dat je dat een rotgevoel lijkt, het gevoel iemand in de steek te laten.
3. Wat speelt hier vaak onder?
Achter niet-assertief gedrag schuilt vaak iets zachts: de wens om aardig gevonden te worden, om harmonie te bewaren, om betrouwbaar te zijn. Waarden die op zichzelf krachtig zijn, maar die in de praktijk kunnen botsen met het aangeven van grenzen of het uitspreken van een mening.
Er kan ook twijfel spelen over het hoe: ‘Hoe zeg ik het zó dat het klopt voor mij én werkbaar is voor de ander?’ Dat is waar jij met een coachend gesprek het verschil kunt maken.
4. Jouw coachende mindset
Jij hoeft geen assertiviteitstraining te geven of oplossingen aan te dragen en te zeggen: gewoon ‘nee’ gaan zeggen, dat werkt! Wat je wél kunt doen:
- luisteren zonder oordeel;
- verhelderen wat iemand belangrijk vindt;
- en vragen stellen die de ander helpen tot inzicht en richting te komen.
En als het gesprek vastloopt: ‘Zal ik een idee met je delen waar je zelf mee kunt doen wat je wilt?’ Altijd in de coachhouding. Jij stelt de vragen, de ander bepaalt het tempo en de actie.
Na een kort onderzoek naar haar waarden, formuleert Samira haar doel: ‘Ik wil op een rustige manier kunnen zeggen dat iets niet past – zonder me bezwaard te voelen.’ En aansluitend zegt ze: ‘Nou ja, bezwaard zal ik me misschien altijd wel voelen, maar dan wil ik met dat rotgevoel toch “nee” leren zeggen.’
Je reageert: ‘Dat klinkt als iets wat je vaker hebt ingeslikt dan uitgesproken. Dat vreet energie, hè?’ (empathisch) Je vraagt: ‘Wat heeft eerder geholpen in zulke situaties?’ Ze herinnert zich een keer dat ze het gesprek had voorbereid, en dat dat hielp om rustig te blijven.
Je merkt op: ‘En zelfs nu je erover vertelt, zie ik je rechterhand een afwerend gebaar maken. Alsof je lijf al weet: dit wil ik liever niet.’ (hier-en-nu)
Je biedt aan: ‘Zullen we samen oefenen hoe je dat zou kunnen zeggen?’ ‘Graag,’ zegt ze.
Na het oefenen kiest ze een concrete stap: ‘De volgende keer dat iemand me iets vraagt dat ik niet kan, zeg ik: “Ik snap dat je aan mij denkt, maar ik heb daar nu geen ruimte voor.”’
Tot slot check je of ze iets van je nodig heeft. Ze wil het eerst zelf proberen en een week later nog eens terugkomen
Uit: No-nonsens coaching, de basics – Zo voer je gesprekken met een écht coachende mindset



