Samen met Jan van de Venis schreef Shirine Moerkerken een hoofdstuk in de bundel Veranderen voor de toekomst. Jan is VN ambassadeur voor Toekomstige Generaties. Daarom besloten zij dat zij in hun hoofdstuk die toekomstige generaties aan het woord wilden laten. In het hoofdstuk staan de auteurs stil bij de vragen ‘wie en wat’ wij voor onze generatie en onze toekomstige generaties willen zijn. Voor veranderkundigen die hun werk in 2026 doen, geeft dit hoofdstuk een glimp van hoe een mogelijke toekomst eruit kan zien. En hoe zij zelf en hun eigen vakgebied zouden kunnen ontwikkelen en veranderen.

Het is 2126
Veranderkundigen bouwden niet langer mee aan kwalitatief hoogwaardige organisaties, maar hielpen om de omvangrijke, bijna niet meer op te lossen problemen in organisaties zichtbaar te maken en niet nog erger te laten worden. Verschillende netwerkbestuurders en vakmensen die leven en werken in 2126 herinneren zich dat de veranderkundigen in de afgelopen eeuw inderdaad anders zijn gaan bijdragen dan daarvoor. Zij zagen dat veranderkundigen:
- Letterlijk gingen werken met ‘the whole system in the room’, namelijk ook met natuur en toekomstige generaties, niet alleen de op dit moment aanwezige mensen.
- Stuurden op (condities voor) duurzame oplossingen en dus op resultaten op lange termijn.
- Zelf (skin-in) instapten in vraagstukken, betrokken raakten op vraagstukken, niet erbuiten bleven staan, waardoor zij zichzelf zouden benadelen als zij interventies deden die het systeem zouden schaden.
- Zelf reflectief gingen handelen en aanzetten tot reflectief handelen, in plaats van alleen te beschouwen, te adviseren en te reflecteren.
- Met hun samenwerkingspartners steeds opnieuw bleven overwegen hoe er in deze context moreel zou kunnen blijven worden gehandeld in plaats van een absolute ethiek te hanteren.
Ik zal de inhoud van het hoofdstuk niet helemaal weggeven, maar vindt het belangrijk om in deze blog even extra stil te staan bij dat zelf instappen als veranderkundige. Niet aan de zijlijn staan, maar ‘skin-in’ de consequenties ervaren van je eigen interventies en adviezen.
Antifragiliteit in de veranderkunde
Terugkijkend op veranderkunde in 2026, richtte dit vakgebied zich op het (nog) beter maken van organisaties. Dat paste ook bij de tijdgeest. De veranderkundigen van die tijd waren opgegroeid met ideeën van groei, vergroten van welvaart, ontwikkeling en verbetering. Deze ideeën over groei, vergroten van welvaart, ontwikkeling en verbetering veranderden langzaam. Er waren in die tijd al een aantal gedachten over dat het voorkomen van fouten, het steeds beter maken, organisaties ook fragieler maakt. Zo schreef Taleb in zijn boek ‘Antifragiel’ over naïef interventionisme. Met de kennis van nu droegen zowel bestuurders als veranderkundigen daar onbedoeld onbewust in grote mate aan bij. Complexe systemen zijn fragiel voor interventies. Naïeve ingrepen kunnen leiden tot grotere rampen dan het probleem zelf. In plaats van actief te willen ‘verbeteren’, pleit Taleb daarom voor weglaten: het verwijderen van schadelijke elementen in plaats van nieuwe dingen toevoegen. Dit noemt hij ‘via negativa’. Iets weghalen is veiliger dan iets toevoegen in een complex systeem. Een andere kritiek op naïef interventionisme is dat de mensen die ingrijpen vaak geen ‘skin in the game’ hebben. Ze ondervinden zelf geen directe negatieve gevolgen van hun fouten. Dat maakt hun ingrepen roekeloos.
Veranderkundigen ontwikkelen zich vanaf de eerste helft van de 21e eeuw meer naar mensen die werken vanuit deze principes van ‘skin in’ en ‘via negativa’. Ze staan niet langer als onschuldige buitenstaanders aan de buitenkant van een vraagstuk, maar realiseren zich dat ze onderdeel zijn van het produceren van het vraagstuk en dus ook van het oplossen van het vraagstuk. Ze investeren zelf mee, stappen zelf in. En helpen problemen zichtbaar te maken, te stoppen met oude oplossingen en deze oude oplossingen te ontmantelen. Een van de principes van veranderen wordt: ‘Eerst onthullen en ontschuldigen, dan stoppen en ontmantelen, en dan pas creëren.’
Zelf ben ik nu in mijn opdrachten steeds aan het onderzoeken of ik mee wil werken aan het nog een plakbandje plakken op oude oplossingen. Kunnen we een oplossing, een afdeling van een organisatie of een organisatie niet beter ontmantelen? Was dit niet een geweldige oplossing in een oude tijd, die nu geen antwoorden meer biedt voor de vraagstukken in deze tijd? Ook ben ik zoveel mogelijk problemen op ontschuldigende manieren aan het onthullen. We kunnen de omvang van de rotzooi maar beter aankijken, dan weten we tenminste wat we hebben te doen.
Door: Shirine Moerkerken. Zij is mede-auteur van het nieuwe boek Veranderen voor de Toekomst, een initiatief van Jaap Boonstra en Marjo Dubbeldam. In dit boek delen dertig experts delen hun inzichten, verhalen en ervaringen over hoe verandering onze wereld vormgeeft.



